De minister waarschuwt wel dat er nadelen verbonden zijn aan het koopkrachtbehoud van pensioenen en dat het niet ten koste mag gaan van jongere deelnemers. Meer bescherming tegen inflatie wordt namelijk altijd betaald door meer risico te nemen of door vermogen door te schuiven tussen generaties of naar later.
Eén van de doelstellingen van de Wet toekomst pensioenen (Wtp) is meer perspectief op een koopkrachtiger pensioen. Ten opzichte van het oude pensioenstelsel bieden de pensioencontracten van de Wtp dan ook diverse nieuwe opties om het inflatiepatroon beter te volgen.
Van Hijum geeft de stand van zaken van de verkenning naar mogelijke additionele koopkrachtinstrumenten, zodat pensioenuitkeringen in het nieuwe pensioenstelsel nog beter de jaarlijkse inflatie kunnen volgen. De minister wil de verschillende opties nu verder onderzoeken om een beter beeld te krijgen van de voor- en nadelen die er aan verbonden zijn.
Minister Eddy van Hijum: “Pensioen gaat over bestaanszekerheid voor later. Je wil kunnen genieten van een zorgeloze oude dag. In het oude stelsel zijn de pensioenen vele jaren niet verhoogd – en soms zelfs gekort – terwijl de prijzen wel bleven stijgen. Veel ouderen zijn daar terecht boos over. In het nieuwe stelsel kunnen de pensioenen makkelijker omhoog. Dat effect merken ouderen nu al. De onderzochte varianten kunnen in potentie koopkracht verbeteren. Maar het moet wel een oplossing zijn die voor iedereen werkt, voor jong en oud.”
Nieuwe pensioenstelsel
Pensioenen die de ontwikkeling van de prijzen kunnen bijhouden is een belangrijke doelstelling van het nieuwe pensioenstelsel. Na vele jaren waarin pensioenen niet omhoog gingen, sloten vakbonden, werkgevers en het kabinet in 2019 het Pensioenakkoord. Onderdeel van het nieuwe stelsel is dat de behaalde rendementen eerder te gebruiken zijn om de pensioenen te verhogen. Berekeningen laten zien dat pensioenuitkeringen daardoor sneller omhoog kunnen. Daarnaast wordt het duidelijker hoeveel premie elke deelnemer en hun werkgever opzij zetten voor hun pensioen en worden de risico’s eerlijk tussen jong en oud gedeeld, waardoor er minder discussie is tussen generaties.
Vijf varianten
De minister heeft gekeken naar vijf verschillende varianten.
(1) Zo kan er in goede jaren vermogen apart worden gezet binnen de groep gepensioneerden, waaruit de pensioenen extra verhoogd kunnen worden als de inflatie onverwacht hoog is. (2) Ook kan worden gekozen voor een wat lager pensioen bij de start van het pensioen, zodat er een grotere kans is dat de uitkering de jaren daarna de gestegen prijzen kan blijven volgen. Deze twee varianten leiden niet tot verschuivingen van jong naar oud.
(3) In een andere variant kan een gepensioneerde deelnemer worden beschermd tegen een hoger dan verwachte inflatie. Voor dit reële beschermingsrendement moet wel een marktconforme prijs worden betaald aan de andere deelnemers in het fonds. (4) Ook zou de solidariteits- of risicodelingsreserve gebruikt kunnen worden om gerealiseerde inflatieschokken op te vangen. Nu mag deze alleen worden gebruikt om de hoger dan verwachte inflatieschokken op te vangen. Bij deze beide varianten moet goed gekeken worden hoe de voor- en nadelen worden verdeeld tussen de jongere en de oudere deelnemers en of dit op een eerlijke manier kan.
In de 5e variant wordt er meer beleggingsrisico genomen met het pensioenvermogen van ouderen. In goede jaren wordt hiermee de solidariteitsreserve extra gevuld, en in jaren waarin het slecht gaat wordt de reserve gebruikt om de pensioenen de inflatie te laten bijhouden. De minister waarschuwt dat bij deze variant mensen wellicht meer risico lopen dan ze zelf kunnen en willen dragen en dat er een groter financieel risico bij jongeren komt te liggen.
Varianten doorrekenen
In het najaar van 2025 gaat De Nederlandsche Bank (DNB) verschillende varianten doorrekenen. De minister wil deze doorrekeningen gebruiken om de voor- en nadelen verder te kunnen wegen. Vooruitlopend op deze nadere analyse gaat de minister over de verkenning naar extra koopkrachtinstrumenten met de Kamer in gesprek.
Kamerbrief Additionele instrumenten koopkracht en koopkrachtambitie

