Het kabinet komt met zijn eerste Voorjaarsnota, inclusief de Startnota. De Startnota stelt de begrotingsregels en jaarlijkse uitgavenplafonds en inkomstenkaders voor de komende kabinetsperiode vast. Het begrotingstekort is volgend jaar hoog, maar blijft onder de 3% van het bbp. Het kabinet richt zich op een lager saldo van -2,1% in 2030.
Op basis van de meest recente economische raming van het Centraal Planbureau zijn de financiële kaders voor de komende jaren vastgelegd. Hierin zijn ook enkele tegenvallers verwerkt, waaronder in de arbeidsongeschiktheid.
Minister Heinen van Financiën: “Deze Voorjaarsnota is een vertaling van de financiële afspraken uit het coalitieakkoord. Nederland staat voor grote uitdagingen. Het kabinet gaat hiermee aan de slag, terwijl we de overheidsfinanciën op orde houden. Dit zorgt naast economische stabiliteit voor het behoud van financiële buffers. De economische vooruitzichten zijn echter onzeker, onder andere vanwege de oorlog in het Midden-Oosten. Hierop moeten we ons voorbereiden.”

Toelichting maatregelen
Het gaat om de volgende relevante maatregelen.
Vrijheidsbijdrage burgers
Van burgers wordt een bijdrage gevraagd voor onze veiligheid. Deze vrijheidsbijdrage wordt gevraagd via de tabelcorrectiefactor die beperkt toegepast wordt in de inkomstenbelasting in 2027 en 2028. De vrijheidsbijdrage voor burgers bedraagt 1,5 miljard euro in 2027 en vanaf 2028 structureel 3,4 miljard euro.
Vrijheidsbijdrage bedrijven
De vrijheidsbijdrage voor bedrijven is ingevuld als taakstellende verhoging van de aof-premie (met dezelfde verhouding tussen het lage en hoge tarief). Over de invulling zal overleg plaatsvinden met ondernemersorganisaties mede in het licht van het vestigingsklimaat. De vrijheidsbijdrage voor bedrijven bedraagt 1,5 miljard euro in 2027 en vanaf 2028 structureel 1,7 miljard euro.
Bevriezen aftoppingsgrens voor 6 jaar
Het maximum pensioengevend loon wordt per 2027 voor een periode van zes jaar niet geïndexeerd. Hierdoor blijft het maximum tot en met 2032 bevroren op 137.800 euro. Dit is het niveau van 2026. Dit betekent dat de subsidiering van de pensioenopbouw van de hoogste inkomens beperkt wordt.
Doorwerking verlagen maximumdagloon op werkgeverspremies
De koppeling met het maximum premieloon blijft behouden. Dit resulteert in minder premie-inkomsten voor de overheid. Om te zorgen voor een verbetering van het EMU-saldo komt hier een lastenverzwaring tegenover te staan.
Amendementen Belastingplan 2026 en nota’s van wijziging
De aangenomen amendementen bij het Belastingplan leiden tot een derving aan de inkomstenkant in voornamelijk 2026 en 2027. Bij de behandeling van het wetsvoorstel BP26 zijn er negen amendementen aangenomen.
Uitstel pensioen bedrag ineens
De invoering van de Wet herziening bedrag ineens wordt uitgesteld van 1 juli 2026 naar 1 januari 2029. Dit leidt tot een derving in 2026, 2027 en 2028.
Herijking: invoeren pseudo-eindheffing voor fossiele zakelijke personenauto’s
In de Miljoenennota 2026 zijn de budgettaire gevolgen verwerkt van het invoeren van een pseudo-eindheffing voor fossiele zakelijke personen auto’s. Hierbij is een afrondingsfout gemaakt bij de bedragen voor 2029 t/m 2031. Met deze herijking wordt dit hersteld.
Maatregelen voorjaar
Het verwerken van de doorwerking van de besluitvorming over de zorguit gaven op het inkomstenkader, is een vast onderdeel van iedere inkomsten besluitvorming.
Zorgpremie-ontwikkeling
Er is sprake van een meevaller in de uitgaven aan de Zvw. Dit leidt tot lagere premies. De meevaller wordt ingezet om tegenvallers aan de uitgavenkant op te vangen. Om een negatief effect op het EMU-saldo te voorkomen, zijn compenserende lastenverzwaringen noodzakelijk.
De compenserende lastenverzwaring verloopt via de eerste twee schijven van de inkomstenbelasting (voor het deel dat huishoudens afdragen) en de Aof-premie (voor het deel dat bedrijven afdragen).

Tegenvallers
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
De uitgaven aan de WIA worden opwaarts bijgesteld met 285 miljoen euro in 2026 en 1065 miljoen euro in 2031. Dit betreft een samengesteld effect van een meevaller op de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) en een grotere tegenvaller op de Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeids ongeschikten (WGA).
Het grootste deel van de stijgende WIA-uitgaven wordt veroorzaakt door de stijging van het aantal aanvragen, vooral door een toename van het aantal mensen met psychische aandoeningen op basis van recente realisaties. Naast de stijgende instroom leiden langere wachttijden voor WIA-beoordelingen tot hogere uitgaven.
Ziektewet
De uitgaven aan de ZW worden in 2026 met circa 195 miljoen euro opwaarts bijgesteld. Dit komt voornamelijk door de bijstelling van het ZW-volume, waarbij mensen met een aflopend dienstverband en zwangere mensen naar verwachting vaker een ZW-uitkering ontvangen.
Verlofregelingen
De uitgaven voor de verlofregelingen worden opwaarts bijgesteld met circa 149 miljoen euro in 2026 tot circa 164 miljoen euro in 2031. Deze opwaartse bijstelling is het per saldo effect van een hogere gemiddelde prijs (WAZO, WIEG en WBO), een hoger gebruik van de WIEG en WBO, en een neerwaartse bijstelling van de ZEZ. De neerwaartse bijstelling van de ZEZ is vooral het gevolg van een neerwaartse bijstelling van het volume.
Uitvoeringskosten UWV
Op basis van de macro-economische verwachtingen van het CPB in de CEPraming en de januarinota van het UWV worden de uitvoeringskosten van het UWV naar boven bijgesteld. De uitvoeringskosten nemen toe doordat de raming van het aantal aanvragen en continueringen van uitkeringsregelingen naar boven is bijgesteld.
Algemene Ouderdomswet
Op basis van uitvoeringsinformatie van de SVB over 2025 en de CBS-bevolkingsprognose 2025-2070 wordt de raming voor de verwachte uitkeringslasten van de Algemene Ouderdomswet (AOW) meerjarig opwaarts bijgesteld. Dit is voornamelijk het gevolg van een opwaartse bijstelling van het aantal personen met een AOW-uitkering.
CRTV langdurige arbeidsongeschiktheid
De uitgaven aan de compensatieregeling transitievergoeding langdurige arbeidsongeschiktheid (CRTV-LAO) worden bijgesteld. Vanaf 2026 is het volume van de regeling hoger dan verwacht en de prijs lager. Per saldo leidt dit tot hogere structurele kosten.
Daarnaast zorgen nieuwe inzichten over de gemiddelde arbeidsduur en loon bij kleine werkgevers voor tot een neerwaartse bijstelling van de prijs. Per saldo leiden de bijstellingen tot een meevaller in de eerste jaren (tot en met 2028) en een kleine tegenvaller in de jaren daarna.
Overige tegenvallers
Onder deze post vallen meerdere tegenvallers van beperkte budgettaire omvang. De grootste tegenvaller binnen deze post van de CRTV bedrijfsbeëindiging. Op basis van uitvoeringsinformatie van UWV worden de uitgaven hieraan neerwaarts bijgesteld in 2026 tot en met 2028 en opwaarts vanaf 2029.
Intensiveringen
Uitspraak loonloze tijdsvakken
De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft medio 2024 vastgesteld dat bij het bepalen van het dagloon voor de Wet Werk en Inkomen naar Arbeids vermogen (WIA) alle perioden zonder loon – de zogenoemde loonloze tijdvakken, waarin geen inkomen is ontvangen – buiten beschouwing moeten blijven. Hierdoor vallen sommige WIA-uitkeringen structureel hoger uit. Het UWV is momenteel bezig met een herstelactie om dit te corrigeren.
In eerdere ramingen was geen rekening gehouden met uitkeringsgerechtigden die hun uitkering 4-wekelijks ontvangen. Voor deze groep wordt nu extra geld vrijgemaakt. De kosten hiervan bedragen 34 miljoen euro in 2026 en 22 miljoen euro in 2031.
Uitstel afschaffing tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten
Het wetsvoorstel afschaffing tegemoetkoming arbeidsongeschikten wordt vanwege de val van het kabinet uitgesteld van 2027 naar 2028. Hierdoor ontvangen mensen met een Wajong-, WAO/WAZ of WIA-uitkering nog een tegemoetkoming in 2027.
Ombuigingen
WIA: IVA afschaffen (inclusief taakherschikking UWV)
Om de wachtlijsten, complexiteit en uitvoeringsproblemen bij het UWV te verminderen wordt het duurzaamheidscriterium in de wet WIA (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen) afgeschaft, waardoor de Inkomens voorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) vervalt voor nieuwe aanvragers. Deze maatregel gaat in per 2030. Bestaande IVA-gerechtigden op moment van invoering houden dus recht op hun IVA-uitkering.
Door de afschaffing van de IVA zullen meer mensen een (hogere) aanvulling via de Toeslagenwet ontvangen. Ook wordt geld vrijgemaakt voor taakher schikking bij sociaal-medische beoordelingen van UWV.
Vrijval uitvoeringskosten WIA herstelacties
De eerdere reservering voor de uitvoeringskosten van de herstelactie WIAdaglonen en de actie loonloze tijdvakken komt te vervallen. UWV kan de uitvoeringskosten binnen het huidige uitvoeringsbudget opvangen.
Vervallen Compensatieregeling transitievergoeding
In het coalitieakkoord 2026-2030 is afgesproken dat de Compensatieregeling transitievergoeding vervalt voor alle werkgevers met ingang van 2028.
Verlagen maximumdagloon
In het coalitieakkoord 2026-2030 is afgesproken dat per 2029 het maximumdagloon met 20% wordt verlaagd. Dit betekent dat de hoogste inkomens een lagere uitkering krijgen.
Hervorming WW
In het coalitieakkoord 2026-2030 is afgesproken dat de maximale WW-duur per 1 januari 2028 wordt beperkt tot één jaar. Dit vervangt het huidige voornemen om de maximale WW-duur van 24 naar 18 maanden te verkorten.
Op 1 januari 2030 wordt de WW-uitkering in de eerste twee maanden verhoogd naar 80% van het oude loon. Tegelijkertijd wordt de referte-eis verscherpt naar 42 van de 52 weken gewerkt en gaat de opbouw van WW-rechten naar een halve maand per gewerkt jaar. Dit levert een structurele besparing op, oplopend tot 1,5 miljard euro.
Het budgettaire effect betreft de besparing op de WW-uitkering, de WGA-uitkering en uitvoeringskosten van UWV.
Ombuiging re-integratiemiddelen
In het coalitieakkoord 2026-2030 is afgesproken dat een ombuiging plaatsvindt op de re-integratiebudgetten. Deze middelen worden ingezet voor het bevorderen van leven lang ontwikkelen en van werk naar werktrajecten en het verstevigen van de stimulansen in het stelsel.
Overige ombuigingen
Onder deze post vallen ombuigingen van beperkte budgettaire omvang. De post bevat onder andere een ombuiging door het uitstellen van het in werking treden van het Wetsvoorstel personeelsbehoud bij crisis (Wpc).



