
Een werknemer, die in Groningen woont en werkt bij een verzekeraar die per 1 mei 2023 van Amstelveen naar Amsterdam verhuisde, is niet boventallig. Dat heeft de kantonrechter bepaald.
Het is onvoldoende zeker dat de bodemrechter zal oordelen dat hij op grond van het Sociaal Plan als boventallig moet worden aangemerkt. In dat Sociaal Plan is bepaald dat een werknemer boventallig wordt als de reistijd toeneemt tot 2,5 uur en meer dan 2,5 uur retour per dag wordt.
De rechter legt de bepaling zo uit dat de reistijd moet toenemen én dat de werknemer door de verhuizing van de verzekeraar meer dan 2,5 uur reistijd retour heeft terwijl dat eerder niet zo was. Aan die tweede voorwaarde voldeed de werknemer niet. Voordien besteedde hij namelijk ook al dagelijks meer dan 2,5 uur aan reistijd.
Wijziging standplaats
In het Sociaal Plan staat het volgende:
“Indien de reorganisatie een wijziging van je standplaats betekent, volg je in principe je werk.. Dit is alleen anders indien je reistijd voor woon-werkverkeer toeneemt en meer dan 2 ½ uur retour per dag wordt , berekend op basis van de snelste route met het snelste vervoermiddel. In dat geval word je boventallig bij de reorganisatie. Wil je ondanks de toegenomen reistijd tot meer dan 2 ½ uur per dag toch graag je functie op de nieuwe standplaats vervullen, dan kun je dit kenbaar maken (uiterlijk) twee weken nadat je de bevestiging van boventalligheid hebt ontvangen. (…).”
Beëindigingsvergoeding bij boventalligheid
Bij boventalligheid bestaat op grond van het Sociaal Plan aanspraak op een beëindigingsvergoeding op basis van de wettelijke transitievergoeding vermenigvuldigd met een factor 1,6 en waarbij ook rekening wordt gehouden met de wettelijke overgangsregeling zoals die op 31 december 2019 gold voor werknemers ouder dan 50 jaar, tot een maximum van € 150.000.
Twee cumulatieve vereisten
Volgens de kantonrechter gelden er twee cumulatieve vereisten bij boventalligheid, namelijk i) de reistijd moet toenemen en ii) de reistijd retour moet meer dan 2,5 uur worden. Naar gangbaar taalgebruik betekent de tweede voorwaarde (ii) dat een werknemer als gevolg van de standplaatswijziging een reistijd retour van meer dan 2,5 uur per dag krijgt terwijl dat voor de standplaatswijziging niet het geval was.
Toegenomen reistijd tot meer dan 2,5 uur per dag
Deze uitleg sluit aan bij de volgende zin uit het Sociaal Plan, waarin wordt gerefereerd aan een toegenomen reistijd tot meer dan 2,5 uur per dag. In het Sociaal Plan zijn, anders dan de werknemer heeft betoogd, geen aanknopingspunten te vinden dat het woord “wordt” in de bepaling uit het Sociaal Plan moet worden begrepen als “bedraagt”. Dat in het Sociaal Plan niet met zoveel woorden staat vermeld dat het niet geldt voor werknemers die voor de standplaatswijziging al een reistijd hadden van meer dan 2,5 uur per dag, is daarvoor niet voldoende.
Reistijd was voor verhuizing al meer dan 2,5 uur per dag
Nu de reistijd van de werknemer voor de verhuizing van de werkgever al meer dan 2,5 uur per dag was, neemt zijn reistijd per dag niet toe tot meer dan 2,5 uur per dag en is aan de tweede voorwaarde (ii) niet voldaan. Voorshands wordt dan ook aangenomen dat de werkgever zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de werknemer niet boventallig is.
Verwachte werknemers met meer dan 2,5 uur reistijd
De omstandigheid dat in het door de werkgever (met het oog op de voorgenomen verplaatsing van werkzaamheden) aan de ondernemingsraad gevraagde advies staat vermeld dat naar verwachting veertien werknemers door de standplaatswijziging een toename van hun reistijd zouden krijgen van meer dan 2,5 uur retour per dag, maakt dat niet anders.
Voor zover de adviesaanvraag al kan worden betrokken bij de uitleg van het Sociaal Plan, geldt dat daarin slechts wordt gesproken over een verwachting van het aantal werknemers van wie de reistijd zou toenemen tot meer dan 2,5 uur. Onweersproken is gebleven dat op basis van het Sociaal Plan is vastgesteld dat er na de standplaatswijziging negentien werknemers waren met een reistijd retour van meer dan 2,5 uur, waarvan tien werknemers boventallig zijn geworden.
Niet boventallig verklaard
De overige negen werknemers, waaronder de werknemer, zijn niet boventallig verklaard omdat hun reistijd retour voor de standplaatswijziging al meer 2,5 uur per dag was. In zoverre valt op voorhand niet in te zien dat de werkgever de interpretatie van het Sociaal Plan heeft gewijzigd nadat hij een positief advies van de ondernemingsraad had verkregen en evenmin waarom de door de werkgever gehanteerde uitleg van het Sociaal Plan in strijd komt met goed werkgeverschap.
Uitlatingen HR-medewerker en OR-lid niet relevant
De werknemer beroept zich verder op uitlatingen van een HR medewerker en een lid uit de ondernemingsraad. Tegen de achtergrond van de hiervoor weergegeven cao-norm, kunnen bij de uitleg van het Sociaal Plan aan dergelijke uitlatingen niet de door de werknemer gewenste gevolgen worden verbonden. Of de werkgever, zoals de werknemer heeft aangevoerd, voor 16 januari 2023 een andere gedragslijn volgde bij de uitleg van (voorgangers van) het Sociaal Plan, kan in het kader van dit kort geding niet worden vastgesteld en evenmin of in het verleden sprake is geweest van een onjuiste toepassing van het Sociaal Plan. Dat betoog van de werknemer kan op dit moment dan ook niet tot een ander oordeel leiden.
Al bij indiensttreding meer dan 2,5 uur reistijd
Het mag zo zijn dat, zoals de werknemer heeft aangevoerd, in het Sociaal Plan voor een acceptabele reistijd retour per dag kennelijk een grens is getrokken bij 2,5 uur, maar dat neemt niet weg dat de werknemer al op het moment van indiensttreding (2009) zelf de keuze heeft gemaakt voor een reistijd langer dan 2,5 uur per dag. Tegen die achtergrond en gelet op het feit dat het Sociaal Plan bij standplaatswijziging – zoals de werkgever onbestreden heeft aangevoerd – het volgen van werk tot uitgangspunt neemt, valt de uitleg van de werkgever voorshands ook niet als onredelijk aan te merken.
Uitspraak Rechtbank Amsterdam, 19 juni 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:3794

