Het pakket Belastingplan 2026 is op 27 november 2025 aangenomen door de Tweede Kamer. In deze brief gaat de minister in op de (budgettaire) gevolgen van de negen aangenomen amendementen. De gevolgen voor de relevante amendementen voor salarisprofessionals op een rij.
Amendement 36812 nr. 32 (Grinwis)
Het amendement Grinwis heeft als gevolg dat de accijnzen op benzine, diesel en LPG in 2026 hoger uitvallen dan oorspronkelijk in het Belastingplan 2026 was voorzien. In het oorspronkelijke voorstel zouden de tarieven ten opzichte van het basispad dalen met 21,3 cent voor benzine, 13,8 cent voor diesel en 5 cent per liter voor LPG.
Door het amendement dalen de tarieven ten opzichte van het basispad met 15,7 cent voor benzine, 10,2 cent voor diesel en met 3,7 cent per liter voor LPG.
Ingezet voor OV
De toelichting van het amendement noemt dat de CBAM-inkomsten uit 2026 en 2027 (448 miljoen euro) niet worden ingezet voor de korting op de brandstofaccijns, maar worden aangewend om bezuinigingen op het openbaar vervoer te voorkomen. Hiervoor is een separaat amendement ingediend (kamerstuk 36800-XII-9).
Het amendement is uitvoerbaar voor de Belastingdienst per 1 januari 2026.
Amendement 36812, nr. 73 (Van Dijk en Grinwis)
Het amendement creëert een eenmalige indexatie van de schijfgrens in de WBSO per 1 januari 2026. De WBSO is een fiscale regeling, waarmee de overheid technische innovatie stimuleert. Het speur- en ontwikkelingswerk dat bij (technisch) innovatieve werkzaamheden hoort, kost vaak veel geld.
WBSO
Met de WBSO kunnen bedrijven en andere werkgevers deze kosten verlagen, doordat zij een percentage van de speur- en ontwikkelingskosten (loonkosten en overige kosten die samenhangen met de uitvoering van de speur- en ontwikkelingswerkzaamheden) in mindering brengen op de loonheffing die zij moeten afdragen aan de Belastingdienst. Dit percentage bedraagt 16%. Voor de eerste € 380.000 wordt dit percentage echter met 20% verhoogd naar 36%. Voor starters geldt voor de eerste € 380.000 een percentage van 50%.
Schijfgrens eenmalig geïndexeerd
Op basis van het aangenomen amendement wordt de ‘schijfgrens’ van € 380.000 per 1 januari 2026 eenmalig geïndexeerd. Door toepassing van het amendement bedraagt de ‘schijfgrens’ met ingang van 2026 € 391.020 en blijft daarop vervolgens gehandhaafd. Hierdoor kunnen bedrijven over een groter bedrag het verhoogde percentage toepassen. Deze aanpassing betekent relatief gezien vooral een voordeel voor mkb en startende bedrijven.
Structurele indexatie
De budgettaire derving als gevolg van het amendement bedraagt € 5 miljoen structureel. Tijdens de behandeling van het Belastingplan 2026 is ook een motie aangenomen die de regering verzoekt om mogelijkheden voor structurele indexatie van de ‘schijfgrens’ te onderzoeken. De maatregel is uitvoerbaar per 1 januari 2026 voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2026.
Amendement 36812, nr. 102 en 36813 nr. 9 (Grinwis, Oosterhuis)
Dit amendement heeft tot gevolg dat de korting op de bijtelling voor auto’s zonder CO2-uitstoot blijft nog twee jaar bestaan en de leeftijdsgrens van de youngtimerregeling wordt in twee stappen verhoogd naar 25 jaar. Allereerst wordt door dit amendement in het Belastingplan 2026 voorgesteld dat de korting op de bijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak zonder CO2-uitstoot per 1 januari 2026 nog twee jaar blijft bestaan, en daarin stapsgewijs wordt afgebouwd naar 2028.
Bijtelling voor auto’s zonder CO2-uitstoot
De bijtelling bedraagt nu 22% van de catalogusprijs. De korting geldt alleen voor auto’s zonder CO2-uitstoot en is als volgt vormgegeven:
- In 2026 geldt een bijtelling van 18% van de catalogusprijs;
- In 2027 geldt een bijtelling van 20% van de catalogusprijs;
- Per 2028 wordt de korting afgeschaft en geldt een bijtelling van 22% van de catalogusprijs.
Cap
De korting op de bijtelling wordt gemaximeerd, de zo te noemen cap. Voor zover de cataloguswaarde boven deze cap uitkomt geldt de bijtelling van 22%. De maximale korting wordt bereikt bij een autowaarde van € 30.000.
Eerbiedigende werking
De korting kent ook eerbiedigende werking: als in 2026 of 2027 sprake is van een eerste toelating van een auto zonder CO2-uitstoot en recht ontstaat op de korting op de bijtelling, geldt deze korting voor een periode van 60 maanden te rekenen vanaf de eerste dag van de maand volgend op de datum van eerste toelating.
Zonder dit amendement zou de korting op de bijtelling per 2026 vervallen, waarbij de eerbiedigende werking (zie hiervoor) wel nog als gevolg heeft dat deze korting een aantal jaren na 2026 kan blijven gelden.
Aanpassing youngtimerregeling
Daarnaast wordt door dit amendement in het Belastingplan 2026, ter dekking, voorgesteld dat de zogenoemde youngtimerregeling wordt aangepast. De youngtimerregeling verwijst naar de manier waarop het privévoordeel wordt vastgesteld van een auto die meer dan 15 jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen: 35% van de waarde in het economische verkeer. Dit amendement regelt dat de leeftijdsgrens per 2026 wordt verhoogd van 15 jaar naar 16 jaar.
Bijtelling op 22%
Voor auto’s die onder deze leeftijdsgrens zitten, wordt de bijtelling in 2026 vastgesteld op 22% van de catalogusprijs, voor zover van toepassing verminderd met de hiervoor genoemde kortingspercentages.
Leeftijdsgrens verder verhoogd
Vanaf 2027 wordt deze leeftijdsgrens verder verhoogd van 16 jaar naar 25 jaar. Dit amendement is uitvoerbaar per 1 januari 2026, als wordt geaccepteerd dat de Belastingdienst de massaal opgelegde eerste voorlopige aanslagen inkomstenbelasting berekent met de parameterwaarden voor belastingjaar 2026 zoals die bekend zijn op 14 november 2025.
Optredende verschillen worden verrekend in de definitieve aanslagregeling.
Amendement 36812, nr. 109 (Van Eijk, van Dijk en Hoogeveen)
Met dit amendement is de introductie van de voorgestelde multiplier in de lucratiefbelangregeling met twee jaar uitgesteld tot 1 januari 2028.
Ter uitvoering van de motie-Idsinga is in het wetsvoorstel een maatregel voorgesteld waardoor de grondslag voor inkomen uit een middellijk gehouden lucratief belang wordt verbreed door middel van een multiplier, als de voordelen vanwege toepassing van de zogenoemde aanmerkelijkbelangvariant in box 2 zijn belast. Hierdoor wordt de belastingdruk op de betreffende voordelen uit een middellijk gehouden lucratief belang via deze grondslagverbredende multiplier in box 2 verhoogd tot maximaal 36%.
Hogere Aof-tarieven
Het uitstellen van de voorgestelde multiplier wordt gedekt door de Aof-premietarieven in 2026 en 2027 te verhogen. Na afronding stijgt het hoge Aof-tarief hierdoor met 0,02 procent in 2026 en het lage Aof-tarief met 0,01 procent. De minister van SZW voert, zoals met het amendement is verzocht, de verhoging van de Aof-premie bij ministeriële regeling door.
De inwerkingtreding van multipliermaatregel per 1 januari 2028 in plaats van 1 januari 2026 leidt tot een derving van 45 miljoen per jaar in 2026 en 2027. Het amendement is voor de Belastingdienst uitvoerbaar per 1 januari 2028.
Kamerbrief gevolgen aangenomen amendementen pakket Belastingplan 2026

