In hoeverre voldoen werkgevers aan algemene wettelijke verplichtingen en welke maatregelen nemen werkgevers tegen specifieke risico’s? Wat staat hierover in de TNO Arbobalans 2024?
RI&E
Kleinere organisaties hebben minder vaak een RI&E. In 2024 heeft 59% van de organisaties met 1 tot en met 9 werknemers, 85% van de organisaties met 10 tot en met 99 werknemers, en 92% van de organisaties met meer dan 100 werknemers een RI&E.
Het percentage organisaties met een RI&E is het hoogst in de sectoren landbouw (79,5%), zorg (78%) en industrie (75%). Bij organisaties in de ICT en recreatie sector ligt het percentage organisaties met een RI&E relatief laag (respectievelijk 48% en 54%).
Preventiemedewerker
In ruim 40% van de organisaties is in 2024 één of meerdere werknemers aangewezen die de taken van de preventiemedewerker vervullen. In 2014 was dit 29%. Bij 29% van de organisaties vervult de werkgever de taken van de preventiemedewerker, bij 21,5% is geen preventiemedewerker aangesteld en 9% geeft aan het niet te weten.
Bij kleine organisaties van maximaal 9 werknemers is er vaker geen preventiemedewerker aangesteld (24,5%), evenals in de sectoren ICT (38%), recreatie (33,5%) en vervoer (30,5%).
Bedrijfsarts of arbodienst
In totaal heeft 80% van de organisaties geregeld dat ze gebruik kunnen maken van de diensten van een bedrijfsarts of een arbodienst(verlener). Er is een licht dalende trend in het percentage organisaties dat voor deze verplichting niets heeft geregeld, van 17% in 2014 tot 13% in 2024. Dat er niets is geregeld is vooral zichtbaar bij kleine organisaties met maximaal 9 werknemers. Om aan deze verplichting te voldoen regelen organisaties het vaakst een contract met een arbodienst (47%) of een verzuim- of zorgverzekeraar (23%).
Getroffen maatregelen
Dat een organisatie voldoet aan wettelijke verplichtingen, waaronder het hebben van een RI&E, wl niet zeggen dat deze organisatie ook (voldoende) maatregelen neemt tegen arbeidsrisico’s. Als een organisatie geen RI&E heeft, betekent dit niet dat er geen beleid is voor een veilige en gezonde werkomgeving.
Welke maatregelen hebben organisaties in 2024 genomen om arbeidsomstandigheden te verbeteren en verzuim te verminderen?
Open cultuur bevorderen
Van de organisaties heeft 80% één of meerdere maatregelen getroffen, geeft 14% aan geen maatregelen te hebben getroffen en 6% weet het niet. Organisaties treffen in 2024 het vaakst maatregelen met betrekking tot het bevorderen van een open cultuur waarin arbeidsomstandigheden bespreekbaar zijn (59%) en begeleiding bij verzuim en re-integratie (43,5%).
Een op de zeven (14%) organisaties gaf in 2024 aan geen maatregelen te heb ben getroffen. Dit komt relatief vaak voor bij kleinere organisaties (1 tot en met 9 werknemers; 17%) en organisaties in de vervoerssector (24%).
Persoonlijke beschermingsmiddelen en voorlichting
Iets meer dan een derde van de werkgevers (38%) geeft aan maatregelen te treffen gericht op het verminderen of wegnemen van arbeidsrisico’s om de arbeidsomstandigheden te verbeteren en verzuim te verminderen.
Vaak getroffen maatregelen zijn het bieden van persoonlijke beschermingsmiddelen (61%), voorlichting of training (52%) en technische verbeteringen (42%). Minder vaak getroffen maatregelen zijn organisatorische maatregelen (bijvoorbeeld aanstelling van een preventiemedewerker) en het wegnemen van de bron (bijvoorbeeld vervangen gevaarlijk stof of automatisering repetitieve handelingen) (beide door 36%). Het wegnemen van de bron komt vaker voor in de sectoren landbouw (57%), industrie (55%) en horeca (48%). Grote organisaties met meer dan 100 werknemers treffen vaker organisatorische maatregelen (78%) en voorlichting en training (80%).

Aanpak psychosociale aspecten
In 2024 geeft 77% van de organisaties aan dat zij één of meer maatregelen treffen om psychosociale risico’s (PSA) – werkdruk, ongewenste omgangsvormen en andere factoren die in stress kunnen veroorzaken – te verminderen. Van de overige organisaties geeft 14% aan geen maatregelen te treffen en 8% weet het niet.
De twee meest genoemde maatregelen zijn ‘bevorderen van een open cultuur waarin psychosociale risico’s bespreekbaar zijn’ (54%) en ‘medewerkers de ruimte geven om hun eigen werkzaamheden te organiseren’ (52%).
Volgens werknemers benodigde maatregelen
Door de jaren heen is de aanpak van werkdruk en werkstress de belangrijkste behoefte van werknemers. De vraag naar aanvullende maatregelen voor de andere bevraagde risico’s is systematisch lager. Na werkdruk en werkstress vragen werknemers vooral aandacht voor langdurig beeldschermwerk en lichamelijk zwaar werk.
Maatregelen tegen werkdruk en werkstress
In 2023 geeft ruim 48% van de werknemers aan behoefte te hebben aan (aanvullende) maatregelen tegen werkdruk en werkstress, voor langdurig beeldschermwerk is dat 37% en voor lichamelijk zwaar werk 30%. Behoefte aan maatregelen tegen werkdruk/werkstress komt vooral voor bij werknemers in het onderwijs (60%) en de zorg (56%). De behoefte aan maatregelen tegen langdurig beeldschermwerk zien we in alle sectoren terug, en is het hoogst in de ICT-sector (46%). De behoefte aan maatregelen tegen lichamelijk zwaar werk is het hoogst in de sectoren vervoer (35,5%) en de sector zorg (35%).
De risico’s waarbij de meeste werknemers behoefte hebben aan (aanvullende) maatregelen (werkdruk/werkstress, langdurig beeldscherm werk en lichamelijk zwaar werk) komen overeen met de arbeidsrisico die werkgevers als belangrijkste arbeidsrisico zien.
Belangrijkste arbeidsrisico’s
Ruim 34% van de werkgevers noemt een hoge werkdruk als het belangrijkste arbeidsrisico, gevolgd door lichamelijk zwaar werk (33%) en lang achter de computer werken (27%).
Hoge werkdruk als belangrijkste arbeidsrisico wordt het meest genoemd door werkgevers in de sectoren openbaar bestuur (80%), zorg (63%), onderwijs en financiële dienstverlening (beide 48%), zakelijke dienstverlening (45,5%) en ICT (45%).
De sectoren bouwnijverheid (70%) en landbouw (53%) noemen lichamelijk zwaar werk het meest.
Lang achter de computer werken wordt het meest genoemd in de sectoren ICT (70%), openbaar bestuur (68%), financiële dienstverlening (66%) en zakelijke dienstverlening (53%).
Al deze arbeidsrisico’s noemen werkgevers in grote organisaties vaker dan in de kleinere organisaties.

