Een pensioeninstelling gevestigd in een andere EU-lidstaat staat onder overheidstoezicht in de lidstaat waar de pensioeninstelling is gevestigd. In het geval van pensioenfonds Johnson & Johnson (J&J Pension Fund OFP) is dat België.
Op een Nederlandse pensioenregeling die wordt uitgevoerd door een pensioeninstelling gevestigd in een andere lidstaat, is het Nederlandse arbeids- en sociaal recht van toepassing. Voor de naleving van het Nederlandse arbeids- en sociaal recht is de pensioeninstelling onderworpen aan toezicht door DNB en de Autoriteit Financiële Markten (AFM).
Transitie naar nieuw pensioenstelsel
Bij de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel moet de werkgever de gewijzigde pensioenovereenkomst en een transitieplan aan het pensioenfonds sturen. Het voorschrift om een implementatieplan en communicatieplan in te dienen bij de toezichthouder geldt niet voor een pensioeninstelling gevestigd in een andere lidstaat.
De inhoud van de pensioenregeling, waaronder de toeslagverlening, is arbeidsvoorwaardelijk en komt tot stand tussen werkgever en werknemersvertegenwoordiging. Binnen het wettelijk kader is het aan partijen om de pensioenregeling in te vullen. De regering of toezichthouders hebben geen rol bij die invulling.
DNB houdt wel toezicht op naleving van het Nederlandse arbeids- en sociaal recht, waaronder het voorschrift voor gelijke behandeling bij toeslagen (artikel 58 Pensioenwet).
Wettelijk toegestaan onderscheid
Het is toegestaan dat bij een toeslagverlening aan deelnemers, de pensioenen van gewezen deelnemers en gepensioneerden niet in gelijke mate worden verhoogd. Het maakt daarbij geen verschil of het pensioenfonds in Nederland of in een andere lidstaat is gevestigd.
De pensioenregeling van pensioenfonds Johnson en Johnson kent zo’n wettelijk toegestaan onderscheid. Bij Johnson & Johnson worden de pensioenaanspraken van actieve deelnemers jaarlijks verhoogd met de ontwikkeling van de prijsindex. De pensioenregeling kent echter geen toeslagambitie voor de verhoging van de pensioenen van gewezen deelnemers en pensioengerechtigden.
Instemming bij collectieve waardeoverdracht
Op grond van de nu geldende wetgeving bij een collectieve waardeoverdracht naar een pensioeninstelling in een andere lidstaat is onder andere vereist dat een tweederdemeerderheid van de deelnemers en gewezen deelnemers en een tweederdemeerderheid van de pensioengerechtigden die hebben gereageerd op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek het voorgenomen besluit met betrekking tot de collectieve waardeoverdracht hebben goedgekeurd.
Deze huidige instemmingssystematiek was nog niet van toepassing bij de overgang van pensioenfonds Johnson & Johnson naar België in 2015.
Nieuwe afspraken
DNB speelt geen rol speelt bij de inhoudelijke afspraken die sociale partners maken over de toeslagverlening.
Hoewel minister Vijlbrief van SZW goed kan voorstellen dat gewezen deelnemers en gepensioneerden van Johnson & Johnson teleurgesteld zijn over hun indexatieperspectief, heeft hij geen signalen ontvangen dat de arbeidsvoorwaardelijke afspraken niet binnen de (toen) geldende wettelijke kaders zijn gemaakt. Het staat de vertegenwoordigende partijen en Johnson & Johnson als werkgever vrij om hierover nieuwe afspraken te maken.

