Minister Vijlbrief heeft de Eerste en Tweede Kamer op 30 maart 2026 geïnformeerd over uitstel van de inwerkingtreding van ‘het bedrag ineens’ bij pensioen van 1 juli 2026 naar 1 januari 2029.
Motie inwerkingtreding vervroegen
Tijdens het Tweeminutendebat Pensioenonderwerpen op 31 maart een motie ingediend over de mogelijkheid om de invoering van het bedrag ineens (36154) alsnog te vervroegen.
De motie verzoekt de regering om zo snel mogelijk met pensioenuitvoerders in overleg te treden over de mogelijkheden om de invoering van het bedrag ineens alsnog te vervroegen, en de Kamer hierover voor Prinsjesdag te informeren. De regering heeft er oog voor dat bedrag ineens een afspraak is uit het Pensioenakkoord.
Voldoende tijd voor implementatie en informatie
Het wetsvoorstel voorziet in een behoefte om mensen bij pensionering meer flexibiliteit te bieden in de aanwending van pensioen. Bij (eerder) uitstel is gezocht naar een goede balans tussen het bieden van voldoende tijd voor implementatie en informatieverstrekking door pensioenuitvoerders én het voorkomen van onnodige vertraging van de introductie van het bedrag ineens.
Ten aanzien van de implementatie heeft de regering tijdens de behandeling in de Tweede Kamer op 25 september 2025 aangegeven in de gaten te zullen houden of uitvoerders zich nog comfortabel voelen bij beoogde invoeringsdatum en daarover in overleg te blijven.
Voorkeur inwerkingtreding na transitie
De Tweede Kamer is eind maart 2026 geïnformeerd dat pensioenuitvoerders een voorkeur hebben voor een inwerkingtreding van het keuzerecht na de transitie. Vijlbrief begrijpt de wens van deelnemers om het keuzerecht zo snel mogelijk in werking te laten treden. Maar hij vindt het ook van belang dat deelnemers goed worden geïnformeerd over het keuzerecht bedrag ineens en de gevolgen die de keuze voor hen kan hebben. Dit vergt goede informatie en keuzebegeleiding vanuit (pensioen)uitvoerders.
Samenloop informatiestroom complex
De transitie zorgt voor een intensieve informatiestroom richting deelnemers. Een samenloop van informatie over de transitie en informatie over het keuzerecht bedrag ineens bemoeilijkt het bereiken en begeleiden van deelnemers. Dit terwijl een keuze voor het bedrag ineens potentieel grote (vervelende) financiële gevolgen kan hebben voor deelnemers, zoals terugvordering van toeslagen. Een eenmaal gemaakte keuze voor bedrag ineens is onomkeerbaar.
Pensioenfondsen zijn volop bezig met de transitie en alle capaciteit is daarop gericht. De Pensioenfederatie ziet dat voor pensioenfondsen keuzebegeleiding en het beslag op de IT-capaciteit voor het implementeren van bedrag ineens tijdens de transitie niet samen kunnen gaan.
Uit overleg met de Pensioenfederatie naar aanleiding van de motie is gebleken dat deze argumenten nog steeds gelden en daarmee ook de voorkeur voor een inwerkingtreding na de transitie.
Niet eerder in werking
Gezien het belang dat het ministerie van SZW hecht aan de implementatie van de transitie als ook goede communicatie en keuzebegeleiding rondom het opnemen van een bedrag ineens, wil het ministerie niet voorbijgaan aan dit signaal dat vanuit de sector is afgegeven, ook in het belang van deelnemers.
De minister constateert dan ook na overleg met de sector dat een eerdere inwerkingtreding in verband met uitvoerbaarheid, keuzebegeleiding en communicatie met deelnemers niet mogelijk is.
Geen fondsspecifieke inwerkingtredingsdatum
Niet alle pensioenfondsen varen op hetzelfde moment in. Is het mogelijk om een koppeling te leggen tussen de inwerkingtredingsdatum van het keuzerecht en de fondsspecifieke invaardatum?
De regering deelt de gedachte dat onnodig uitstel zoveel mogelijk met worden voorkomen. Ook hier geldt echter dat zo’n koppeling een apart wetstraject vergt en kan leiden tot extra complexiteit.
Het wetsvoorstel dat nu bij de Eerste Kamer ligt, kent één inwerkingtredingsdatum. De koppeling tussen de inwerkingtredingsdatum en een fondsspecifieke invaardatum zou een apart wetstraject (novelle) met bijbehorende doorlooptijd vergen.
Bij zo’n aanpassing is ongelijke behandeling een aandachtspunt; het keuzerecht bedrag ineens komt niet voor iedereen op hetzelfde moment beschikbaar. Voor uitvoeringsorganisaties die pensioenregelingen voor meerdere sectoren uitvoeren met verschillende invaardata zou nog steeds sprake zijn van samenloop op uitvoeringsniveau. Vanwege deze redenen is een fondsspecifieke inwerkingtredingsdatum geen optie.
Bij de kamerbehandeling is ook toegelicht dat het niet mogelijk is om het keuzerecht met terugwerkende kracht in te laten gaan.
Kamerbrief Motie over de mogelijkheid om de invoering van het bedrag ineens alsnog te vervroegen

