De werknemer meldt zich ziek na val tijdens werk. De werkgever verneemt maanden later dat de werknemer werkzaamheden heeft uitgevoerd voor een andere werkgever en laat onderzoek doen naar de activiteiten van de werknemer. Volgens de werkgever volgt daaruit dat de werknemer niet open is over belastbaarheid en ontslaat de werknemer op staande voet. Ondanks dat werknemer nog steeds volledig arbeidsongeschikt is, blijft het ontslag op staande voet in stand, ook omdat nog steeds geen plausibele verklaring is gegeven voor de feiten als vastgesteld door het onderzoeksbureau.
Gegronde reden voor onderzoek naar activiteiten werknemer
Onbetwist is gebleven dat de werkgever pas begin juni 2025 heeft vernomen dat de werknemer ondanks zijn ziekmelding op 16 en 17 oktober 2024 voor een andere werkgever heeft gewerkt. De werkgever had daardoor een gegronde reden om een bedrijf in te schakelen om de activiteiten van de werknemer te onderzoeken.
Vaststaat dat de werknemer, terwijl hij op 14 en 23 juli 2025 heeft verklaard vanwege ziekte niet in staat te zijn een collega te ontvangen voor een huisbezoek, op 4 juli en op 18 juli 2025 auto heeft gereden en zonder afwijkend loopgedrag naar en van de auto is gelopen. Dit is in strijd met hetgeen de werknemer over zijn belastbaarheid heeft medegedeeld. De werkgever heeft hierover dan ook terecht uitleg gevraagd aan (de gemachtigde van) de werknemer.
Nu, ondanks een nadrukkelijk verzoek hiertoe, inhoudelijke uitleg hierover is uitgebleven, heeft de werkgever de werknemer op 30 juli 2025 terecht op staande voet ontslagen.
Vertrouwen te zeer geschaad
Een werkgever mag immers ervan uit gaan dat een werknemer gedurende zijn arbeidsongeschiktheid open en waarheidsgetrouw communiceert over zijn belastbaarheid. Aangezien de werknemer tijdens zijn ziekmelding bij de werkgever had gewerkt voor een andere werkgever was het vertrouwen van de werkgever al ernstig geschaad. Door geen enkele inhoudelijke uitleg te geven over de door het bedrijf geconstateerde feiten, die haaks staan op de door de werknemer gegeven informatie over zijn belastbaarheid, kon van de werkgever dan ook niet langer worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De werkgever stelt terecht dat daarvoor het vertrouwen in de werknemer te zeer was geschaad.
Onvoldoende uitleg
Pas ter zitting heeft de werknemer op vragen van de kantonrechter enige uitleg gegeven over de geconstateerde feiten, maar ook deze uitleg verklaart een en ander onvoldoende. Hoewel de werknemer in april 2025 wel een collega kon ontvangen voor een huisbezoek en de bedrijfsarts in juni 2025 vaststelde dat er een lichte verbetering was van de klachten, heeft de werknemer in juli 2025 tot twee maal toe tegen de collega gezegd dat een huisbezoek vanwege zijn klachten op dat moment niet mogelijk was. Dit verhoudt zich niet met het feit dat hij in dezelfde periode wel zijn vader naar een afspraak in het ziekenhuis kon brengen en daar voor hem kon vertalen en ook niet met het feit dat hij zelf naar BioZorg is gereden.
Autorijden ondanks medicijnen
De werknemer heeft ook geen verklaring gegeven voor het feit dat is gezien dat hij liep zonder zichtbare afwijking, terwijl hij op de zitting ogenschijnlijk met pijn beweegt. Tot slot geldt dat de werknemer op zitting heeft verklaard dat hij zeer veel zware medicijnen slikt, dat hij daardoor versuft is en niet goed weet wat hij zegt. In dat geval valt niet in te zien dat hij met deze medicatie, zoals hijzelf verklaarde, kon autorijden.
Ter zitting kon dan ook nog steeds niet worden vastgesteld dat de werknemer in juli 2025 daadwerkelijk niet in staat was de collega bij hem thuis te ontvangen, zodat wordt geconcludeerd dat hij daarover zowel op 14 juli als op 23 juli 2025 niet de waarheid heeft gesproken. Dit is een dringende reden voor ontslag.
Open en eerlijk communiceren
Een werkgever moet erop kunnen vertrouwen dat een werknemer open en eerlijk met de werkgever communiceert over zijn belastbaarheid. Hoewel de werknemer (ook nu nog) volledig arbeidsongeschikt is, heeft hij nog steeds geen plausibele verklaring gegeven voor de geconstateerde feiten.
Opzegging rechtsgeldig
Verder is het ontslag onverwijld gegeven door de werknemer, na hem in de gelegenheid te hebben gesteld op de bevindingen van het bedrijf te reageren en een inhoudelijke reactie uitbleef, bij brief van 30 juli 2025 over het ontslag te informeren.
Nu is geoordeeld dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is, wordt het verzoek van de werknemer tot vernietiging van die opzegging afgewezen.
Transitievergoeding
De werknemer heeft verzocht om de werkgever te veroordelen de transitievergoeding te betalen. Nu is geoordeeld dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven is de werkgever in beginsel geen transitievergoeding verschuldigd. Nu echter vaststaat dat de werknemer op dit moment volgens de bedrijfsarts (nog steeds) volledig arbeidsongeschikt is, kostwinner is voor zijn gezin en het dienstverband zeven jaar heeft geduurd zonder dat is gebleken dat eerder iets is voorgevallen, wordt aanleiding gezien om de transitievergoeding, tot en met 30 juli 2025 berekend op € 12.202,10 bruto, toe te wijzen.
Uitspraak Rechtbank Amsterdam, 8 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:95

