Wat staat er in het coalitieakkoord ‘Aan de slag’ wat relevant is voor salarisprofessionals? Let wel, het betreft hier plannen van een minderheidskabinet waarvoor D66, VVD en CDA een meerderheid moeten vinden in de Tweede en Eerste Kamer. In hoeverre de plannen ook daadwerkelijk doorgang vinden is dus afwachten.
Plannen zijn onder meer:
- hervorming van de transitievergoeding (compensatie transitievergoeding bij ziekte voor alle werkgevers afschaffen);
- aanpak schijnzelfstandigheid: invoering wetsvoorstel Vbar wat betreft rechtsvermoeden van werknemerschap en daarnaast invoering van Zelfstandigenwet;
- 1-op-1 koppeling AOW-leeftijd aan levensverwachting per 1 januari 2033;
- WW-uitkering wordt hoger in het begin en verkort naar één jaar;
- IVA voor nieuwe gevallen wordt afgeschaft;
- vereenvoudiging werkkostenregeling;
- maximum dagloon met 20% omlaag per 2029.
Wat wil het nieuwe kabinet?
“Het is tijd om aan de slag te gaan voor een beter Nederland. D66, VVD en CDA willen daar de komende jaren werk van maken, samen met anderen en op de manier die past bij ons land.”
“Dit is een akkoord van keuzes en ambities die door taai en hard werken ook echt waargemaakt kunnen worden. Daar hoort bij dat Nederland de komende jaren af en toe pas op de plaats durft te maken voor iets groters en beters op langere termijn; in de wetenschap dat elke euro maar een keer kan worden uitgegeven, ten gunste van volgende generaties.”
“We gaan het mes zetten in onnodig ingewikkelde regelingen voor burgers en bedrijven. De overheid moet dingen makkelijker maken in plaats van moeilijker. En bovenal willen we eraan bijdragen dat de onderwijzer, de politieman, de verpleegkundige, de winkelier en al die andere mensen die ons land elke dag draaiende houden hun eigen toekomst met een gevoel van zekerheid tegemoet kunnen zien.”
“Voor ons is dit hoe Nederland zou moeten moet zijn: een land van kansen voor iedereen, ongeacht leeftijd, afkomst, gezondheid of inkomen. Een ondernemend land waarin iedereen zijn eigen keuzes mag maken, maar nooit ten koste van een ander.”
“Wij staan klaar om aan de slag te gaan en te bouwen aan een sterker Nederland.”
Werk en zekerheid
Wat staat er in het coalitieakkoord in de paragraaf Werk en zekerheid?
“We vinden het belangrijk dat werk meer gaat lonen en perspectief biedt: een fatsoenlijk inkomen, zekerheid bij tegenslag en kansen om mee te groeien in een economie en arbeidsmarkt die snel veranderen. We hebben oog voor de koopkracht van mensen. En wie niet kan werken, moet kunnen vertrouwen op een goed stelsel van sociale zekerheid.”
“De economie verandert snel, mede door de opkomst van AI en andere technologische veranderingen, en daarmee verandert ook de arbeidsmarkt. Dit leidt tot onzekerheid bij mensen over hun werk en inkomen. Tegelijkertijd hebben werkgevers grote personeelstekorten en zien ze dat cruciale vacatures open blijven staan. (…) Meer beweging is nodig om onze economie concurrerend te houden en mensen werk- en
inkomenszekerheid te kunnen bieden. Daar komt bij dat Nederland vergrijst en het aantal arbeidsongeschikten toeneemt. Dit zet druk op de houdbaarheid van onze waardevolle sociale voorzieningen.”
Aanbevelingen SER
Het kabinet geeft vrijwel volledig gehoor aan de aanbevelingen die de SER aan de drie partijen heeft gedaan:
- Afronding van het arbeidsmarktpakket dat voorkomt uit het SER MLT-advies 2021-2025.
- Implementatie van het Pensioenakkoord en het akkoord ‘Gezond naar het pensioen’.
- Het verbeteren van de positie van internationale arbeidskrachten, en het verminderen van de vraag naar laagbetaalde arbeid.
- Het verhogen van de arbeidsproductiviteit.
Werkagenda korte termijn
- Het kabinet werkt aan voorstellen om loondoorbetaling bij ziekte meer werkbaar te maken voor werkgevers, met name in het mkb.
- Om de administratieve lasten te beperken neemt het kabinet (bureaucratische) belemmeringen weg die nu in de Wet Verbetering Poortwachter zitten, zoals bepaalde rapportageverplichtingen, aan de voorkant zoveel mogelijk de onzekerheid wegnemen over sancties, meer helderheid te verschaffen in verplichtingen en meer maatwerk en contactmogelijkheden tussen werkgever en werknemer toe te staan. Doel hiervan is ook om snelle re-integratie te bevorderen en werkgevers en werknemers stimuleren te werken aan herstel.
- De collectieve arbeidsovereenkomst (cao) is en blijft een belangrijke pijler onder arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden. Daarom is het belangrijk om het draagvlak voor cao’s te vergroten en het instrument te moderniseren. In de brede aanpak om regeldruk te verminderen bespreekt het kabinet samen met de sociale partners hoe onnodige regeldruk binnen de cao’s kan worden verminderd. Ook wordt gekeken naar waar de dispensatiemogelijkheid knelt met nieuwe innovatieve bedrijfstakken en naar het breder betrekken van niet-vakbondsleden waarbij we concurrentie op arbeidsvoorwaarden voorkomen. Het advies van de Stichting van de Arbeid inzake cao’s dient hierbij als vertrekpunt.
- Actief aan de slag met het einde maken aan arbeidsmarktdiscriminatie. Werkgevers moeten hun verantwoordelijkheid nemen in het beëindigen van discriminatie op de werkvloer en bij werving en selectie. Het kabinet gaat zo snel mogelijk hierover in gesprek met de Kamer.
- Pilot van drie jaar voor een programma dat gericht is op het, onder strenge voorwaarden, actief en gericht naar Nederland halen van goed geschoolde krachten die hier toegevoegde waarde in vooraf afgebakende sectoren hebben. Onderdeel van deze voorwaarden zijn een salariseis en huisvestingseis, en een maximale termijn van drie jaar. Voor deze pilot komen in ieder geval kandidaat EU-lidstaten in aanmerking.
- Productiviteit in belangrijke sectoren verhogen, van koplopers tot mkb. Via publiek-private samenwerking ondersteunt het kabinet bedrijven bij digitalisering, automatisering en slimmer werken. Verder op het ingeslagen pad van de productiviteitsagenda.
Zelfstandig werkenden
- Een steeds groter wordende groep zelfstandig werkenden hoort bij de moderne arbeidsmarkt waarin de wens naar autonomie toeneemt. Deze groep wil het kabinet de ruimte en duidelijkheid geven die ze verdienen. Daarom wordt de Zelfstandigenwet zo snel mogelijk worden ingevoerd. Dat gebeurt gefaseerd om in het tijdpad rekening te houden tijdpad met Europese verplichtingen. Gestart wordt met het invoeren van het rechtsvermoeden van werknemerschap uit de Vbar (verduidelijkingsdeel wordt dus geschrapt), samen met de sectorale rechtsvermoedens en toetsingscommissie uit de Zelfstandigenwet. Daarna dient het kabinet zo snel mogelijk de rest van de Zelfstandigenwet in.
- Voorzetting behandeling van de wet Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ) met de mogelijkheid om privaat te verzekeren (opt out), zoals afgesproken in het pensioenakkoord.
- Het kabinet wil stimuleren dat mensen in dienst blijven in (semi-)publieke sectoren zoals
zorg en onderwijs. Daarom bevordering van goed werkgeverschap, onder andere door
sociale innovatie. SER-advies hierover is het uitgangspunt.
Van werk naar werk in veranderende arbeidsmarkt
- Het kabinet biedt meer ruimte voor de menselijke maat in het afspiegelingsbeginsel bij ontslagprocedures waarbij persoonlijke omstandigheden meer meegewogen kunnen worden. In dit kader doet het kabinet ook een beroep op werkgevers door het concurrentiebeding te moderniseren zodat werknemers meer ruimte krijgen.
- Arbeidsmarkten verschillen per regio: daarom blijft het kabinet inzetten op een aanpak via
arbeidsmarktregio’s en Werkcentra waarin onder meer gemeenten, UWV en sociale partners samenwerken om gedifferentieerde dienstverlening en maatwerk te bieden die aansluit bij lokale arbeidsmarkt en inwoners - Investeren in Leven Lang Ontwikkelen. Werknemers staan zo sterk in een snel veranderende economie. Op de korte termijn gebeurt dit door een nieuwe regeling op te richten die gericht wordt ingezet door te kijken naar bijvoorbeeld tekortsectoren en kansrijke beroepen (zoals bijvoorbeeld het UWV in beeld brengt). Ondertussen wordt gewerkt naar een stelsel van individuele
leerrechten. Mensen die het meest baat hebben bij om- en bijscholing (zoals mbo’ers en mkb’ers) kunnen daar ook het meest gebruik van maken. - Hervorming transitievergoeding: deze moet doen waar de vergoeding voor bedoeld is, namelijk de transitie van werk naar werk. De transitievergoeding wordt daarom in ieder geval qua besteedbaarheid gekoppeld aan de (nieuwe) LLO-infrastructuur.
Werkgevers die tijdig en voldoende hebben geïnvesteerd in bijscholing, omscholing of zich maximaal inzetten rondom de re-integratieverplichtingen uit de Wet poortwachter hebben lagere tot helemaal geen verplichtingen ten aanzien van de nieuwe transitievergoeding. De verwachting is dat werkgevers en werknemers ook hun steentje bijdragen onder andere door de middelen in de O&O-fondsen breder en flexibeler in te zetten.
De compensatie voor de transitievergoeding na twee jaar ziekte wordt afgeschaft voor alle werkgevers. - WW wordt meer activerend en passend bij een nieuw stelsel van werk naar werk en leven lang ontwikkelen. De WW-uitkering wordt daarom hoger in het begin en verkort naar één jaar. Werkenden hebben daardoor meer financiële zekerheid en rust om snel passend nieuw werk te vinden. Wel staat daartegenover dat de eisen qua opbouw van rechten en verzilvering wat worden aangescherpt.
- Aanpak arbeidsongeschiktheidsstelsel. Hierbij is een onderscheid tussen de korte en lange termijn. Allereerst wordt opvolging gegeven aan adviezen van experts op het gebied van de uitvoerbaarheid en menselijke maat van het stelsel. Geïnvesteerd wordt in taakherschikking, meer handhaving op preventie door de Arbeidsinspectie, betere samenwerking tussen verzekerings- en bedrijfsarts, meegroeiende re-integratie en gaan we meer voorwaarden stellen aan WIA-herbeoordelingen. Ook wordt het advies opgevolgd door de IVA voor nieuwe gevallen af te schaffen, zodat de WIA niet op korte termijn onuitvoerbaar wordt. Ook voor het arbeidsgeschiktheidsstelsel geldt dat het kabinet het activerender willen maken waar dat op een menselijke manier mogelijk is.
Wat nog meer?
- De kinderbijslag en het kindgebonden budget worden samengevoegd in één kindregeling met een hoger vast en een lager variabel bedrag. Dat verhoogt zekerheid. Door de regeling bij één uitvoerder neer te leggen, wordt de regeling eenvoudiger. Ouders doen maar één aanvraag, en de bedragen worden maandelijks gezamenlijk gestort.
- Stapsgewijs beperken van de veelheid aan inkomensafhankelijke regelingen in de fiscaliteit, te beginnen met de heffingskortingen.
- Uitbreiding laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen uit en elektrisch rijden fiscaal aantrekkelijk houden. Stimulering gebruik van deelauto’s, fiets en openbaar vervoer.
- Indexering huidige eigen risico en verhoging van het eigenrisico met €60 per 2027. Er wordt voor gezorgd dat je nooit in een keer het hele eigen risico kwijt bent maar maximaal 150 euro per behandeling.
- Extra oog voor chronisch zieken en mensen met een beperking, zowel financieel als in
de dagelijkse praktijk. - Verlaging brandstofaccijns (benzine). Daarnaast wordt een toekomstbestendige hervorming van de autobelasting onderzocht naar oppervlakte of omvang binnen de mrb, waarbij de voorwaarde is dat automobilisten er niet op achteruit mogen gaan.
Samenwerkingsagenda middellange termijn
Het kabinet gaat aan de slag met sociale partners voor een arbeidsmarkt op middellange termijn. Dit wil het kabinet doen:
- Werkzekerheid voor mensen met een baan en wendbaarheid voor ondernemers. Het kabinet kijkt waar flex momenteel té flex is en waar vast nu belemmerend vast is, en hervormen dit waar nodig. Belangrijke randvoorwaarden zijn dat er voor werkgevers, met name in het mkb en startups, meer wendbaarheid is om mee te bewegen met economische ontwikkelingen.
- Voor werknemers en mensen die werk zoeken stelt het kabinet de randvoorwaarde dat een
arbeidsmarktpakket het voldoende aantrekkelijk moet maken om nieuwe banen te creëren om werkzekerheid te bevorderen, met name in het mkb en in de sectoren van de toekomst. - Samenwerken aan een sociale zekerheid die begrijpelijk en betrouwbaar is voor
mensen, en werkbaar en robuust voor de uitvoering. Daarom wordt gekozen voor een
fundamentele herziening van het stelsel van ziekte en arbeidsongeschiktheid. Het kabinet wil
toewerken naar een stelsel waarin de primaire focus ligt op goede en snelle begeleiding naar werk. Uitgangspunt hierbij is dat investeren in re-integratie gaat lonen en de overheid een zeker en fatsoenlijk vangnet biedt aan iedereen die dat niet kan. Deze re-integratie begint al tijdens de eerste ziekteperiode. Ook hoort hier een beter aanbod en betere integratie van regionale werkcentra bij. - Samen met werkgevers en werknemers wordt ingezet op preventie om gezond werken
te stimuleren en de instroom in arbeidsongeschiktheidsregelingen te verkleinen. Belemmeringen tot werken of bijverdienen worden weggenomen, zoals door de uitwerking van een terugvaloptie. Dit nieuwe stelsel moet ook werkgeverschap aantrekkelijker maken. - De route van werk naar werk stimuleren. Bij (dreigend) ontslag, maar ook als het werk te zwaar wordt of mensen een andere loopbaanstap willen nemen, wordt dit de hoofdroute.
- Het kabinet koppelt de AOW-leeftijd per 1 januari 2033 direct aan het stijgen van de levensverwachting om de AOW ook in de toekomst betaalbaar te houden. Daarbij is oog voor de mensen met een zwaar beroep die niet in staat zijn om langer door te werken.
Tot slot vermindert het kabinet de komende zes jaar de fiscale subsidiering van het aanvullend pensioen voor de hoogste inkomens. Zo vraagt het kabinet van iedereen een bijdrage bij het in stand houden van onze sociale voorzieningen.
Goede balans tussen werk en privé
- Het kabinet gaat ongewijzigd door met bijna gratis kinderopvang voor werkende ouders. Met
het afschaffen van de kinderopvangtoeslag wordt de grootste onzekerheid in de portemonnee van werkende ouders weggenomen. - Meer werken loont. Onorthodoxe maatregelen om dit te realiseren worden onderzocht, zoals het versoepelen van de Wet onderscheid arbeidsduur (voltijdsbonus), een arbeidskorting per uur en een meerurenvoordeel.
- Het moet eenvoudiger worden om werk met een gezin en zorg te kunnen combineren. Vereenvoudiging verlofstelsel met het SER-advies ‘Balans in maatschappelijk verlof’ als startpunt.
Ondernemerschap
De Aanpak Regeldruk wordt doorgezet. Jaarlijks schrapt of vereenvoudigt het kabinet minimaal 500 regels.
Ondernemers kunnen alleen ondernemen met stabiel beleid en stabiele belastingen. Met het oog op een gelijk speelveld wil het kabinet regelingen behouden die belangrijk zijn voor bedrijven. Denk aan de expatregeling en WBSO. Fiscale regelingen voor ondernemers, zoals de WBSO en werkkostenregeling, worden minder complex gemaakt waardoor er minder administratieve lasten zijn. Voor dga’s moet de belastingdruk in evenwicht zijn.
Start- en scaleups moeten kunnen groeien in Nederland. Het kabinet maakt het daarom makkelijker om medewerkers deels te betalen in aandelen(opties) en breidt opties uit om financiële medewerkersparticipaties fiscaal voordelig te verstrekken.
Werkgevers krijgen de ruimte om werknemers te helpen met het sneller aflossen van hun studieschuld door gebruik van de werkkostenregeling.
Ruimte voor zzp’ers. Aanpak schijnzelfstandigheid door de conceptwet Vbar die hierover gaat over te splitsen en een rechtsvermoeden van werknemerschap in te voeren. Het overgebleven deel van de Vbar vervangen we zo snel mogelijk door de Zelfstandigenwet.
Werkgevers die arbeidsmigranten willen inzetten hebben rekening te houden met de beschikbaarheid van woonvoorzieningen in de regio. Als deze niet aanwezig zijn is de werkgever zelf verantwoordelijk voor het treffen van deze voorzieningen.
Stimulans duurzaam en verantwoord ondernemerschap. Het kabinet neemt het ‘rentmeestervennootschap’ op in de wet als rechtsvorm voor bedrijven. Verlaging administratieve lasten en kosten voor bedrijven die duurzaam willen ondernemen.
Budgettaire tabel
Uit de budgettaire tabel:
WIA: IVA afschaffen (incl. taakherschikking UWV)
Om de wachtlijsten, complexiteit en uitvoeringsproblemen bij het UWV te verminderen wordt het duurzaamheidscriterium in de WIA afgeschaft, waardoor de IVA-uitkering vervalt voor nieuwe aanvragers. Deze maatregel gaat in per 2030.
Vervallen Compensatieregeling transitievergoeding
De transitievergoeding wordt momenteel te vaak niet ingezet waar deze voor bedoeld is, namelijk de transitie van werk naar werk. De compensatie voor werkgevers bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid vervalt voor alle werkgevers met ingang van 2028. Dit hangt samen met het anders vormgeven van de transitievergoeding.
Verlagen maximum dagloon met 20% per 2029
Met deze maatregel wordt per 2029 het maximum dagloon voor alle relevante uitkeringsregelingen verlaagd met 20%. Dit betekent dat de hoogste inkomens een lagere uitkering krijgen. De koppeling met het maximum premieloon blijft behouden, wat resulteert in minder premie-inkomsten voor de overheid.
Duurverkorting 12 maanden (per 2028). Aanscherpen referte-eis, vertraagde opbouw, 80%
uitkeringshoogte in de eerste twee maanden (per 2030).
De maximale WW-duur wordt per 1 januari 2028 beperkt tot één jaar. Dit vervangt het huidige voornemen om de maximale WW-duur van 24 naar 18 maanden te verkorten.
Op 1 januari 2030 wordt de WW-uitkering in de eerste twee maanden verhoogd naar 80% van het oude loon. Daarnaast wordt de referte-eis verscherpt naar 42 van de 52 weken gewerkt en gaat de opbouw van WW-rechten naar een halve maand per gewerkt jaar. Door de doorwerking van de WW naar de WIA heeft deze maatregel ook gevolgen voor de loongerelateerde WGA-uitkering. Het kabinet gaat met sociale partners in gesprek over de invulling en uitwerking van deze maatregelen over WW, transitievergoeding en van werk naar werk binnen de financiële kaders.
Bevriezen aftoppingsgrens voor 6 jaar
Het maximum pensioengevend loon wordt per 2027 voor een periode van zes jaar niet geïndexeerd. Hierdoor blijft het maximum tot en met 2032 bevroren op € 137.800. Dit is het niveau van 2026. Dit betekent dat de subsidiering van de pensioenopbouw van de hoogste inkomens beperkt wordt.
1-op-1 koppeling AOW-leeftijd aan levensverwachting per 1-1-2033
Het kabinet gaat in 2033 over naar een 1-op-1 koppeling van de AOW aan de levensverwachting. Nu is de AOW-leeftijd voor twee-derde gekoppeld aan de levensverwachting. Door deze maatregel stijgt de AOW-leeftijd weer 100 procent mee met de verdere levensverwachting. De hoogte van de AOW-uitkering blijft ongewijzigd en groeit mee met de welvaartsontwikkeling.
Vrijheidsbijdrage burgers
Van burgers wordt een bijdrage gevraagd voor onze veiligheid. Deze vrijheidsbijdrage wordt
gevraagd via de tabelcorrectiefactor die beperkt toegepast wordt in de inkomstenbelasting in
2027 en 2028. De vrijheidsbijdrage voor burgers bedraagt 1,5 miljard euro in 2027 en vanaf
2028 structureel 3,4 miljard euro.
Vrijheidsbijdrage bedrijven
De vrijheidsbijdrage voor bedrijven is ingevuld als taakstellende verhoging van de aof-premie (met dezelfde verhouding tussen het lage en hoge tarief). Over de invulling zal overleg plaatsvinden met ondernemersorganisaties mede in het licht van het vestigingsklimaat. De vrijheidsbijdrage voor bedrijven bedraagt 1,5 miljard in 2027 en vanaf 2028 structureel 1,7 miljard euro.
Aan de slag – Coalitieakkoord aan de slag 2026-2030
Budgettaire tabel en bijlage bij Aan de slag, het coalitieakkoord tussen D66, VVD en CDA

