De vordering van de werkgever tot nakoming van het relatiebeding wijst de kantonrechter af en de vordering van de werknemer tot schorsing toe.
Waar gaat deze zaak over?
De werkgever is een intermediair in onder meer de bouw, (civiele) techniek en woningcorporatiesector, met meerdere vestigingen in Nederland. De werknemer is op 2 januari 2024 in dienst getreden bij de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Deze arbeidsovereenkomst is eenmaal verlengd met een looptijd van 1 augustus 2024 tot en met 28 februari 2025. De werknemer was werkzaam vanuit de vestiging Utrecht, in de functie van Adviseur.
In de arbeidsovereenkomst is een relatiebeding opgenomen waarin onder meer het volgende staat:
“Op grond van zwaarwegende bedrijfsbelangen, is het werknemer verboden om gedurende een periode van 2 jaar na beëindiging van de dienstbetrekking, hetzij direct, hetzij indirect, in welke vorm dan ook, zowel passief actief, (telefonisch) contact te onderhouden, bezoeken af te leggen, onderhandelingen te voeren, zaken te doen etc,. met oude en/of op dat moment bestaande relaties van werkgever of met relaties van aan werkgever gelieerde ondernemingen.”
Ook is er een boetebeding opgenomen. Daarin staat onder meer: “In geval van overtreding (…) zal werknemer (…) een aan de werkgever toekomende onmiddellijk opeisbare boete verbeuren van € 10.000,– voor elke inbreuk en € 1.000,– voor elke dag dat de inbreuk voortduurt”.
Zwaarwegend belang
De werkgever stapt naar de rechter. Volgens de werkgever heeft de werknemer zich niet aan het relatiebeding gehouden door zaken te doen met een ander bedrijf (een relatie van de werkgever). Hierdoor moet de werknemer de contractuele boete betalen. De werkgever heeft een zwaarwegend belang bij handhaving van het relatiebeding.
Rechtsgeldig beding?
In beginsel is een beding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, waarbij de werknemer wordt beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de arbeidsovereenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn, niet rechtsgeldig, omdat een werknemer dan “dubbel nadeel” ondervindt.
Duidelijk omschreven bedrijfsbelangen
Deze hoofdregel lijdt alleen uitzondering als uit de bij het beding opgenomen schriftelijke motivering blijkt dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfsbelangen. Deze bedrijfsbelangen moeten duidelijk zijn omschreven. Hetzelfde geldt voor de reden waarom deze belangen tot een uitzondering op de hoofdregel dwingen.
Motiveringsplicht
Aan de formele vereisten voor geldigheid van het beding is voldaan, aangezien het beding tussen partijen schriftelijk is overeengekomen en er op zichzelf genomen aan de motiveringsplicht is voldaan. De motiveringsplicht vergt echter ook een inhoudelijke beoordeling daarvan, in die zin dat moet worden beoordeeld of het beding noodzakelijk is wegens zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen.
Voldoende onderbouwd
De kantonrechter oordeelt dat het relatiebeding in de arbeidsovereenkomst voldoende onderbouwt op grond van welke bedrijfsbelangen van de werkgever het relatiebeding noodzakelijk was/is. In de motivering wordt concreet omschreven van welke bedrijfsspecifieke informatie de werknemer in haar functie kennis kreeg.
Kennis van de werkwijze
Voor een onderneming als de werkgever – is het van groot belang dat informatie over de werkwijze, de personen die hij te werk stelt en over potentiële opdrachtgevers wordt beschermd. De werknemer had vanaf de aanvang van de arbeidsrelatie toegang tot de relevante bestanden/systemen van de werkgever en kennis van de werkwijze.
Belang bij handhaving relatiebeding
Aannemelijk is dat de werkgever belang heeft bij handhaving van het relatiebeding, meer concreet het belang om het bedrijfsdebiet en haar klanten- en kandidatenbestand te beschermen.
Daartegenover staat dat het relatiebeding geldt voor de duur van drie jaren, terwijl de werknemer iets meer dan één jaar werkzaam is geweest bij/voor de werkgever. Daar komt bij dat de werknemer uitsluitend werkte vanuit de vestiging van de werkgever te Utrecht binnen de woningcorporatiesector.
Relatiebeding te ruim geformuleerd
Daarnaast is de kantonrechter van oordeel dat het relatiebeding te ruim is geformuleerd. Het is ondoenlijk om van de werknemer te verwachten dat zij weet wie de relaties van de werkgever zijn.
Gelet op het feit dat de werkgever verspreid over heel Nederland 13 vestigingen heeft, leidt het relatiebeding er toe dat het voor de werknemer praktisch onmogelijk is welke relaties de verschillende vestigingen van de werkgever hebben en met wie zij dus wel of geen contact mag leggen.
Lijst was oplossing geweest
De werkgever had hierover eenvoudig duidelijkheid kunnen verschaffen door de werknemer een lijst te verstrekken van relaties die volgens haar onder het relatiebeding vallen. Door de werknemer deze duidelijkheid te onthouden, wordt zij ‘gegijzeld’ en kan zij kan geen werkzaamheden uitoefenen zonder het risico te lopen door de werkgever te worden aangesproken wegens overtreding van het relatiebeding.
Onduidelijkheid voor rekening en risico werkgever
De kantonrechter is van oordeel dat deze onduidelijkheid voor rekening en risico van de werkgever moet komen. Dat het derde lid van het relatiebeding de mogelijkheid biedt om bij twijfel over de vraag of een persoon of instelling een relatie is, dit schriftelijk kan worden nagevraagd, maakt dit niet anders. Met de werknemer is de kantonrechter van oordeel dat dit geen redelijke werkwijze en feitelijk onwerkbaar is.
De kantonrechter oordeelt dat de werknemer, in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, onbillijk wordt benadeeld door onverkorte handhaving van het relatiebeding.
Gedeeltelijke geschorst
De kantonrechter ziet daarom aanleiding het relatiebeding gedeeltelijk te schorsen, in die zin dat het beding wordt beperkt tot de relaties die de werknemer tijdens haar dienstverband bij de werkgever heeft bediend. De werkgever heeft de juistheid van deze lijst niet weersproken.
Nu het relatiebeding gedeeltelijk wordt geschorst, is er geen grond de door de werkgever gevorderde veroordeling tot onverkorte nakoming van dit beding toe te wijzen onder verbeurte van een dwangsom. Deze vordering wordt afgewezen. Dit geldt ook voor de vordering van de werkgever tot het betalen van een voorschot op de contractuele boete vanwege schending van ditzelfde relatiebeding.
Uitspraak Rechtbank Gelderland, 25 juni 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5269

