Verrekening van reiskostenvergoeding, de kosten van de tankpas zijn voor rekening van de werkgever.
Waar gaat deze zaak over?
De werknemer is op 1 oktober 2023 bij de werkgever in dienst gekomen als Allround Systeembeheerder voor 40 uur per week voor een salaris van laatst € 2.700 bruto per maand. De werknemer ontving naast het salaris elke maand een reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer van € 401,96 netto. Op 18 of 19 februari 2025 heeft de werknemer van de werkgever een tankpas gekregen, waarvan de werknemer gebruik heeft gemaakt. de werkgever heeft de tankpas op 18 juli 2025 geblokkeerd. Op 1 september 2025 is de arbeidsovereenkomst geëindigd.
De werkgever heeft geen eindafrekening opgesteld. Hij heeft de reiskostenvergoeding voor juni 2025 ingehouden op het salaris van juli 2025, de reiskostenvergoeding voor juli 2025 en augustus 2025 niet betaald.
‘Niet verrekenen of inhouden’
Bij beschikking van 20 oktober 2021 heeft de kantonrechter voor de werknemer een bewind ingesteld. De bewindvoerder vordert onder meer een verklaring voor recht dat de werkgever de tankkosten en reiskostenvergoeding niet mag verrekenen met of mag inhouden op het loon waar de werknemer recht op heeft en te bepalen dat de werkgever de ingehouden en niet betaalde reiskosten en niet betaalde reiskosten moet betalen.
De werkgever stelt daar tegenover dat hij zowel de tankkosten als de vergoeding voor woon-werkverkeer aan de werknemer hoeft te betalen. Hij vordert daarom € 2.811,67 aan teveel betaalde reiskosten terug.
Oordeel kantonrechter
De kantonrechter komt tot het oordeel dat de tankkosten voor rekening van de werkgever zijn, dat de werkgever de reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer voor de maanden dat de werknemer gebruik kon maken van de tankpas mag verrekenen/inhouden.
Tanken met tankpas
De werknemer heeft van de werkgever een tankpas gekregen. De werknemer heeft de tankpas in ieder geval vanaf 19 februari 2025 in zijn bezit gehad.
De werknemer zegt dat de werkgever geen beperkingen aan het gebruik van de tankpas heeft opgelegd. Hij mocht de tankpas als extraatje gebruiken tot het (financieel) weer wat beter met hem ging. De werkgever betwist dit.
De werkgever zegt dat hij de tankpas aan de werknemer heeft gegeven, omdat de werknemer door financiële problemen niet altijd naar zijn werk kon komen, de werkgever de werknemer als IT’er op het werk nodig had, de werknemer met de tankpas kon tanken en op die manier naar kantoor kon komen.
Geen duidelijke afspraak
De tankpas is alleen voor het woon-werkverkeer gegeven en dit is ook tegen de werknemer gezegd, aldus de werkgever. De werkgever heeft deze afspraak niet onderbouwd. Dat hij met de werknemer een duidelijke afspraak over het gebruik van de tankpas heeft gemaakt en de werkgever aan dat gebruik de voorwaarde heeft gesteld dat de tankpas alleen voor woon-werkverkeer mocht worden gebruikt blijkt daardoor nergens uit.
Tankpas terugvorderen mag niet
Daarnaast heeft de werkgever, nadat hij constateerde dat de tankpas meer werd gebruikt dan alleen voor woon-werkverkeer, de werknemer niet direct gevraagd de tankpas in te leveren. Pas op 18 juli 2025 en dus vijf maanden nadat de tankpas aan de werknemer is gegeven en onbeperkt door de werknemer werd gebruikt, heeft de werkgever de tankpas geblokkeerd. Dit duidt niet op de door de werkgever gestelde duidelijke afspraak. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever de tankkosten niet kan terugvorderen en dus niet mag verrekenen. Die kosten zijn voor rekening van de werkgever.
Reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer
De kosten die met de tankpas zijn gemaakt, zijn voor rekening van de werkgever. Hij meent dat hij de reiskostenvergoeding voor het woon-werkverkeer mag verrekenen dan wel mag inhouden. De kantonrechter is dat met de werkgever eens.
De bewindvoerder stelt dat de tankkosten niets afdoen aan de contractuele verplichting van de werkgever om de reiskostenvergoeding te betalen, maar die stelling kan niet slagen. De werkgever zou in dat geval namelijk dubbele kosten voor het woon-werkverkeer aan de werknemer moeten betalen en dat kan niet de bedoeling zijn.
De werknemer kan geen aanspraak maken op zowel de kosten van de tankpas als de reiskostenvergoeding voor het woon-werkverkeer. De werkgever mag de betaalde reiskostenvergoeding voor het woon-werkverkeer voor de periode dat de werknemer van de tankpas gebruik heeft kunnen maken daarom verrekenen/inhouden.
De werkgever mag de reiskostenvergoeding voor de periode van 19 februari 2025 tot 18 juli 2025 en dus een periode van vijf maanden verrekenen/inhouden. Dit betekent een bedrag van (5 x € 401,96 = ) € 2.009,80.
Uitspraak Rechtbank Midden-Nederland, 8 juli 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:4508

