Het kabinet wil dat iedereen een adequaat pensioen kan opbouwen. Om de pensioenopbouw van zelfstandigen te bevorderen, zijn er in de Wet toekomst pensioenen (Wtp) verschillende maatregelen genomen. Een van deze maatregelen is de zogenoemde experimenteerbepaling die tot doel heeft om te onderzoeken of pensioenopbouw in de tweede pijler ook voor zelfstandigen een aantrekkelijke optie kan zijn.
Tweede pijler
Het tweedepijlerpensioen wordt gefinancierd door middel van een kapitaaldekkingsstelsel. Werkenden dragen premies af om zodra zij de pensioengerechtigde leeftijd bereiken een levenslange uitkering aan te kunnen kopen.
Experimenteerbepaling
Op basis van de Wtp kunnen pensioenuitvoerders bij wijze van experiment, naast vrijwillige voortzetting, tweede-pijlerpensioenregelingen aanbieden waarbij zelfstandigen zich vrijwillig kunnen aansluiten. Op die manier kunnen zelfstandigen profiteren van het collectieve karakter van tweede-pijlerregelingen en de (solidariteits)voordelen die daarbij horen.
De meeste pensioenuitvoerders staan overwegend positief tegenover het bieden van experimenteerruimte om pensioenopbouw in de tweede pijler onder zelfstandigen te stimuleren.
Naast de overwegend positieve houding van pensioenuitvoerders, zijn pensioenfondsen van mening dat de wijze waarop de experimenteerbepaling is vormgegeven, onvoldoende ruimte biedt. Zij geven aan dat de kaders onvoldoende aansluiten bij hun uitvoeringspraktijk, waardoor het ontwikkelen van een aantrekkelijk product lastig is.
Belangrijke belemmering
Verzekeraars en PPI’s ervaren de huidige wettelijke ruimte als minder beperkend, doordat zij niet sectorgebonden zijn en daardoor gemakkelijker producten aan een brede groep zelfstandigen kunnen aanbieden. Pensioenfondsen zijn daarentegen gebonden aan hun eigen sector en kunnen daardoor slechts een beperkte groep zelfstandigen aanschrijven, wat het potentiële bereik beperkt. Ook vormen administratieve lasten en de verwachte lage deelname belangrijke belemmeringen.
Pensioenuitvoerders geven aan druk bezig te zijn met de implementatie van de Wtp en hierdoor te weinig capaciteit te hebben om aanvullende experimenten te starten. Binnen de huidige looptijd van de bepaling worden dan ook nauwelijks initiatieven verwacht.
Bij een structurele verankering van de experimenteerbepaling verwachten sommige verzekeraars en PPI’s een pensioenproduct voor zelfstandigen aan te bieden. Pensioenfondsen zijn hierin terughoudender. Minister Vijlbrief van SZW bespreekt de komende periode met pensioenuitvoerders en sociale partners in hoeverre het structureel maken van deze experimenteerbepaling passend is.
Ontwikkeling pensioenopbouw
Vooralsnog geeft de ontwikkeling van de pensioenopbouw onder zelfstandigen geen aanleiding tot aanvullende maatregelen op dit terrein.
Wel zal de minister de ontwikkeling van de pensioenopbouw onder zelfstandigen blijven monitoren. Daarbij heeft het kabinet in de verdere uitwerking van de aankomende zzp-wetgeving ook oog voor de positie van zelfstandigen, waaronder het aspect van pensioenopbouw.

