Bedrag ineens biedt gepensioneerden de mogelijkheid om tot 10% van hun totale pensioenvermogen ineens op te nemen. Zij zijn helemaal vrij om zelf te bepalen waaraan dit geld wordt besteed.
Het is belangrijk dat (gewezen) deelnemers door hun pensioenuitvoerder goed geïnformeerd worden over de gevolgen van hun keuze. Ook kunnen (gewezen) deelnemers financieel advies inwinnen. Dit laatste is echter niet verplicht.
Niet verplicht
Bedrag ineens is een keuzerecht. De (gewezen) deelnemer is niet verplicht om gebruik te maken van het keuzerecht. Als de deelnemer geen keuze maakt, vindt geen opname bedrag ineens (afkoop) plaats. De uitvoerder informeert de (gewezen) deelnemer voorafgaande aan de keuze onder andere over de hoogte van het periodiek uit te keren ouderdomspensioen als gebruik wordt gemaakt van het keuzerecht. Ook waarschuwt de uitvoerder de (gewezen) deelnemer voor gevolgen van de keuze voor bijvoorbeeld inkomensafhankelijke regelingen.
Beslag op pensioeninkomen
Als de deelnemer gebruik maakt van het keuzerecht, keert de uitvoerder bedrag ineens uit aan de gepensioneerde. Als er echter al beslag ligt op het pensioeninkomen van de gepensioneerde op het moment dat het bedrag ineens wordt uitgekeerd, wordt het bedrag ineens rechtstreeks uitgekeerd aan de beslagleggende partij omdat het inkomen in dat geval boven de beslagvrije voet uitstijgt. Dit kan voor gepensioneerde het voordeel hebben dat schulden sneller afgelost kunnen worden en verdere kosten voorkomen kunnen worden. Als uitkering van het bedrag ineens plaatsvindt voordat beslag ingaat, mag de gepensioneerde het bedrag ineens houden.
Afkoop op ingangsdatum pensioen
In het wetsvoorstel zijn verschillende voorwaarden voorgesteld die eventuele negatieve gevolgen voor de (gewezen) deelnemer verkleinen. Afkoop in verband met de keuze voor bedrag ineens kan alleen plaatsvinden op de ingangsdatum van het ouderdomspensioen. Op dat moment heeft de deelnemer een goed inzicht in de financiële situatie na pensionering.
Gemaximeerd tot 10% pensioen
Bedrag ineens is gemaximeerd tot 10% van de waarde van het ouderdomspensioen. Het keuzerecht kan niet worden gecombineerd met een keuze voor een hoog-laag pensioen. Daarmee wordt voorkomen dat de deelnemer een te groot gedeelte van het ouderdomspensioen naar voren haalt en daarmee een te grote achteruitgang heeft in levenslange pensioenuitkering.
Verplicht tot informatieverstrekking en keuzebegeleiding
Op pensioenuitvoerders rust een verplichting tot informatieverstrekking en keuzebegeleiding. De pensioenuitvoerder kent niet de volledige inkomens- en vermogenspositie van de (gewezen) deelnemer en weet niet of sprake is van een schuldpositie. De verplichting geldt ongeacht of wel of niet sprake is van een schuldpositie. Een uitvoerder moet een (gewezen) deelnemer informeren over voorzienbare gevolgen, risico’s en voor- en nadelen van de keuze voor een bedrag ineens.
De uitvoerder moet nadrukkelijk wijzen op de mogelijkheid dat een keuze voor bedrag ineens invloed kan hebben op de verschuldigde inkomensbelastingen en premie volksverzekeringen en het recht op inkomensafhankelijke regelingen. De uitvoerder informeert de (gewezen) deelnemer waar hierover meer informatie kan worden verkregen.
Op de website pensioenduidelijkheid.nl wordt informatie opgenomen voor mensen in een schuldpositie. Op die website komt ook informatie over het doorgeven van een wijziging in het inkomen via Mijn Toeslagen. De toeslaggerechtigde ziet dan de gevolgen voor het toeslagbedrag.
Keuzetool
Bij de Kamerbehandeling is toegezegd dat het ministerie van SZW de ontwikkeling van een keuzetool zal ondersteunen. Het Nibud heeft aangegeven daarvoor een subsidieaanvraag te willen indienen. Uitgangspunt is dat de keuzetool tijdig voor de beoogde inwerkingtreding beschikbaar is.
De haalbaarheid hangt onder af van de doorlooptijd van de subsidieaanvraag, de ontwikkeltijd van de keuzetool en de uiterste datum waarop de tool beschikbaar moet zijn.
Uitgangspunt blijft dat mensen in staat worden gesteld om zich door middel van de tool nader te verdiepen in de consequenties voordat de keuze voor bedrag ineens definitief gemaakt is. De keuzetool ontslaat pensioenuitvoerders niet van hun wettelijke verplichting om deelnemers goed te begeleiden bij een eventuele keuze voor een bedrag ineens. De keuzetool is daarbij een aanvullend hulpmiddel.
Ook uitvoerders hebben voldoende tijd nodig voor implementatie van de wetgeving. De aangekondigde keuzetool wordt niet ontwikkeld door uitvoerders en vergt dus geen implementatietijd voor deze partijen. Uitvoerders moeten bijvoorbeeld voorbereidingen treffen voor de uitvoering, communicatie en keuzebegeleiding, waaronder de aanpassing van de keuzeomgeving.
De regering vindt het belangrijk dat (gewezen) deelnemers bij de invoering van bedrag ineens kunnen rekenen op een zorgvuldige aanpak vanuit pensioenuitvoerders. Ook moeten (gewezen) deelnemers goed worden geïnformeerd over het keuzerecht en de gevolgen die de keuze voor bedrag ineens voor hen kan hebben. Daarbij moeten zij voldoende tijd hebben om deze keuze te maken.
Uit de gesprekken met de (vertegenwoordigers van) pensioenuitvoerders kwam voort dat uitvoerders na de instemming van de Eerste Kamer zes tot negen maanden nodig hebben om bedrag ineens goed te kunnen implementeren.
Uitstel transitie leidt tot teleurstelling
De samenloop van de inwerkingtreding met de transitie maakt de uitvoering en communicatie voor uitvoerders ingewikkeld. Tegelijkertijd weegt de regering mee dat uitstel tot na de transitie tot teleurstelling leidt bij mensen die bij de ingangsdatum van hun pensioen graag gebruik hadden willen maken van dit keuzerecht.
Op dit moment zou de regering niet willen concluderen dat uitstel tot na de transitie noodzakelijk is. Temeer omdat het oorspronkelijke wetsvoorstel Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen al in 2021 is aangenomen door de Tweede Kamer en de sector daarmee ook ruim de tijd heeft gehad om zich hierop voor te bereiden.
Invaren geen gevolgen
Invaren heeft geen gevolgen voor het bedrag ineens als de pensioeningangsdatum van de (gewezen) deelnemer vóór de invaardatum ligt, ook niet als de (gewezen) deelnemer ervoor kiest om de uitbetaling ervan uit te stellen. De pensioenuitvoerder zet het bedrag ineens namelijk als een bruto reservering apart ten behoeve van de latere uitbetaling. Hierdoor kunnen er geen veranderingen van bedragen ontstaan door invaren. Het geld staat immers al gereserveerd voor de betreffende deelnemer.
Keuzebegeleiding wettelijk voorgeschreven
Verder geldt het volgende. De pensioenuitvoerder moet voorafgaand aan pensioeningang aan degene die gepensioneerde wordt allerlei informatie verstrekken die van belang zijn voor het ‘pensioneren’, zoals informatie over de keuze voor bedrag ineens of het uitstellen van de pensioeningangsdatum. Daarbij moet de pensioenuitvoerder bevorderen dat deze informatie deze persoon inzicht geeft in de gevolgen van een keuze of combinatie van keuzes voor het pensioen. Ook moet pensioenuitvoerder de (gewezen) deelnemer keuzebegeleiding bieden. Deze keuzebegeleiding is wettelijk voorgeschreven.
Uistel leidt tot teleurstelling
Het uitstellen van de beoogde inwerkingtredingsdatum van bedrag ineens leidt, zoals het Nibud heeft toegelicht tijdens de rondetafelbijeenkomst, telkens tot teleurstelling bij mensen die hoopten gebruik te kunnen maken van de keuzemogelijkheid. Ook uitstellen van bedrag ineens tot na de transitie leidt tot teleurstelling, omdat dan opnieuw een grote groep mensen die voornemens is om in de tussentijd met pensioen te gaan niet van deze keuzemogelijkheid gebruik kan maken.
Inwerkingtreding: 1 juli 2026
Daarom is als beoogde inwerkingtredingsdatum van het keuzerecht bedrag ineens nu gekozen voor 1 juli 2026 (over ruim een jaar). Voordat bedrag ineens in werking kan treden, moet de Eerste Kamer instemmen met het wetsvoorstel. Vanaf dat moment kan definitief duidelijkheid worden geboden over de inwerkingtredingsdatum van het wetsvoorstel en kan de pensioensector de benodigde voorbereidingen treffen voor de inwerkingtreding van bedrag ineens.
Het wetsvoorstel regelt de opname van het bedrag ineens voor mensen die op of na de inwerkingtreding van het keuzerecht met pensioen gaan. Het is niet mogelijk om een bedrag ineens op te nemen zonder wettelijke grondslag; dus voordat de wet ingaat.
Geen overgangsrecht
Afkoop van pensioen (waaronder opname bedrag ineens) is slechts mogelijk als de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Wet op de loonbelastingen 1964 hierin voorzien. Ook voorziet dit wetsvoorstel niet in overgangsrecht waarbij personen die tussen 1 juli 2025 en de inwerkingtredingsdatum met pensioen gaan met terugwerkende kracht alsnog een bedrag ineens kunnen opnemen.
Daarnaast voorziet dit wetsvoorstel niet in overgangsrecht waarbij deze groep na pensioeningang op een later moment alsnog kan kiezen voor een bedrag ineens. In beide gevallen zou dat een aanzienlijke wetsaanpassing van het voorliggende wetsvoorstel betekenen en een nieuwe novelle vergen.
Terugwerkende kracht
Door bedrag ineens met terugwerkende kracht aan te bieden moeten de pensioenuitkeringen die zij reeds ontvangen hebben, worden herberekend. Het bedrag dat zij te veel hebben ontvangen zou op een manier terugbetaald moeten worden aan het fonds, of er zal een groter bedrag van bedrag ineens moeten worden ingehouden om hiervoor te compenseren. De introductie van een extra keuzemoment, al dan niet met terugwerkende kracht, voor deze groep zou een grote impact voor de uitvoering behelzen.
De impact ziet op technische aanpassingen, operationele inzet en extra werkzaamheden. Bijvoorbeeld extra informatievoorziening en keuzebegeleiding aan reeds gepensioneerden.
Het introduceren van een keuzemogelijkheid met terugwerkende kracht is daarom complex.
Beantwoording vragen over brief uitstel inwerkingtreding van het bedrag ineens

