De minister van SZW is verantwoordelijk voor het oordeel over algemeenverbindendverklaring van cao-bepalingen en het al dan niet verlenen van dispensatie. De minister maakt daarin een eigen afweging en houdt zich daarbij aan de voor mij geldende wettelijke kaders.
Wettelijk kader
Het wettelijk kader van het Nederlandse cao en avv-stelsel gaat al bijna honderd jaar mee. Een teken dat het stelsel flexibel is en de mogelijkheid biedt om mee te bewegen met veranderingen in de tijd. Juist omdat binnen het kader de sociale partners de vrijheid genieten om het collectief overleg naar eigen inzicht vorm te geven en de meest passende afspraken te maken voor een onderneming of sector. Dit uit zich in het draagvlak voor het stelsel, dat nog altijd groot is.
De meeste werknemers en werkgevers zijn positief over de cao, hun arbeidsvoorwaarden, de vakbond en de werkgeversvereniging. Tegelijkertijd is het belangrijk om oog te hebben voor nieuwe ontwikkelingen, zoals de opkomst van andere vormen van werk of het ontstaan van nieuwe sectoren.
Verkenning
De minister vindt het belangrijk dat ook nieuwe (innovatieve) toetreders zich gerepresenteerd voelen bij de cao, en dat het gesprek over mogelijkheden tot maatwerk goed gevoerd kan worden. Momenteel voert het ministerie van SZW een verkenning uit naar mogelijk onderhoud van het cao en avv-stelsel.
In de Kamerbrief van 19 november 2024 zijn vier sporen uitgezet, te weten:
- de organisatiegraad van werknemers- en werkgeversorganisaties;
- de onafhankelijkheid van vakbonden;
- de cao-dekkingsgraad; en ook
- het avv- en dispensatiebeleid.
De minister werkt deze vier sporen uit in aparte beleidstrajecten en verwacht de Tweede Kamer na de zomer nader te informeren over de stand van zaken.
Sociale partners
Het is aan sociale partners om vorm te geven aan de werkingssfeer van een cao en in overleg te treden met nieuwkomers op de markt. Soms ontstaat er onduidelijkheid of verschil van inzicht over de werkingssfeer. Het is aan betrokken sociale partners om gezamenlijk tot een oplossing te komen. Tot slot kunnen partijen de rechter om een oordeel vragen over de toepasselijkheid van de cao.
Dispensatieverlening
Over niet-passende collectieve arbeidsvoorwaarden kan de minister geen oordeel vellen. In het licht van de avv-procedure kunnen bedrijven die het niet eens zijn met de werkingssfeer, bedenkingen indienen en/of een dispensatieverzoek indienen.
De huidige criteria voor dispensatieverlening staan in paragraaf 7 van het Toetsingskader AVV. Er moet worden aan het volgende:
- Er moet sprake zijn van een eigen ondernemings-cao.
- De cao-partijen van deze eigen ondernemings-cao moeten onafhankelijk zijn van elkaar.
- Er is sprake van zwaarwegende argumenten. Met name is hiervan sprake als de specifieke bedrijfskenmerken op essentiële punten verschillen van de ondernemingen die tot de werkingssfeer van de avv-cao gerekend kunnen worden.
Daarnaast is hierin ook bepaald dat het op de weg van de dispensatieverzoeker ligt om aan te geven en te onderbouwen welke zwaarwegende argumenten maken dat naleving van de algemeen verbindend verklaarde cao-bepalingen redelijkerwijze niet van hem kan worden gevergd. De nadere invulling is dan ook afhankelijk van de concrete casus.
Verder worden de partijen die om avv hebben verzocht, in de gelegenheid gesteld om te reageren op het dispensatieverzoek. Vervolgens krijgt de dispensatieverzoeker de gelegenheid om daarop te reageren. Daarna gaat de minister over tot besluitvorming. Tegen een dispensatiebesluit staat bezwaar en (hoger) beroep bij de bestuursrechter open.
Uiteraard heeft het de voorkeur dat partijen er onderling uitkomen met elkaar en dat lange juridische conflicten voorkomen worden. Helaas lukt dat niet altijd en wenden partijen zich tot de minister van SZW.
Bent u bereid in het demissionaire kabinet te pleiten voor dispensatie aan e-commerce voor de supermarkt-cao wanneer zij reeds zijn aangesloten bij een cao zoals mogelijk vanuit artikel 7 van dit toetsingskader?
Voor het algemeen verbindend verklaren van cao’s bestaat een duidelijk proces, waar de minister van SZW verantwoordelijk voor is. Momenteel is het dispensatieverzoek bij de minister in behandeling. Daarbij houdt hij zich aan de voorgeschreven wet- en regelgeving. Het is belangrijk dat dit proces zorgvuldig wordt doorlopen. Over de lopende procedure doet de minister geen uitspraken.
Bij een avv-verzoek bestaat de mogelijkheid tot het indienen van bedenkingen en een verzoek tot dispensatie bij de minister van SZW. Daarbij kan er dispensatie worden verleend als sprake is van zwaarwegende argumenten, waardoor toepassing van de cao redelijkerwijze niet kan worden gevraagd.
Zwaarwegende argumenten
Van zwaarwegende argumenten is met name sprake als de specifieke bedrijfskenmerken op essentiële punten verschillen ten opzichte van de andere ondernemingen die onder de werkingssfeer van de avv’de cao vallen. Ook kunnen er andere argumenten zijn die tot dispensatie kunnen leiden, zolang deze argumenten maar zwaarwegend zijn.
Wel erkent de minister het belang van ruimte voor innovatie, ondernemerschap en ruimte voor maatwerk. In de praktijk geven cao-partijen hier invulling aan, bijvoorbeeld door te kiezen voor minimum cao-bepalingen om ten voordele van de werknemer af te kunnen wijken, of het opnemen van een hardheidsclausule zodat er coulant kan worden omgegaan met specifieke situaties of het opnemen van een decentralisatiebepaling, zodat er op een ander niveau afspraken kunnen worden gemaakt.
Antwoorden op Kamervragen VVD over online-supermarkten en cao’s

