De hogere brandstofprijzen komen voor veel bedrijven bovenop andere kostenstijgingen, zoals hogere lonen. Werkgevers vinden dat de wensen van werknemers voor hogere vergoedingen thuishoren in het cao-overleg. Eventuele compensatie moet bij voorkeur doelgroepgericht zijn. Ook willen zij vooral praten over alternatieven voor autorijden, zoals OV-gebruik, thuiswerken en (e-)fiets. Dit blijkt uit onderzoek van werkgeversorganisatie AWVN onder het Nederlandse bedrijfsleven.
De gevolgen van de brandstofcrisis moeten door alle onderdelen van de samenleving worden gedragen, vinden werkgevers. Zij zien geen taak voor zichzelf om werknemers zonder meer te compenseren, met uitzondering van kosten van dienstreizen. Toch willen veel werkgevers in het cao-overleg hogere reiskostenvergoedingen afspreken als het kabinet de voorgenomen verhoging van de belastingvrije vergoeding (van 23 naar 25 cent) uitvoert.
Hogere onbelaste reiskostenvergoeding
In reactie op het eigen onderzoek en de door het kabinet-Jetten aangekondigde maatregelen vindt AWVN een hogere fiscale vrijstelling een aardige oplossing, maar kritiekpunt is wel dat ook een belastingvrije hogere reiskostenvergoeding extra kosten voor bedrijven oplevert in een periode dat kostenverhogingen toch al de concurrentiepositie van Nederland ondermijnen.
Arbeidsvoorwaardenoverleg
AWVN is van mening dat maatregelen om de gevolgen van duurdere brandstof op te vangen in het arbeidsvoorwaardenoverleg thuishoort en daarbij zeer voorzichtig te werk te gaan. Werkgevers en vakbonden moeten nagaan of een hogere reiskostenvergoeding nodig is en voor wie dan, of er alternatieven voor de auto zijn en wat een hogere vergoeding betekent voor de resterende loonruimte.
Niet volledig voor rekening van werkgevers
AWVN beklemtoont ook dat de gestegen brandstofkosten niet volledig voor rekening van werkgevers kunnen komen. Er is geen financiële ruimte, want het bedrijfsleven wordt zelf hard geraakt door de hoge olie- en gasprijzen.
Effecten voor werknemers
Bij driekwart van de werkgevers ondervinden de werknemers gevolgen van de gestegen brandstofprijzen in relatie tot hun werk, aldus het onderzoek. Het gaat vooral om de hogere kosten voor woon-werkverkeer.
Naast hogere kosten voor woon-werkverkeer geeft bijna de helft van de werkgevers aan dat werknemers ook hogere kosten maken voor zakelijke reizen. Tot drastische maatregelen leidt dit niet, wel wordt meer thuisgewerkt.
Wijziging van het reisbeleid kan vastlopen op de ongunstige ligging van de bedrijfslocatie, ambulant werk of vanwege avond- en nachtdiensten, zo geven veel werkgevers aan.
Huidige vergoedingen
Bijna alle werkgevers hebben nu een kilometervergoeding voor woon-werkverkeer en voor zakelijke reizen. Driekwart heeft een leaseregeling en thuiswerkbeleid, ruim de helft geeft een OV-vergoeding en een derde van de werkgevers geeft een fietsvergoeding of heeft een fietsplan.
€ 0,23 per km
80 procent van de respondenten geeft 23 cent kilometervergoeding voor woon-werkverkeer. De kilometervergoeding voor zakelijke reizen is ook vaak 23 cent. Er zijn echter werkgevers die een hogere vergoeding geven waardoor het gemiddelde uitkomt op 29 cent.
Maatregelen
87 procent van de werkgevers ziet geen aanleiding om nu maatregelen te nemen om werknemers tegemoet te komen betreffende brandstofprijzen. Als dit wel zo is, betreft het meestal om een hogere kilometervergoeding. Andere maatregelen die werkgevers noemen zijn: stimuleren van een ander vervoermiddel, thuiswerken en carpoolen. Ook de werkkostenregeling wordt als optie genoemd.
De meeste werkgevers wachten af hoe de situatie zich ontwikkelt en wat de overheid gaat doen. Verschillende werkgevers geven hierbij aan dat het een tijdelijke situatie betreft en het dus om tijdelijke maatregelen moet gaan. Hun ervaring is echter dat deze in de praktijk vaak moeilijk terug te draaien zijn.
Alle onderdelen van samenleving
Werkgevers geven aan dat alle geledingen van de samenleving de gevolgen van de brandstofcrisis moeten worden gedragen. Zij stellen dat bedrijven in hun bedrijfsprocessen toch al worden geraakt door de hogere brandstofkosten, kosten die komen bovenop de sterke kostenstijgingen van de afgelopen jaren.

