De kantonrechter wijst de vordering tot vermeerdering van de arbeidsduur op grond van artikel 2 Wet flexibel werken toe. Dat de werknemers na uitbreiding van de arbeidsomvang recht hebben op meer verlofuren op grond van de Roostervrije seniorendagen (RSD)-regeling, levert geen misbruik van recht op in de zin van artikel 3:13 BW. De supermarkt heeft ook geen zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang dat aan toewijzing van de vordering in de weg staat.
Wet flexibel werken
Op grond van artikel 10.7 van de cao worden verzoeken van werknemers om uitbreiding van contracturen beoordeeld in het kader van de Wet flexibel werken (Wfw). In artikel 2 lid 1 Wfw staat dat de werknemer de werkgever kan verzoeken om aanpassing van zijn arbeidsduur, als de werknemer ten minste 26 weken voorafgaand aan het beoogde tijdstip van ingang van de aanpassing in dienst is bij die werkgever.
De werkgever kan het verzoek van de werknemer weigeren als bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten (artikel 2 lid 5 Wfw). Bij vermeerdering van de arbeidsduur is in elk geval sprake van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang, als de vermeerdering leidt tot ernstige problemen:
- van financiële of organisatorische aard,
- wegens het niet voorhanden zijn van voldoende werk, of
- omdat de vastgestelde formatieruimte of personeelsbegroting daartoe ontoereikend is (artikel 2 lid 10 Wfw).
Het meest verstrekkende verweer van de supermarkt is echter dat de werknemers misbruik maken van recht door te verzoeken om uitbreiding van hun arbeidsduur.
Roostervrije seniorendagen (RSD)
De supermarkt heeft ook nog betoogd dat de RSD-regeling is bedoeld voor oudere werknemers die langdurig en structureel fulltime fysiek en/of mentaal belastend werk hebben verricht. De supermarkt heeft echter ook erkend dat in de cao die van toepassing is op het verzoek van de werknemers, dit niet als voorwaarde bij de RSD-regeling is opgenomen en dat zij bij het sluiten van de cao niet heeft voorzien dat dit tot gevolg heeft dat werknemers, zoals de betreffende werknemers, op basis van die cao een verzoek om uitbreiding van hun arbeidsduur kunnen doen, en ongeacht de duur van het fulltime dienstverband direct aanspraak kunnen maken van de RSD-regeling.
Een en ander is in de cao Logistiek 2025/2026 verduidelijkt maar die regeling mist toepassing in deze zaak. Nu de supermarkt hieraan verder geen rechtsgevolg heeft verbonden laat de kantonrechter de doelstelling van de RSD-regeling verder buiten beschouwing.
Uitbreiden arbeidsduur om meer te verdienen
De supermarkt voert aan dat de Wfw werknemers de bevoegdheid geeft om te verzoeken om aanpassing van hun arbeidsduur om zo het werk beter te laten aansluiten bij het privéleven.
Volgens de supermarkt zou het doel van de Wfw niet zijn het uitbreiden van de arbeidsduur om bepaalde financiële voordelen te genieten. De kantonrechter kan de supermarkt hierin niet volgen.
Er zijn naar verwachting weinig tot geen werknemers te vinden die graag meer willen werken terwijl de financiële voordelen die staan tegenover het verrichten van arbeidsprestaties niet evenredig toenemen. Met andere woorden: een uitbreiding van de arbeidsduur heeft juist (mede) tot doel om meer te verdienen.
Misbruik van recht
In de wetsgeschiedenis van de totstandkoming van de Wfw is echter wel stilgestaan bij situaties waarbij werknemers de uren van de urenuitbreiding in de praktijk niet gaan werken maar daar wel meer salaris voor ontvangen. Een dergelijk geval zou misbruik van recht kunnen opleveren en in de wetsgeschiedenis zijn daarvoor twee voorbeelden opgenomen.
Financieel voordeel maar geen arbeidsprestatie
De twee voorbeelden betreffen de zieke werknemer die zijn recht op aanpassing van de arbeidsduur geldend wil maken in de periode van ziekte of als een zwangere werkneemster kort voor het zwangerschapsverlof een verzoek om vermeerdering van de arbeidsduur zou doen met het oogmerk om deze vermeerdering te realiseren tijdens het verlof.
Beide voorbeelden betreffen dus gevallen waarbij werknemers financieel voordeel genieten, maar er geen arbeidsprestatie tegenover staat. Dat is in deze zaak niet het geval.
Meer uren werken dan voorheen
Hoewel de werknemers bij een urenuitbreiding profiteren van de seniorenregeling omdat zij meer verlofuren opbouwen, heeft dit profijt niet de bovenhand. Zij moeten namelijk in verhouding daadwerkelijk meer uren werken dan zij voorheen deden.
Voor werknemer 1 geldt dat zij voor de 16 uur dat zij per week meer gaat werken, op grond van de RSD-regeling 3,5 uur verlof krijgt. Per saldo zou ze dan 12,5 uur per week meer moeten werken.
Voor werknemer 2 geldt dat hij voor de 8 uur per week dat hij meer gaat werken, ook op grond van de RSD-regeling 3,5 uur verlof krijgt. Per saldo zou hij 5,5 uur per week meer moeten werken.
Leeftijdsverlof vervalt
Medewerkers die gebruik maken van de RSD-regeling verliezen echter een aantal andere verlofaanspraken die uit de cao voortvloeien. Gebruikmaking van de RSD-regeling heeft ten eerste tot gevolg dat het leeftijdsverlof van artikel 5.2 van de cao vervalt. De extra vakantie-uren die de werknemers opbouwen komen dus te vervallen bij gebruikmaking van de RSD-regeling.
Gelet op de leeftijd van de werknemers ten tijde van het verzoek tot urenuitbreiding en uitgaande van een arbeidsduur van 40 uur per week vervallen jaarlijks 24 uren aan leeftijdsverlof. Bovendien hebben medewerkers die recht hebben op de RSD-regeling, op grond van artikel 5.3 van de cao bij een voltijdsdienstverband slechts recht op 115 uur ADV per jaar in plaats van 184 uur. Er vervallen bij gebruikmaking van de RSD-regeling per jaar daarom 24 leeftijdsuren en 69 ADV-uren per jaar, in totaal 93 uur per jaar of 1,79 uur per week.
De werknemers krijgen bij een urenuitbreiding naar 40 uur per week weliswaar 3,5 uur aan RSD-verlof per week, maar verliezen per week 1,79 uur aan leeftijdsuren en ADV-uren. Per saldo krijgen ze door gebruikmaking van de RSD-regeling dus 1,71 uur extra verlof.
Daar staat tegenover dat werknemer 1 op papier van 24 uur naar 40 uur per week gaat en werknemer 2van 32 uur per week naar 40 uur per week. Na aftrek van het saldo van 1,79 uur per week resteert nog steeds een extra aantal te werken uren voor werknemer 1 van (16 – 1,71 =) 14,29 uur per week en voor werknemer 2 van (8 – 1,71 =) 6,29 uur per week.
Gebruik van recht
Het aantal extra te werken uren is verhoudingsgewijs dus veel hoger dan het aantal extra verlofuren. Gelet daarop oordeelt de kantonrechter dat geen sprake kan zijn van misbruik van recht, omdat het financiële voordeel van uitbreiding van de arbeidsduur een aanzienlijke uitbreiding van de arbeidsprestatie vereist. Dat is geen misbruik van recht, maar gebruik van hun recht en dat kan hen niet worden verweten.
Geen zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang
Uit de wetsgeschiedenis bij de Wfw volgt dat niet elk bedrijfsbelang kan leiden tot afwijzing van een verzoek om aanpassing van de arbeidsduur. Er moet sprake zijn van zwaarwegende bedrijfsbelangen. Daarbij moet gedacht worden aan economische, technische of operationele belangen die ernstig zouden worden geschaad als het verzoek om aanpassing van de arbeidsduur zou worden gehonoreerd. Van zulke zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen aan de zijde van de supermarkt is niet gebleken.
De supermarkt mocht het verzoek om urenuitbreiding niet weigeren.
Hiervoor is vastgesteld dat de werknemers geen misbruik van recht hebben gemaakt door om urenuitbreiding te verzoeken. Ook is niet gebleken van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen aan de zijde van de supermarkt die aan toewijzing van het verzoek van de werknemers in de weg stonden. Dit betekent dat de supermarkt het verzoek van de werknemers op grond van de Wet flexibel werken niet kon weigeren.
De supermarkt was en is dan ook verplicht om de werknemers, conform hun verzoek toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden voor 160 uur per periode van vier weken. Deze vordering van de werknemers om per direct te worden toegelaten tot de overeengekomen werkzaamheden voor 160 uur per week is dan ook toewijsbaar.
Loonvordering toegewezen
De door de werknemers gevorderde betaling van het loon dat geldt bij een fulltime dienstverband, te berekenen vanaf periode 6, wordt toegewezen als gevorderd.
Uit de overgelegde correspondentie volgt voldoende duidelijk dat de werknemers zich bereid en beschikbaar hebben gehouden om de uren volgens de verzochte urenuitbreiding ook daadwerkelijk te gaan werken met ingang van 19 mei 2024.
Dat de supermarkt dit verzoek heeft afgewezen en de werknemers als gevolg daarvan de uren volgens de urenuitbreiding niet hebben gewerkt, komt voor rekening en risico van de supermarkt. De kantonrechter ziet dan ook geen aanleiding voor matiging van de loonvordering, maar wel aanleiding de gevorderde wettelijke verhoging te matigen tot 10%.
De werknemers vorderen ook betaling van de contante waarde van de gemiste opbouw van ouderdoms- en nabestaandenpensioen. Ook dit is toewijsbaar.
Uitspraak Rechtbank Gelderland, 21 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:430

