Voorafgaand aan de aanvang van de arbeidsovereenkomst werkte de man in het kader van een stage in Nederland. Ook stond hij ingeschreven op een Nederlands adres. Aan het vereiste van de woonplaats buiten Nederland is niet voldaan. Ook artikel 10ed van het UBLB is niet van toepassing. Dit betekent dat het beroep ongegrond is.
Waar gaat deze zaak over?
Een man is geboren 1998 en heeft de Franse nationaliteit. Hij heeft zich op 25 januari 2022 ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP) op een Nederlands adres en heeft zijn diploma van de Franse masterstudie Business Engineering aan de Eiffel School of Management behaald.
De man heeft gedurende de periode november 2021 tot en met juni 2023 in het kader van een programma Volontariat International en Enterprise (VIE) van de Franse overheid (Bussines France) in Nederland gewerkt bij een Nederlandse werkgever (werkgever 1).
Uit de overeenkomst tussen de man en VIE volgt dat de man in het kader van zijn deelname aan het programma maandelijks een bedrag van €723,99 ontving voor zijn werkzaamheden bij werkgever 1 en ook een bedrag van €1.460,54 ter vergoeding van zijn verblijfskosten in Nederland. De maandelijkse vergoedingen werden door VIE betaald.
Op 26 juni 2023 heeft de man een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten met werkgever 2 in de functie van ‘Serial Life Program Manager’. Op 1 juli 2023 is de man gestart met zijn werkzaamheden voor werkgever 2 .
Namens de man en werkgever 2 is op 28 juli 2023 een verzoek ingediend om toepassing van de 30%-regeling per 1 juli 2023.
De inspecteur heeft dit verzoek afgewezen, vanwege de eerdere werkzaamheden van de man bij werkgever 1.
Niet rechtstreeks in dienst bij werkgever 1
De rechtbank overweegt verder dat de man werkzaam is geweest op basis van een overeenkomst tussen Business France, werkgever 1 en de man, waarbij de man wordt betaald via Business France. de man is dus niet rechtstreeks in dienst bij werkgever 1 . Op de website van het VIE-programma wordt het programma omschreven als een ‘international internship program’, Dit duidt op een stage.
De man heeft onbetwist gesteld dat zijn werkzaamheden in de functie van ‘stagiaire Sales Engineer’ aansluiten bij zijn masteropleiding. Uit de stukken en verklaringen van de man leidt de rechtbank af dat de man bij werkgever 1 heeft gewerkt aan zijn professionele ontwikkeling en kennisvergroting. Met betrekking tot de hoogte van de vergoeding heeft de man verklaard dat het feit dat de vergoeding voor de stage relatief hoog is, samenhangt met de verhoogde vaste vergoeding die wordt toegekend omdat het een buitenlandse stage betreft.
Op basis van het contract is de vergoeding voor een vergelijkbare binnenlandse stage substantieel lager. De hogere vergoeding is dus alleen bedoeld om de hoger kosten te compenseren, en niet als beloningselement.
Werkzaam in kader van stage
Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de man aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij werkgever 1 werkzaam was in het kader van een stage en niet, zoals de inspecteur heeft gesteld, in het kader van ‘proef-werken’ voorafgaand aan een duurzamer dienstverband. Dat de man zonder beperkingen inzetbaar was voor werkgever 1, doet hier volgens de rechtbank niet aan af.
Dit betekent dat de man op het moment van totstandkoming van de arbeidsovereenkomst met werkgever 2 – anders dan de stage – niet in Nederland werkte.
Woonde man buiten Nederland?
Woonde de man op het moment van totstandkoming van de arbeidsovereenkomst met werkgever 2 buiten Nederland?
De man heeft bij zijn verzoek om toepassing van de 30%-regeling verklaard dat hij fiscaal inwoner is gebleven van Frankrijk en daarbij kopieën overgelegd van Franse belastingaangiften 2021 en 2022, diverse elektriciteitsfacturen met betrekking tot zijn Franse huis voor de periode 2021 tot en met 2023 en internetrekeningen voor de periode van augustus 2022 tot juli 2023. Hij heeft ter zitting verklaard dat de inschrijving in Nederland alleen heeft plaatsgevonden omdat dit een verplichting is.
Geen woonplaats buiten Nederland
De rechtbank overweegt dat de man voorafgaand aan de aanvang van de arbeidsovereenkomst in Nederland werkte en ook stond ingeschreven op een Nederlands adres. Dat wat de man heeft aangevoerd over de woning in Frankrijk is volgens de rechtbank onvoldoende om aannemelijk te maken dat de man niet in Nederland woonde voorafgaand aan de aanvang van de arbeidsovereenkomst. Aan het vereiste van de woonplaats buiten Nederland is dus niet voldaan.
30%-regeling
Is artikel 10ed van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 (UBLB) van toepassing?
De man heeft geen verzoek gedaan om toepassing van de 30%-regeling voor de tewerkstelling bij werkgever 1 in het kader van het VIE-programma.
De 30%-regeling kan in dat geval fictief worden voortgezet als materieel aan de voorwaarden van de 30%-regeling is voldaan ten tijde van de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst met de eerste werkgever.
De werkzaamheden bij werkgever 1 moeten worden aangemerkt als een stage en niet als een arbeidsovereenkomst. Al hierom is niet voldaan aan de voorwaarden voor de 30%-regeling. De vraag of voldaan is aan de salarisnorm, behoeft dan geen behandeling meer.
Gelet hierop heeft de inspecteur volgens de rechtbank het verzoek om toepassing van de 30%-regeling terecht afgewezen.
Uitspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 mei 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:4381

