De werkgever wordt wel veroordeeld tot betaling van loon over een gedeelte van de maand oktober 2024, omdat de werkgever heeft erkend dat dit loon nog verschuldigd is.
Waar gaat deze zaak over?
De werknemer is op 1 september 2023 in dienst getreden bij de werkgever voor een arbeidsurenomvang van 20 uur per week.
De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd, van 1 september 2023 tot 1 september 2024. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO SGO van toepassing.
Op verzoek van de werknemer is de urenomvang met ingang van 8 februari 2024 aangepast naar 16 uur per week met als werkdagen donderdag en vrijdag.
Te veel loon ontvangen
In een telefoongesprek op 12 juli 2024 heeft de leidinggevende aan de werknemer laten weten dat zij te veel loon heeft ontvangen, omdat de wijziging van de arbeidsuren niet was verwerkt in de salarisadministratie. Daarover heeft op 25 juli 2024 een gesprek plaatsgevonden. Bij het gesprek was ook een HR-medewerker aanwezig.
De werknemer heeft zich op 1 augustus 2024 ziekgemeld.
Opties voor terugbetaling te veel betaald loon
Op 1 augustus 2024 heeft de leidinggevende via Whatsapp de contactgegevens van de salarisadministrateur aan de werknemer doorgegeven. Op de vraag van de werknemer wat het doel daarvan is, heeft de werkgever geantwoord dat de salarisadministrateur aan haar kan uitleggen wat de opties zijn voor terugbetaling van het te veel betaalde loon. Daarop heeft de werknemer niet gereageerd. Ook heeft de werknemer niet gereageerd op de vraag van de leidinggevende of het is gelukt.
Verrekend met IKB en loon
De werkgever heeft in augustus 2024 het te veel betaalde loon over februari tot en met juli 2024 verrekend met het tot en met augustus 2024 opgebouwde individueel keuzebudget (IKB) en het restant met het loon van augustus 2024.
De werknemer was op 14 en 20 augustus 2024 niet bereikbaar voor de arbodienst.
Arbeidsovereenkomst verlengd
Per brief van 29 augustus 2024 is aan de werknemer bevestigd dat de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 september 2024 wordt verlengd voor de duur van zeven maanden, dus tot 1 april 2025, en dat de arbeidsvoorwaarden ongewijzigd blijven.
Advies bedrijfsarts
De bedrijfsarts heeft in de probleemanalyse van 31 augustus 2024 vastgesteld dat de werknemer beperkt is op het gebied van persoonlijk en sociaal functioneren, en dynamisch handelen. De bedrijfsarts heeft geadviseerd een time-out periode van drie weken te hanteren en in de derde week van september een gesprek te plannen om de werk-stressoren te bespreken.
De werkgever heeft op verzoek van de werknemer een afspraak met de bedrijfsarts op 23 september 2024 ingepland en de werknemer uitgenodigd voor een gesprek op 26 september 2024.
Voorstel voor voorschot afgewezen
In de brieven van 13 september en 1 oktober 2024 heeft de werknemer geprotesteerd tegen de wijze waarop de werkgever het te veel betaalde loon heeft verrekend. De werkgever heeft vervolgens voorgesteld een voorschot te verstrekken van het bedrag dat is verrekend met het loon en heeft aan de werknemer de keuze gegeven hoe zij dat bedrag terugbetaalt. De werknemer is daar niet mee akkoord gegaan.
De bedrijfsarts heeft op 26 september 2024 geadviseerd in gesprek te gaan over de verstoorde arbeidsverhouding tussen partijen.
De werknemer heeft uitnodigingen van de werkgever voor een gesprek op 3 oktober 2024 en 10 oktober 2024 afgezegd en aangegeven pas te willen praten als de werkgever het verrekende keuzebudget en loon heeft terugbetaald.
Loonstop
Per e-mail van 16 oktober 2024 heeft de werkgever de werknemer uitgenodigd voor een gesprek op 17 oktober 2024 en de werknemer op haar re-integratieverplichtingen gewezen. Ook heeft de werkgever aan de werknemer laten weten dat als zij niet verschijnt op het gesprek, dit wordt beschouwd als een weigering om mee te werken aan re-integratie en de werkgever dan de loonbetaling geheel stopzet.
De werknemer is niet verschenen op het gesprek, waarna de werkgever een loonstop heeft toegepast.
De werknemer heeft op 28 oktober 2024 aan de werkgever bericht dat de bedrijfsarts een rustperiode van twee weken heeft geadviseerd. De werkgever heeft aan de werknemer laten weten dat de bedrijfsarts heeft geadviseerd in gesprek te gaan en dat de salarisbetaling wordt hervat na een gesprek over de re-integratie.
Gesprek met mediator
De bedrijfsarts heeft de werknemer op 7 november 2024 telefonisch gesproken en geadviseerd een mediator in te schakelen.
De werkgever heeft op 12 november 2024 verhinderdata bij de werknemer opgevraagd voor het plannen van een gesprek met een mediator en bericht dat haar loon met terugwerkende kracht wordt betaald als zij meewerkt aan mediation. De werknemer heeft hierop niet gereageerd.
Uitbetaling vakantiedagen en restant IKB
In december 2024 heeft de werkgever vakantiedagen uitbetaald vanwege een verlof van de werknemer van 5 tot en met 20 december 2024. Ook heeft de werkgever het restant van het individueel keuzebudget uitbetaald aan de werknemer.
Einde arbeidscontract
Per brief van 27 januari 2025 heeft de werkgever aan de werknemer laten weten dat de arbeidsovereenkomst die per 31 maart 2025 van rechtswege eindigt, niet wordt voortgezet.
De werknemer stapt naar de kantonrechter en verzoekt om toekenning van een transitievergoeding, billijke vergoeding, aanzegvergoeding en ook betaling van achterstallig loon.
Transitievergoeding
De loonstop heeft geen effect gehad. De kantonrechter oordeelt dat de werknemer in ernstige mate in strijd heeft gehandeld met de op haar rustende verplichtingen. Het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst is daarom het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. De verzochte transitievergoeding wijst de kantonrechter af.
Billijke vergoeding
Het verzoek waarin de werknemer onder meer vraagt om toekenning van een billijke vergoeding, heeft de rechtbank per e-mail van 22 augustus 2025 ontvangen. Dat is meer dan drie maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst en dus te laat. De arbeidsovereenkomst is geëindigd op 1 april 2025. De werknemer is daarom niet-ontvankelijk in het verzoek om toekenning van de billijke vergoeding.
Aanzegvergoeding
De verlengde arbeidsovereenkomst zou eindigen op 1 april 2025, zodat die aanzegverplichting gold vanaf 1 maart 2025. Het aanvullende verzoek waarin de werknemer onder meer om toekenning van een aanzegvergoeding vraagt, heeft de rechtbank per e-mail van 22 augustus 2025 ontvangen. Dat is meer dan drie maanden na de dag waarop de aanzegverplichting is ontstaan. De werknemer is daarom niet-ontvankelijk in het verzoek om toekenning van de aanzegvergoeding.
Loonvorderingen
Partijen zijn het erover eens dat de werkgever over de periode 8 februari 2024 tot en met juli 2024 te veel loon aan de werknemer heeft betaald en dat de werknemer het te veel betaalde loon moet terugbetalen. De werknemer is het niet eens met de wijze waarop de werkgever heeft verrekend.
De werkgever heeft echter verschillende voorstellen voor terugbetaling aan de werknemer gedaan. Daarop reageerde de werknemer afwijzend, zonder zelf een concreet voorstel te doen.
Verrekend met IKB
Het grootste deel van het te veel betaalde loon heeft de werkgever verrekend met het individueel keuzebudget en is daarmee minder bezwarend dan verrekening met het loon.
Beslagvrije voet
Een deel is verrekend met het loon en ook daartoe is de werkgever bevoegd, zolang geen sprake is van verrekening onder de minimumloongrens dan wel de beslagvrije voet.
Volgens de werknemer is de beslagvrije voet niet in acht genomen, maar dit standpunt heeft de werknemer niet eerder naar de werkgever ingenomen en de werknemer heeft de beslagvrije voet die voor haar geldt ook niet gemotiveerd of onderbouwd. Daarom wordt hieraan voorbij gegaan. De werkgever heeft dan ook bevoegd verrekend. Dit leidt tot afwijzing van deze loonvordering.
‘Loonstop onterecht’
De werknemer vordert verder het loon over 1 oktober 2024 tot en met 31 maart 2025. Volgens de werknemer heeft de werkgever ten onrechte een loonstop toegepast. Ook hierin wordt de werknemer niet gevolgd. De werknemer heeft niet aan haar re-integratieverplichtingen voldaan. Daarom wijst de kantonrechter het gevorderde loon af.
Loon ten onrechte niet betaald
Anders oordeelt de kantonrechter over de loonvordering over de periode 1 oktober 2024 tot en met 16 oktober 2024. De werkgever erkent dat het loon over deze periode ten onrechte niet is betaald aan de werknemer. De werkgever wordt daarom veroordeeld tot betaling daarvan en tot verstrekking van een salarisspecificatie.
Uitbetaling vakantiedagen
De werknemer vordert verder uitbetaling van vakantiedagen. De werkgever heeft voldoende onderbouwd dat de werknemer de opgebouwde vakantiedagen tot en met 16 oktober 2024 heeft opgenomen. Omdat hiervoor is geoordeeld dat de werknemer geen aanspraak heeft op loon vanaf 17 oktober 2024, heeft zij vanaf dat moment ook geen vakantiedagen opgebouwd.
Overuren
De werkgever betwist dat de overuren zijn gemaakt. De overuren zijn volgens de werkgever ook niet gemeld of in een systeem geregistreerd.
De werkgever heeft onweersproken verklaard dat de werknemer in dat systeem kon en eerder daarin registraties heeft gedaan. Tegenover de gemotiveerde betwisting van de werkgever heeft de werknemer de gemaakte overuren onvoldoende onderbouwd. Dit leidt tot afwijzing van deze vordering.
Wettelijke verhoging en rente
Omdat de werkgever het loon over 1 oktober 2024 tot en met 16 oktober 2024 te laat heeft betaald, is de wettelijke verhoging aan de werknemer verschuldigd. De wettelijke verhoging wordt beperkt tot 25%. De verzochte wettelijke rente over het achterstallig loon is toewijsbaar vanaf de datum van opeisbaarheid.
Eindafrekening
De verzochte verstrekking van de eindafrekening wordt afgewezen, omdat deze voor de werknemer beschikbaar was op haar account en bovendien in deze procedure door de werkgever is verstrekt.
Uitspraak Rechtbank Noord-Holland, 5 januari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:735

