Als de verhoging van de AOW-leeftijd geschrapt wordt, levert dat na 2033 uiteindelijk een financieel gat op van netto ruim 2,7 miljard euro per jaar. Hoe dat wordt opgevangen, is iets waar later over wordt beslist, melden Haagse bronnen aan de NOS.
De vakbonden stelden eerder een ultimatum: als de verhoging niet werd geschrapt, volgen er stakingsacties.
Brief minister
Minister Vijlbrief heeft een afschrift van de brief aan de vakbonden in reactie op de ultimatumbrief van 11 mei 2026 naar de Tweede en Eerste Kamer gestuurd. In de brief staat het volgende:
“Het kabinet wil nu ruimte maken voor het opstarten van een dialoog over de uitdagingen waar onze arbeidsmarkt en sociale zekerheid voor staan: het gaat om onze gezamenlijke toekomst in Nederland. De voorgestelde maatregelen bij de AOW, de WW en de WIA waren voor het kabinet de inzet voor dit gesprek. Het kabinet maakt nu de eerste stap om het inhoudelijk gesprek te starten over de achterliggende problematiek en de daarbij benodigde oplossingen.
Het kabinet constateert dat het voorstel om de AOW-leeftijd één-op-één te koppelen aan de levensverwachting dit in de weg staat. We hebben besloten te stoppen met dit voorgenomen wetsvoorstel. Het kabinet gaat wel graag het gesprek met de sociale partners aan over de toekomst van de oudedagsvoorziening in ons land, om te bezien welke alternatieven er mogelijk zijn. De voorstellen voor het verkorten van de WW en het aanpassen van de WIA zet het kabinet voorlopig niet in de voorgestelde vorm door. Het kabinet gaat graag het gesprek aan met vakbeweging en werkgevers, om te zorgen dat mensen sneller van werk naar werk kunnen, en de werking van de WIA te verbeteren.
(…) Het kabinet is benieuwd naar alternatieve voorstellen van vakbeweging en werkgevers.”
Reactie werkgevers
MKB-Nederland en VNO-NCW vinden het verstandig dat het kabinet de versnelde stijging van de AOW-leeftijd van tafel haalt en de plannen voor het verkorten van de WW en het aanpassen van de WIA voorlopig niet in de voorgestelde vorm doorzet.
De ondernemersorganisaties vinden het belangrijk dat in deze vergrijzende en structureel krappe arbeidsmarkt iedereen kan meedoen. Zij willen graag snel aan tafel en verder praten over onder meer de twee jaar loondoorbetaling bij ziekte waar werkgevers mee worstelen en de hoge instroom in de WIA.
Reactie vakbonden
De kabinetsvoorstellen van het kabinet over AOW, WW en WIA die naar de Tweede Kamer zijn gestuurd, lijken onvoldoende, aldus de vakbonden FNV, CNV en VCP. De bonden zijn wel blij dat het kabinet de plannen rondom de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd wil terugdraaien, maar ook hier laat het kabinet de deur op een kier om in de toekomst toch geld op te halen bij gepensioneerden. Daar valt volgens de bonden niet over te praten. De vakbonden houden de geplande acties op de agenda.
AOW-leeftijd koppelen aan levensverwachting
In eerste instantie wilde het kabinet met de maatregel de kosten van de vergrijzing beperken. De AOW-leeftijd zou vanaf 2033 weer een-op-een gaan meestijgen met de gemiddelde levensverwachting. Er was veel kritiek op dat kabinetsplan. Ook de Tweede Kamer liep niet warm voor dit plan. In de Eerste Kamer is in april zelfs een motie aangenomen om het plan van tafel te krijgen.
De vakbonden zijn ook erg kritisch op andere kabinetsplannen, zoals de versobering van de uitkeringsregelingen voor werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, de WW en de WIA.
‘Onnodige afbraak’
De ingrepen van het kabinet rond sociale zekerheid zijn volgens vakbond FNV niet nodig. De FNV heeft een uitgebreide analyse gemaakt op basis van cijfers van onder meer het Centraal Bureau voor de Statistiek.
“De coalitie claimt dat de sociale zekerheid en AOW onhoudbaar zijn, maar niets blijkt minder waar. De AOW wordt nu als betaalbaarder geraamd dan toen het pensioenakkoord werd afgesloten. De potten voor de WW en WIA zitten vol en zijn ruimvoldoende om de uitkeringen te betalen. De echte reden om de sociale zekerheid als onhoudbaar te presenteren is het ophalen van geld voor defensie. Daar zijn echter ook andere mogelijkheden voor, zoals het opvolgen van de vele adviezen om (inkomen uit) vermogen zwaarder te belasten, in plaats van de lasten keer op keer bij arbeid te leggen.”

