De werkgever en de werknemer hebben op 1 september 2013 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ondertekend.
De werknemer is op 1 mei 2025 tegen de werkgever een kortgedingprocedure gestart. Bij vonnis van 20 juni 2025 heeft de kantonrechter de werkgever veroordeeld tot betaling aan de werknemer van onder meer €7.341,11 netto aan eindejaarsuitkeringen.
Daarnaast is de werkgever veroordeeld tot afgifte aan de werknemer van correcte loonstroken en jaaropgaven vanaf 1 september 2013.
Op 26 juni 2025 heeft de werknemer het vonnis aan de werkgever laten betekenen en is bevel gedaan tot afgifte binnen veertien dagen van de correcte loonstroken en jaaropgaven ten name van de werkgever vanaf 1 september 2013.
Derdenbeslag laten leggen
Bij e-mail van 7 juli 2025 zijn loonstroken en jaaropgaven van de jaren 2015 tot en met 2024 verstrekt. Daarbij is gemeld dat volgens de salarisadministratie oudere loonstroken en jaaropgaven niet beschikbaar zijn.
Bij e-mail van 8 juli 2025 is namens de werknemer bericht dat er fouten in de loonstroken staan en dat de werkgever ook de oudere loonstroken moet verstrekken.
De werknemer heeft aanspraak gemaakt op dwangsommen. Zij heeft op 14 november 2025 derdenbeslag laten leggen ten laste van de werkgever. Het beslag heeft doel getroffen voor een bedrag van € 15.345,76. Dat bedrag is gestort op de derdengeldenrekening van haar advocaat.
Onterecht gelegd beslag?
De werkgever vordert bij de kantonrechter onder meer dat sprake is van een onterecht gelegd beslag en de werknemer te veroordelen om binnen 24 uur na het in deze te wijzen vonnis het op de derdengeldenrekening van haar advocaat gestorte bedrag van € 15.345,76 terug te storten op rekening van de werkgever.
En als de kantonrechter van oordeel is dat de werkgever wel een dwangsom is verschuldigd, deze dan te matigen.
In het vonnis heeft de kantonrechter beslist:
“veroordeelt de werkgever tot afgifte aan de werknemer van correcte loonstroken en jaaropgaven ten name van de werkgever vanaf 1 september 2013, zulks binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis en onder verbeurte van een dwangsom van € 150,00 per dag dat de werkgever hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 15.000,00,”
Jaaropgaven 2021 en 2022 niet correct
De werknemer voert aan dat de door de werkgever verstrekte jaaropgave van 2021 niet correct is. Daarin staat namelijk een jaarloon van € 17.381 bruto.
De kantonrechter overweegt dat uitgaande van alleen al het basisloon waarmee de werknemer is gestart in 2013 van € 1.500 netto per maand, vermeerderd met 8% vakantietoeslag, het netto jaarloon uitkomt op € 19.440 (€ 1.500 * 1,08 * 12 maanden). Dat is een hoger nettoloon dan het brutoloon van € 17.381 in de jaaropgave.
Dit lijkt volgens de kantonrechter niet correct. Een nadere toelichting van de werkgever hoe hij tot het brutoloon in de jaaropgave is gekomen en dat die jaaropgave juist is, was op zijn plaats geweest. Die toelichting heeft hij niet gegeven.
De werknemer voert ook aan dat de verstrekte jaaropgave van 2022 niet correct is. Daarin staat een jaarloon van € 19.975 bruto. De kantonrechter overweegt dat dit slechts € 535 meer is dan voormeld netto jaarloon van €19.440.
Volgens de kantonrechter is een dergelijk beperkt verschil in bruto/netto – gelet op de hoogte van het jaarloon -niet correct. Een nadere toelichting van de werkgever daarop was op zijn plaats geweest. Die heeft hij niet gegeven.
Beslissing kantonrechter
Zonder nadere, toereikende toelichting van de werkgever op de jaaropgaven van 2021 en 2022 is de kantonrechter van oordeel dat die jaaropgaven niet correct zijn.
Onvoldoende aannemelijk geworden dat de werkgever heeft voldaan aan de veroordeling tot het verstrekken van correcte loonstroken en jaaropgaven. De werkgever is dwangsommen verschuldigd geworden. De werknemer mocht daarvoor beslag leggen.
De primaire vordering wordt daarom afgewezen. De kantonrechter wijst ook de subsidiaire vordering af. De werkgever heeft geen omstandigheden gesteld waarom de dwangsommen gelet op de redelijkheid en billijkheid moeten worden gematigd.
Uitspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 april 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:3259

