Een werkneemster die sinds 2004 in dienst was bij haar werkgever als financieel medewerker, werd op 13 mei 2025 op staande voet ontslagen. Volgens de werkgever had ze zonder toestemming ruim €30.000 aan overuren laten uitbetalen. De rechter oordeelt echter dat er géén sprake was van fraude en dat het ontslag onterecht is.
Jarenlange werkdruk en adviezen negeren
De vrouw klaagde al jaren over een te hoge werkdruk. Ze deed niet alleen de financiële administratie, maar ook de salarisadministratie en HR-taken, en werkte structureel meer dan haar 32-urige contract. Verzoeken om hulp of thuiswerken werden steeds afgewezen. Toen ze zich in maart 2024 ziekmeldde met spanningsklachten, bleef de werkgever druk op haar uitoefenen en negeerde adviezen van de bedrijfsarts. De werkneemster bleef ondanks dat ze ziek thuis zat, werk verrichten met name in verband met salarisbetalingen.
Beschuldiging fraude houdt geen stand
De werkgever beschuldigde haar van fraude vanwege uitbetaalde overuren, maar de rechter stelt vast dat dit jarenlang gangbare praktijk was binnen het bedrijf. Er was bovendien geen duidelijke regel over het vooraf aanvragen van overwerk.
Dat de werkneemster bij het uitvoeren van de salarisadministratie blijkbaar ook de uitbetaling van haar eigen overuren verzorgde, valt haar niet te verwijten. Dat geldt temeer nu de accountant, deze uitbetalingen, die volgens de werkgever al vanaf 2017 plaatsvonden, ook controleerde, maar de accountant daarvan geen melding heeft gemaakt. De werkgever heeft daarom onvoldoende gesteld voor de vaststelling dat de werkneemster niet heeft overgewerkt en aan zichzelf zonder toestemming overuren heeft doen uitbetalen.
Het ontslag op staande voet wordt dan ook vernietigd. De werkneemster is nog steeds officieel in dienst is en heeft recht heeft op doorbetaling van haar loon, inclusief wettelijke rente.
Werkgever handelde ernstig verwijtbaar
De rechter kijkt ook naar het verzoek van de werkneemster om het contract te ontbinden. Die wordt toegekend, omdat de werkrelatie volledig verstoord is geraakt door toedoen van de werkgever.
De werkgever had als goed werkgever al veel eerder het werk zo moeten organiseren, dat voor iedereen duidelijk was welke werkzaamheden binnen het dienstverband van 32 uur konden worden verricht en welke niet. Het feit dat de werkneemster ook na haar ziekmelding in mei 2024 nog geruime tijd werd benaderd om de salarisbetaling te verzorgen, onderstreept dat de werkgever de organisatie onvoldoende op orde had. Het siert de werkgever niet dat hij de verantwoordelijkheid hiervoor volledig op de werkneemster afschuift. Ook het verwijt van de werkgever over de volgens hem vele onterechte overuren is onfatsoenlijk. De werkgever heeft de werknemer lange tijd min of meer in haar eentje laten opdraaien voor te veel werkzaamheden. En toen het misging rekende hij dit niet zichzelf, maar de werkneemster aan.
De rechter vindt dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld: jarenlang te veel werk opgedragen, geen maatregelen genomen bij ziekte, adviezen van de bedrijfsarts genegeerd, en de vrouw zelfs tijdens haar ziekte onder druk gezet.
Vergoedingen voor de werkneemster
De rechter kent de werkneemster meerdere vergoedingen toe:
- Transitievergoeding: €33.646,39 bruto.
- Billijke vergoeding: €65.000 bruto vanwege ernstig verwijtbaar gedrag van de werkgever.
- Uitbetaling van 47,13 openstaande vakantiedagen.
- Een positief getuigschrift.
Uitspraak Rechtbank Amsterdam, 12 augustus 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5974

