
De werknemer is op 18 oktober 2021 in dienst getreden bij de werkgever. De werkgever heeft ten behoeve van de werknemer een leasecontract gesloten met Mazda Leasing met een contractduur van 21 maanden. Op 24 maart 2022 hebben partijen de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden beëindigd per 31 mei 2022.
Vaststellingsovereenkomst
In artikel 1.6 van de vaststellingsovereenkomst staat:
“Werknemer zal ervoor zorgdragen, dat de leaseverplichtingen inzake de aan Weknemer ter beschikking gestelde bedrijfsauto Mazda 3 Hatchback Skyactiv-G 122 pk Luxury, kenteken […] die thans op de Werkgever rusten, uiterlijk op de einddatum zullen zijn overgenomen door Werknemer. Werknemer vrijwaart Werkgever voor de verplichtingen voortvloeiend uit de leaseovereenkomst per de einddatum. Alle eventuele schade(s) en boetes die zijn/worden vastgesteld en door de leasemaatschappij aan Werkgever in rekening worden gebracht zullen met Werknemer verrekend worden bij de eindafrekening van het dienstverband overeenkomstig artikel 3.”
Volgens de vaststellingsovereenkomst moet de werknemer de leaseverplichtingen uiterlijk op 31 mei 2022 overnemen. Hieraan heeft de werknemer niet voldaan. Niet in geschil is dat dit een tekortkoming oplevert.
Overmacht?
De werknemer beroept zich op overmacht. Hij stelt dat de tekortkoming niet aan hem kan worden toegerekend. Hij voert aan dat hij door onvoorziene omstandigheden zijn afspraken niet kan nakomen. De leasemaatschappij heeft namelijk na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst ondanks zijn verschillende pogingen het leasecontract niet op naam van de werknemer willen zetten.
Voor rekening en risico werknemer
Dit verweer wordt verworpen. Het had op de weg van de werknemer gelegen om voorafgaand aan het maken van de afspraken met de werkgever bij de leasemaatschappij te verifiëren of hij aan zijn verplichting tot overname van het leasecontract kon voldoen. Dit heeft hij niet gedaan en dat komt voor zijn rekening en risico. Dat hij al eerder een leaseovereenkomst met de leasemaatschappij had gehad en daarom geen problemen voorzag, maakt dat niet anders.
Schending schadebeperkingsplicht?
De werknemer stelt verder dat de werkgever de op hem rustende schadebeperkingsplicht heeft geschonden. Van de werkgever had mogen worden verwacht, zo wordt betoogd, dat de leaseovereenkomst tegen een eerdere datum zou worden opgezegd, zodat de kosten beperkt zouden worden.
Meerdere toezeggingen gedaan voor regelen overname
In reactie hierop voert de werkgever aan dat de werknemer meerdere toezeggingen heeft gedaan de overname te regelen en dat de werkgever hem nog wat tijd wilde gunnen. De werknemer heeft dat niet betwist. Gelet daarop kan niet worden vastgesteld dat de werkgever in strijd heeft gehandeld met de op haar rustende schadebeperkingsplicht.
Werknemer zou leasecontract overnemen
Tot slot voert de werknemer nog aan dat hij heeft voorgesteld om het contract op naam van de werkgever door te laten lopen en dat hij de leasetermijnen aan de werkgever zou betalen. De werkgever is daarmee niet akkoord gegaan. Dat is volgens de werknemer in strijd met goed werkgeverschap.
Geen verplichting voor werkgever
De kantonrechter stelt vast dat er geen verplichting op de werkgever rust om het contract op zijn naam te laten doorlopen. Ook niet op grond van goed werkgeverschap. Partijen waren nu juist overeengekomen dat de werknemer het leasecontract zou overnemen.
Schadevergoeding en rente
De conclusie is dat de werknemer de schade die de werkgever heeft geleden moet vergoeden. de werknemer heeft de hoogte van het gevorderde en onderbouwde schadebedrag niet betwist. Dat bedrag wordt daarom vastgesteld op € 5.668,03. De rente van € 21,57 wordt ook toegewezen, omdat de werknemer genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en de werkgever dit niet heeft betwist.
Buitengerechtelijke incassokosten
De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. De werkgever heeft pas recht op een vergoeding als aan de werknemer een brief is gestuurd waarin hij de kans heeft gekregen om binnen de in de wet genoemde termijn alsnog zonder extra kosten te betalen. In de brief die aan (de gemachtigde van) de werknemer is gestuurd staat een termijn die niet voldoet aan de wet.
Verrekening
De werknemer heeft niet betwist dat de werkgever op basis van de eindafrekening nog een bedrag van € 2.118,63 aan hem moet betalen. Dit betekent dat de werkgever na verrekening recht heeft op € 3.570,97. De werknemer wordt veroordeeld om dit bedrag aan de werkgever te betalen.
Proceskosten
Se werknemer krijgt voor het grootste deel ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen.
Uitspraak Rechtbank Rotterdam, 21 april 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:5929

