
Als er beslag is gelegd op het inkomen, moet er een minimumbedrag overblijven om van te leven: de beslagvrije voet. De beslagvrije voet mag niet hoger zijn dan 95% van het inkomen. Zo houdt iemand 5% van het inkomen over om de schulden mee af te lossen.
Van de beslaglegger ontvangt degene met schulden een brief met een overzicht van het beslagvrije voet. Meestal is dat binnen 8 dagen nadat er beslag is gelegd. De werkgever of uitkeringsinstantie ontvangt een verzoek om een deel van het inkomen in te houden. Daarmee lost de persoon de schuld af.
De beslaglegger berekent de beslagvrije voet. Vaak voert een deurwaarder het beslag uit namens de beslaglegger.
De beslagvrije voet is maximaal 1 jaar geldig. Dat staat in de wet. Daarna moet de beslaglegger de beslagvrije voet opnieuw berekenen.De beslaglegger geeft aan de werkgever door als de beslagvrije voet wijzigt.
Maximumbedragen per 1 juli 2023
De nieuwe maximumbedragen voor de beslagvrije voet zijn in de Staatscourant gepubliceerd, zoals voorgeschreven door het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De beslagvrije voet, bedoeld in artikel 475da, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, bedraagt ten hoogste per 1 juli 2023:
- voor een alleenstaande: maximaal € 1.892,73;
- voor een alleenstaande ouder: maximaal € 2.031,34;
- voor gehuwden of samenwonenden zonder kinderen: € 2.498,47;
- voor gehuwden of samenwonenden met een of meer kinderen: € 2.533,99.
Maximumbedragen tot 1 juli 2023
Dit zijn de maximumbedragen voor de beslagvrije voet tot 1 juli 2023:
- voor een alleenstaande: maximaal € 1.872,81;
- voor een alleenstaande ouder: maximaal € 2.015,84;
- voor gehuwden of samenwonenden zonder kinderen: maximaal € 2.470,03;
- voor gehuwden of samenwonenden met een of meer kinderen: maximaal € 2.509,97.

