De drie lijnen waar eerdere kabinetten aan werkten (een gelijker speelveld tussen contractvormen, meer duidelijkheid wanneer wordt gewerkt als werknemer of zelfstandige, verbetering handhaving op schijnzelfstandigheid) blijven overeind, hoewel de invulling ervan op onderdelen aangepast wordt aan de koers van dit kabinet.
Bij een goed functionerende, moderne arbeidsmarkt hoort ook dat werkenden en werkgevenden zoveel mogelijk duidelijkheid hebben over de contractvorm.
Een duidelijker wettelijk kader draagt er ook aan bij dat werkgevenden zonder onnodige terughoudendheid kunnen kiezen voor het werken met zzp’ers. Daarbij helpt het om zelfstandigen erkenning te geven, het onderscheid met werknemers op die manier te verduidelijken en schijnzelfstandigheid tegen te blijven gaan.
Meer duidelijkheid en rust op korte termijn
1 Schrappen verduidelijkingsdeel Vbar
Het schrappen van het verduidelijkingsdeel uit het wetsvoorstel ‘Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden’ (Vbar) is, wat het kabinet betreft, een belangrijke stap naar meer rust op de markt.
Het huidige toetsingskader, op basis van de meest recente jurisprudentie publiceert het ministerie van SZW op hetjuistecontract.nl om de duidelijkheid daarover verder te vergroten.
2 Rechtsvermoeden op basis van uurtarief
Het kabinet gaat in hoog tempo door met het rechtsvermoeden van werknemerschap onder een uurtarief van 38 euro. Werkenden die onder dat tarief werken en menen recht te hebben op een arbeidsovereenkomst, krijgen hierdoor een betere rechtspositie. Ook kan dit helpen bij het tegengaan van schijnzelfstandigheid onder een meer kwetsbare groep.
Het kabinet dringt aan op spoedige behandeling van het wetsvoorstel, ook gezien de verplichtingen in het kader van het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP).
Voor het rechtsvermoeden is het streven naar publicatie in het Staatsblad uiterlijk 31 augustus 2026.
Voor de implementatie van de Richtlijn Platformwerk is het streven de internetconsultatie in Q2 2026 te starten.
3 Communicatiecampagne: zo kan zzp wél
De komende periode wil het kabinet aan de slag met een campagne die laat zien hoe op een juiste manier met zzp’ers kan worden gewerkt. Het kabinet streeft ernaar deze campagne vóór de zomer te starten. Opdrachtgevers worden gewezen op de aandachtspunten bij een overeenkomst van opdracht. Daarnaast worden zelfstandigen bewuster gemaakt waarmee zij rekening moeten houden bij het aangaan van een arbeidsrelatie.
Ondanks dat de wetgeving ten aanzien van de kwalificatie arbeidsrelaties niet is gewijzigd, heeft de opheffing van het handhavingsmoratorium wel geleid tot meer bewustwording. Cijfers van het CBS over het afgelopen jaar bevestigen dat beeld. Partijen zijn bezig met het aanpassen van hun werkwijze conform wet- en regelgeving.
Er zijn echter ook signalen vanuit onder meer zelfstandigenorganisaties dat zelfstandigen een terugval in het aantal opdrachten ervaren, omdat soms bij voorbaat al deuren worden gesloten zonder eerst het gesprek aan te gaan. Deze reactie onder opdrachtgevers wil het kabinet tegengaan. Bijvoorbeeld als risico’s gemeden worden vanwege onduidelijkheid of een gebrek aan expertise over geldende wet- en regelgeving.
Om de bewustwording in de markt te vergroten is er het afgelopen jaar door het ministerie van SZW ingezet op de publiekscampagne ‘ZZP ja of nee’, voorlichtingsactiviteiten over wanneer sprake is van werken als werknemer of als zzp’er, de website hetjuistecontract.nl en de webmodulebeoordeling arbeidsrelatie.
Dit kabinet wil de bewustwording in de markt verder vergroten door te benadrukken wanneer géén sprake is van een werknemer en dus wél met (en als) zelfstandige(n) kan worden gewerkt.
4 Extern ondernemerschap weegt volwaardig mee
De Hoge Raad heeft op 21 februari 2025 antwoord gegeven op prejudiciële vragen van Hof Amsterdam over de rol van extern ondernemerschap bij het kwalificeren van de arbeidsrelatie.
In dat antwoord staat dat bij de beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst geen rangorde geldt tussen de mee te wegen omstandigheden, waaronder ondernemerschap van de werkende buiten de specifieke arbeidsrelatie (‘extern ondernemerschap’).
Het extern ondernemerschap is dus één van de gezichtspunten die holistisch moet worden meegewogen met de andere acht gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest en eventuele andere relevante feiten en omstandigheden van het geval.
Uber-chauffeurs
Hof Amsterdam heeft op 27 januari 2026 uitspraak gedaan over de beoordeling van de arbeidsrelaties van de chauffeurs van Uber. Het Hof komt tot het oordeel dat de betreffende zes Uber-chauffeurs (die in hoger beroep aan de kant van Uber mee procedeerden) geen arbeidsovereenkomst hebben, omdat bij hen sprake is van een sterke mate van ondernemerschap.
Vanwege het ontbreken van gegevens met betrekking tot individuele omstandigheden kan het hof niet voor andere individuele chauffeurs of groepen van chauffeurs vaststellen voor wie dat geldt. De vordering dat sprake is van een dienstbetrekking is daarom afgewezen.
5 Actualisatie webmodule en leidraad
Het kabinet benadrukt dat de uitvoering het extern ondernemerschap, conform jurisprudentie, meeneemt in de beoordeling van arbeidsrelaties. De webmodule beoordeling arbeidsrelatie wordt aangepast door de rol van extern ondernemerschap duidelijk te benoemen bij de startpagina.
Ook wil het kabinet de leidraad die binnen de Rijksoverheid wordt gebruikt herzien op basis van de meest recente jurisprudentie. Deze jurisprudentie passen de uitvoeringsorganisaties al toe. Op korte termijn word dit ook tot uitdrukking worden gebracht in het – op de websites van de Belastingdienst en hetjuistecontract.nl – te publiceren beslis- en afwegingskader.
Het beoordelen van extern ondernemerschap is zowel voor de uitvoering als voor opdrachtgevers complex, omdat het ook gaat om activiteiten van de opdrachtnemer buiten het directe zicht van de arbeidsrelatie.
Voor zzp’ers is het relevant om zich te gedragen als ondernemer – ook buiten de arbeidsrelatie – en de opdrachtgever hierover te informeren als dit voor de beoordeling nodig is. De huidige complexiteit in de beoordeling van arbeidsrelaties is voor het kabinet een aanmoediging om aan de slag te gaan met verduidelijkende en eenvoudigere wetgeving voor zelfstandigen, opdrachtgevers en de uitvoering.
6 Schijnzelfstandigheid naar nul bij overheid
Bij de uitvoering van beleid is het van belang dat de Rijksoverheid zelf het goede voorbeeld geeft en zich houdt aan geldende wet- en regelgeving. Dat betekent dat het aantal (potentieel) schijnzelfstandigen bij de Rijksoverheid naar nul moet zijn teruggebracht.
Maar het kabinet is ook van mening dat van categorisch uitsluiten van zzp’ers bij de Rijksoverheid geen sprake kan zijn. Wanneer inhuur conform wet- en regelgeving is, moet daar ruimte voor zijn en moet de overheid ook hierbij het goede voorbeeld te geven.
Erkenning zelfstandige en schijnzelfstandigheid tegengaan
1 Naar een nieuwe Zelfstandigenwet
Het kabinet wil zo snel mogelijk aan de slag met een Zelfstandigenwet, zodat zelfstandigen de erkenning krijgen die ze verdienen. Hiermee neemt het kabinet de uitgangspunten van het initiatiefvoorstel vanuit verschillende fracties (VVD, D66, CDA en SGP) uit de Tweede Kamer als leidraad.
Het doel is om ervoor te zorgen dat zelfstandigen en opdrachtgevers vooraf meer duidelijkheid hebben wanneer iemand geen werknemer is en dus als zzp’er kan worden ingehuurd, en tegelijkertijd vast te leggen welke verantwoordelijkheden bij die zelfstandige horen.
Bij de uitwerking zet het kabinet in op breed draagvlak en gaat het vanzelfsprekend in gesprek met sociale partners, zelfstandigenorganisaties, maatschappelijke organisaties, de uitvoering en de Tweede Kamer.
Hiermee wil dit kabinet ook op de langere termijn zorgen voor meer rust en duidelijkheid. Door voor zoveel mogelijk duidelijkheid aan de voorkant te zorgen, en in ruil daarvoor ook te vragen om verantwoordelijkheid te nemen voor zaken als arbeidsongeschiktheid en een pensioenvoorziening.
Het wetsvoorstel Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (Baz), die zelfstandig ondernemers bij arbeidsongeschiktheid een minimuminkomen garandeert, is één van de elementen die daarbij een rol speelt.
2 Geen zigzagbeleid: handhaving blijft nodig
Het kabinet blijft inzetten op handhaving op schijnzelfstandigheid, met oog voor de menselijke maat. Ook op de lange termijn.
De markt is volgens Aartsen niet gebaat bij zigzagbeleid, maar bij voorspelbaarheid en duidelijke spelregels. Dit kabinet houdt zich daaraan. Naleving van de wetgeving door werkgevenden en werkenden is ook belangrijk voor het arbeids- en pensioenrecht.
3 Naar een gelijker speelveld
Tot slot blijft het kabinet voor de lange termijn verder werken aan acties op het gebied van een gelijker speelveld.
Doorbraak
Met deze koers wil het kabinet zorgen voor een doorbraak om – na jarenlang discussie en onduidelijkheid in de markt – te komen tot rust en meer duidelijkheid bij het werken met en als zelfstandige(n). Met enerzijds erkenning voor zelfstandigen en anderzijds het aanpakken van de schaduwkanten rond schijnzelfstandigheid.
Kamerbrief Kabinetskoers van rust en duidelijkheid onder zelfstandigen

