De werknemer is bij de werkgever in dienst geweest. Hij vordert in deze procedure bonussen over 2022 en 2023. De werkgever betwist dat de werknemer over die jaren recht heeft op een bonus. De kantonrechter stelt de werkgever in het gelijk en wijst de vordering van de werknemer af.
De werknemer is op 1 november 2021 in dienst getreden bij de werkgever in de functie van Business Development Manager. De arbeidsovereenkomst is aansluitend voor nog eens 12 maanden verlengd en is inmiddels per 1 november 2023 van rechtswege geëindigd.
Bonusregeling
In artikel 5 lid 4 van de (verlengde) arbeidsovereenkomst is opgenomen dat de werknemer in aanmerking komt voor een bonusregeling en dat de inhoud van de bonusregeling nader zal worden overeengekomen.
In de later tot stand gekomen bonusregeling is onder meer het volgende bepaald:
Belangrijke elementen:
“Enkel collega’s die op 31 december 2022 kunnen aanspraak maken op een bonus.”
Een werknemer die gedurende het jaar 2022 opstart bij bedrijf 1 zal een bonus naar rato kunnen verdienen.
- Bonus regio: Nederland
- Bonus periode: 01/01/2022-31/12/2022
- Bonus OTE %: 30% (OTE = on-target earnings)
- Bonus OTE €: 22 500€
- Bonus Cap: 200%

Begin 2023 is tussen partijen een verschil van mening ontstaan over onder meer de vraag of de werknemer op basis van de behaalde targets recht had op een bonus over 2022. Partijen hebben vervolgens gesproken over een exitregeling. In september 2023 heeft de werkgever over 2022 een bonus van € 22.500 aan de werknemer uitgekeerd.
Geen bonus over 2023
De werkgever heeft voor het jaar 2023 geen bonusregeling vastgesteld. Hij heeft de werknemer laten weten dat hij over dat jaar geen bonus zou krijgen en dat zijn arbeidsovereenkomst na 31 oktober 2023 niet zou worden verlengd. De werknemer is vanaf de zomer van 2023 vanwege een conflict op non-actief gesteld.
De gemachtigde van de werknemer heeft met een brief van 22 september 2023 tegenover de werkgever aanspraak gemaakt op uitbetaling van een bonus over 2023 van € 22.500 en op de wettelijke verhoging van 50% over de bonussen over 2022 en 2023. De werkgever heeft zich op het standpunt gesteld dat de werknemer hier geen recht op heeft en heeft deze bedragen niet betaald. Hij heeft de werknemer op zijn verzoek op 6 december 2023 een overzicht toegestuurd van de berekening van de door hem behaalde targets over 2022. Partijen hebben hierover geen overeenstemming kunnen bereiken.
De werknemer stapt naar de rechter en vordert € 112.000 aan achterstallige bonussen en de wettelijke rente over € 90.000.
Bonus alleen uit coulance
De werkgever stelt dat de werknemer in 2022 geen recht had op een bonus, omdat hij de targets daarvoor niet heeft gehaald. In het kader van onderhandeling over een vertrekregeling heeft hij hem in september 2022 € 22.500 als bonus over 2022 toegekend, maar dat was volgens de werkgever alleen uit coulance. Hij betwist daarom dat hij over dit bedrag wettelijke rente en wettelijke verhoging is verschuldigd.
Geen bonusregeling tot stand gekomen
De werkgever stelt dat de werknemer over 2023 geen recht heeft op een bonus, omdat er voor dat jaar geen bonusregeling tot stand is gekomen en de werknemer op 31 december 2023 niet meer in dienst was. Hij heeft in 2023 ook geen omzet gegenereerd.
Targets niet gehaald
De kantonrechter is van oordeel dat de werknemer niet heeft aangetoond dat hij zijn targets over 2022 heeft gehaald en dat hij over dat jaar recht heeft op een bonus.
Niet meer onderhandeld over inhoud bonusregeling
De kantonrechter oordeel ook dat voor 2023 geen bonusregeling tot stand is gekomen. In artikel 5 lid 4 van de arbeidsovereenkomst staat weliswaar dat de werknemer in aanmerking komt voor een bonusregeling, maar ook dat de inhoud van deze bonusregeling nader tussen partijen wordt overeengekomen.
De bonusregeling 2022 heeft specifiek betrekking op het jaar 2022 en er zijn geen concrete aanwijzingen dat het de bedoeling van beide partijen was dat deze regeling ongewijzigd ook voor 2023 zou gelden. Daar moest dus nog over worden onderhandeld, maar dat is niet meer gebeurd omdat partijen begin 2023 een conflict hebben gekregen over onder meer de bonus over 2022.
Niet meer in dienst, geen recht op bonus
Maar ook als de bonusregeling 2022 voor 2023 onder dezelfde voorwaarden gold, moet die regeling in redelijkheid zo worden begrepen dat er alleen recht zou zijn op een bonus als de werknemer op 31 december van dat jaar nog in dienst was. In de bonusregeling 2022 staat weliswaar alleen “Enkel collega’s die op 31 december 2022 kunnen aanspraak maken op een bonus”, maar het had de werknemer redelijkerwijs duidelijk kunnen zijn dat de woorden “in dienst zijn” daar per ongeluk zijn weggevallen, omdat de voorwaarde anders zonder enige betekenis zou zijn.
Vorderingen afgewezen
De werknemer was op 31 december 2023 niet meer bij de werkgever in dienst en heeft ook daarom al over 2023 geen recht op een bonus. De werknemer heeft gesteld dat dit geen redelijke voorwaarde is, maar hij had hier bij het vaststellen van de bonusregeling 2022 over kunnen onderhandelen. Dat heeft hij echter niet gedaan. Hij heeft tot slot niet aangetoond dat hij in 2023 resultaten heeft behaald die recht geven op een bonus. De conclusie luidt daarom dat de werknemer over 2023 geen recht heeft op een bonus.
De vorderingen van de werknemer wijst de kantonrechter af.
Uitspraak Rechtbank Midden-Nederland, 25 juni 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2931

