Het komt voor rekening en risico van de werknemer dat hij niet eerder heeft gecheckt over welke loonbestanddelen het pensioengevend salaris werd berekend en dat nagevraagd heeft bij de werkgever. Dat oordeelt de kantonrechter.
Waar gaat deze zaak over?
De werknemer is op 2 januari 2013 voor de duur van een jaar bij de werkgever in dienst getreden. De arbeidsovereenkomst is per 2 januari 2014 voor onbepaalde tijd voortgezet.
Het dienstverband is geëindigd per 1 februari 2024 omdat de werknemer 104 weken arbeidsongeschikt was.
Wat vordert de werknemer?
De werknemer stapt naar de rechter en vordert dat voor het pensioengevend salaris moet worden aangesloten bij het loon in geld zoals dat blijkt uit de salarisspecificaties/jaaropgaven van de werknemer.
De werknemer legt aan zijn vordering ten grondslag dat de werkgever is tekortgeschoten in de nakoming van de pensioenovereenkomst. Hij is bij de berekening van de pensioenafdracht uitgegaan van een onjuist salaris waardoor te weinig premie is afgedragen.
Volgens de werknemer heeft de werkgever de door hem ontvangen offshorevergoeding ten onrechte niet meegenomen in de berekening van het vierwekelijkse periodeloon dat, vermeerderd met vakantietoeslag, de basis vormt voor het pensioengevend salaris.
Wat zegt de werkgever?
De werkgever voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen. Hij voert hiertoe aan dat de werknemer de definitie van het pensioengevend salaris uit de pensioenregeling verkeerd uitlegt.
Volgens de werkgever volgt uit die definitie niet dat de werknemer pensioen opbouwde over al het uitbetaalde salaris. De werknemer had op grond van de arbeidsovereenkomst en de toepasselijke regelingen recht op salaris op basis van een uurloon over gewerkte uren, tenzij hij offshore had gewerkt. In dat geval was de offshorevergoeding van toepassing.
Het loon van de werknemer fluctueerde dus naargelang de hoeveelheid uren die hij offshore werkte. De werknemer had jaarlijks in ieder geval recht op een salaris van 13 maal het vierwekelijks periodeloon. Dit periodeloon is gebaseerd op 40 maal het uurloon per week.
Aan het einde van ieder jaar werd gekeken of hij minimaal dit basisloon had verdiend. Voor de berekening van het pensioengevend salaris is ook uitgegaan van dit basisloon. Dat dit het geval is, blijkt uit de loonstroken waarop steeds hetzelfde bedrag aan pensioenpremie werd ingehouden, ongeacht het aan de werknemer uitbetaalde salaris.
Nooit geprotesteerd tegen pensioengevend salaris
Het gehanteerde pensioengevend salaris bleek ook uit de uniforme pensioenoverzichten die de werknemer ontving. Nu de werknemer nooit heeft geprotesteerd tegen het gehanteerde pensioengevend salaris, heeft hij zijn klachtplicht geschonden. Daarnaast is er eerder een procedure gevoerd tussen partijen over de vraag over welk loon er vakantietoeslag werd opgebouwd. De discussie die partijen toen hebben gevoerd, vertoont grote gelijkenissen met de huidige discussie. De werknemer heeft de pensioenopbouw in die procedure niet ter sprake gebracht.
Volgens de werkgever mocht hij erop vertrouwen dat de werknemer geen aanspraak meer zou maken op premiebetaling dan wel misgelopen rendement zodat sprake is van rechtsverwerking. Tot slot beroept de werkgever zich op verjaring ten aanzien van (een deel van) de vordering.
Offshorevergoeding deel van vierwekelijks periodeloon?
Tussen partijen is in geschil wat moet worden verstaan onder het vierwekelijkse periodeloon op grond waarvan het pensioengevend jaarsalaris moet worden berekend.
De werknemer stelt dat hij ervan uit mocht gaan dat de offshorevergoeding deel uitmaakt van het vierwekelijkse periodeloon omdat deze vergoeding niet uitdrukkelijk is uitgesloten in de pensioenregeling.
De werkgever stelt echter juist dat de offshorevergoeding geen deel uitmaakt van het vierwekelijkse periodeloon omdat dit niet expliciet is benoemd.
De werkgever heeft als meest verstrekkend verweer aangevoerd dat de werknemer zijn klachtplicht heeft geschonden.
‘Onjuist pensioengevend salaris’
Uit de overgelegde correspondentie tussen partijen blijkt dat de werknemer bij e-mail van zijn gemachtigde van 24 april 2023 heeft laten weten dat in zijn visie van een onjuist pensioengevend salaris is uitgegaan. Niet is gebleken dat de werknemer dit ook al op een eerder moment heeft gedaan.
De kantonrechter moet beoordelen of de werknemer daarmee tijdig nadat hij van de wijze van pensioenopbouw op de hoogte is geraakt of had kunnen raken, bij de werkgever heeft geprotesteerd. Hij oordeelt dat dit niet het geval is.
Jaarlijks pensioenoverzicht
In de algemene arbeidsvoorwaarden, die op de arbeidsovereenkomst van toepassing zijn verklaard, staat vermeld dat de werkgever ervoor zal zorgen dat het personeel jaarlijks een pensioenoverzicht ontvangt van de pensioenverzekeraar.
De gemachtigde van de werknemer heeft in een e-mail van 23 augustus 2024 aan de gemachtigde van de werkgever geschreven dat de werknemer deze overzichten tot en met 2016 heeft ontvangen en daarna niet meer.
De werkgever heeft erkend dat de werknemer deze overzichten vanwege een administratieve fout van de pensioenverzekeraar sinds 2016 niet heeft ontvangen. Dit neemt echter niet weg dat de werknemer wist, althans had kunnen weten, dat hij recht had op een jaarlijks overzicht. Dit stond in de algemene arbeidsvoorwaarden vermeld en hij ontving de overzichten eerder wel.
Eerder bij werkgever moeten melden
Het had op de weg van de werknemer gelegen om bij de werkgever te melden dat hij deze overzichten niet meer kreeg. Nu de werknemer dit nooit heeft gedaan, treft het verweer dat de werknemer vanwege de ontbrekende overzichten niet eerder op de hoogte was van de pensioenopbouw geen doel.
De werknemer had dit namelijk eerder kunnen weten en hij had hierover dan ook eerder kunnen protesteren bij de werkgever. Daarbij komt dat de werknemer uit de wel ontvangen overzichten gedurende de eerste jaren van zijn dienstverband had kunnen afleiden welk salaris er werd gebruikt voor de berekening van zijn pensioengevend salaris.
Ook inzichtelijk in loonstroken
De werknemer had verder uit zijn loonstroken kunnen opmaken dat zijn pensioengevend salaris niet was gebaseerd op zijn daadwerkelijk verdiende loon maar op het basisloon.
In de algemene arbeidsvoorwaarden staat dat de werknemersbijdrage 4,5% van de premiegrondslag bedraagt. De premiegrondslag bestaat uit het pensioengevend salaris verminderd met de franchise.
Hoewel het de kantonrechter niet bekend is hoe hoog de franchise is, kan uit de overgelegde loonstroken worden afgeleid dat niet het daadwerkelijk verdiende salaris maar het basisloon is gebruikt voor de berekening van het pensioengevend salaris.
De werknemersbijdrage is ongeveer gelijk aan 4,5% van het basisloon dat op de loonstroken wordt vermeld. Dit basisloon komt niet overeen met het daadwerkelijke (cumulatieve) loon op de loonstroken.
Ook in de perioden waarin de werknemer offshore werkzaamheden heeft verricht en hij dus aanzienlijk meer salaris ontving dan het basisloon, was de ingehouden werknemersbijdrage gelijk aan de maanden waarin wel een basissalaris aan hem werd betaald.
Alleen pensioenafdracht over basissalaris
De werknemer heeft overigens – bij e-mail van zijn gemachtigde van 24 april 2023 – ook zelf geschreven dat uit de loonstroken volgt dat er alleen pensioen is afgedragen over het basissalaris. Hieruit kan dus worden afgeleid dat de werknemer al kort na aanvang van zijn dienstverband wist, althans had kunnen zijn, dat niet zijn daadwerkelijk verdiende salaris werd gebruikt voor de berekening van het pensioengevend salaris.
Voor rekening en risico werknemer
Hoewel begrijpelijk, komt het voor rekening en risico van de werknemer dat hij niet eerder heeft gecontroleerd over welke loonbestanddelen het pensioengevend salaris werd berekend en daar navraag over heeft gedaan bij de werkgever.
Klachtplicht geschonden
Het feit dat de werknemer pas in een laat stadium heeft geklaagd heeft tot gevolg dat er – bij vaststelling van de tekortkoming – een herberekening moet worden gemaakt van de pensioenopbouw over de gehele periode van het dienstverband en het daardoor misgelopen rendement. Dit leidt tot praktische problemen in de uitvoerbaarheid en heeft grote gevolgen voor de werkgever.
Als de werknemer eerder had geklaagd, had de werkgever de mogelijkheid gehad om de gevolgen van de gestelde tekortkoming te beperken. Door niet al op een veel eerder moment te klagen, terwijl dat wel had gekund, is de werkgever zodanig in zijn belangen geschaad, dat hij het gebrek aan voortvarend handelen aan de werknemer mag tegenwerpen.
De kantonrechter oordeelt dan ook dat de werknemer zijn klachtplicht heeft geschonden. Dit betekent dat zijn rechten ten aanzien van de gestelde tekortkoming zijn komen te vervallen en zijn vordering om deze reden moet worden afgewezen.
Daarom komt de kantonrechter niet toe aan de beoordeling van de vraag hoe de pensioenovereenkomst moet worden uitgelegd en of de werkgever al dan niet is uitgegaan van het juiste pensioengevend salaris.
Uitspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 juli 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:6552

