De werknemer werkte als Deck Equipment Engineer aan boord van een schip op basis van 4 weken op, 4 weken af.
De werknemer vindt dat hij is ontslagen zonder dat er een redelijke grond voorhanden was en verzoekt om een billijke vergoeding.
De werkgever en de werknemer zijn het verder niet eens over het aantal nog openstaande vakantiedagen. Volgens de werkgever heeft de werknemer – die zeevarende is en op basis van 4 weken op en 4 weken af werkt – de vakantiedagen genoten in de tijd dat hij tussen de twee vaarperiodes verlof genoot.
Verder verschillen partijen van mening over de hoogte van de vergoeding voor de opgebouwde vakantiedagen en of de werknemer aanspraak heeft tijdens ziekte op de reisdagvergoeding.
Vakantiedagen tijdens verlof tussen vaarperiodes
Het hof oordeelt dat er bedrijfseconomische redenen voor het ontslag aanwezig waren en wijst de billijke vergoeding af. De werkgever mocht werken met een systeem waarbij werknemer zijn vakantiedagen genoot tijdens zijn verlof tussen de vaarperiodes.
De openstaande vakantiedagen moeten worden vergoed conform het dagloon. Dat wordt berekend door het jaarloon (inclusief winstdeling en reisdagvergoeding) door 365 te delen. De reisdagvergoeding moet worden aangemerkt als loon en op die vergoeding heeft de werknemer aanspraak tijdens ziekte.
Recht op 30 vakantiedagen per jaar
Vanwege het specifieke karakter van het werk van zeevarenden zijn zij op grond art. 1 sub 3 van Richtlijn 2003/88/EG betreffende de organisatie van arbeidstijd (waaronder begrepen het recht op vakantie) uitgezonderd van het toepassingsbereik van die richtlijn.
Voor de zeevarende wordt in art. 7:717 lid 1 BW (dat gebaseerd is op het Maritiem Arbeidsverdrag 2006) het recht op vakantie geregeld. De zeevarende heeft recht op (minstens) 30 kalenderdagen vakantie per jaar. Gedurende deze dagen heeft de zeevarende recht op loon.
Werken met ander verlofdagensysteem mag
Het hof is van oordeel dat het de werkgever vrijstond – gelet op de toepasselijke regelgeving – om te werken met een ander verlofdagensysteem dan wat voor werkzaamheden aan de wal te doen gebruikelijk is.
182,5 reguliere werkdagen en 182,5 verlofdagen
De werkgever heeft gewezen op het personeelshandboek waar in artikel 4.1 is bepaald dat er wordt gewerkt op basis van het principe één op, één af. Dit betekent dat een werknemer 182,5 reguliere werkdagen (van 12 uur per dag) heeft en 182,5 verlofdagen.
In artikel 6.1 is bepaald: “Onder verlofdagen zijn inbegrepen: compensatiedagen, feestdagen, verlofdagen [hier worden volgens de werkgever vakantiedagen mee bedoeld] en weekenddagen (alle wettelijke dagen)”.
De werknemer was hiermee bekend en heeft gedurende die vakantiedagen zijn gebruikelijke loon ontvangen.
Ook heeft de werkgever door middel van een berekening toegelicht dat de werknemer jaarlijks de 30 vakantiedagen heeft gekregen die hem toekomen en dat daarnaast aan hem op correcte wijze compensatieverlof van ongeveer 150 dagen is toegekend, voor compensatie-uren, weekenddagen en feestdagen die niet in het weekend vielen. Hiermee heeft de werkgever uitvoering gegeven aan het systeem waarbij de werknemer die jaarlijks 182,5 dagen werkt, eveneens in totaal 182,5 dagen verlof geniet, daaronder begrepen 30 vakantiedagen.
Registratie opgebouwde verlofdagen
De werkgever heeft toegelicht dat hij de opgebouwde verlofdagen registreert, waarbij een positief saldo aan het einde van de arbeidsovereenkomst kan worden uitbetaald. Het hof is verder van oordeel dat het systeem geen afbreuk doet aan de recuperatiefunctie van de vakantiedagen, die periodiek na afloop van de werkperiode aan boord, aaneengesloten en met doorbetaling van loon, kunnen worden genoten.
47,5 niet genoten vakantiedagen betalen
Partijen zijn het erover eens dat de werknemer mede als gevolg van zijn ziekte nog 47,5 niet-genoten vakantiedagen heeft en dat de werkgever voor deze dagen een vergoeding aan de werknemer moet betalen.
Jaarloon delen door 365
Het dagloon moet echter, anders dan de werknemer aanvoert, berekend worden door het jaarloon te delen door 365. Dit volgt uit de door de werkgever gevolgde systematiek van werk- en verlofdagen en strookt met (bijvoorbeeld) de berekeningswijze die is vermeld op p. 15 van het Personeelshandboek. Het dagloon komt daarmee uit op € 182,91 bruto.
Terugbetalen
De vergoeding voor 47,5 verlofdagen bedraagt dan € 8.688,23 bruto. De werknemer moet voor de vergoeding verlofdagen het door de werkgever te veel betaalde bedrag van € 35.847,00 -/- € 8.688,23 = € 27.158,78 aan de werkgever terugbetalen.
Uitspraak Hof Arnhem-Leeuwarden,10 juni 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:1168

