Minister Paul van SZW stuurt een reactie op het position paper van de Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN) dat ten behoeve van het commissiedebat zzp van 18 december 2025 was aangeleverd. Dit op verzoek van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid tijdens de procedurevergadering van 13 januari 2026.
“In onze communicatie, Kamerbrieven en de gesprekken die door het hele land gevoerd worden, benadrukken we de meerwaarde die zelfstandig ondernemers hebben voor onze economie en hoe nog wél met en als zelfstandige(n) gewerkt kan worden. Tegelijkertijd maken we zo duidelijk mogelijk wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst. In dat kader is goed werkgeverschap een belangrijke manier om werknemers aan te trekken of te behouden voor een organisatie, en tegemoet te komen aan de behoefte van werkenden. Bijvoorbeeld als het gaat om flexibiliteit of autonomie. Daarom is het van belang om hier aandacht aan te blijven besteden.”
Vervolgstappen
VZN geeft aan wat volgens hen de gewenste vervolgstappen zijn op het gebied van wetgeving en handhaving. Daarbij willen zij het rechtsvermoeden uit het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) zo snel mogelijk invoeren.
Daarnaast pleiten ze voor duidelijke criteria op basis waarvan bepaald wordt of iemand zelfstandig ondernemer is, waaronder het opbouwen van een bedrijfsbuffer.
Tot slot pleiten ze voor gerichte handhaving, in die situaties waar zelfstandigen werken onder het in Vbar genoemde uurtarief voor het rechtsvermoeden (36 euro, peildatum 1 januari 2025).
Drie lijnen
Het kabinet heeft in diverse voortgangsbrieven uitgebreid beschreven dat het werken met en als zelfstandige(n) toekomstbestendiger wordt gemaakt langs drie lijnen:
- zorgen voor een gelijker speelveld tussen contractvormen (lijn 1);
- meer duidelijkheid wanneer gewerkt wordt als werknemer of zelfstandige (lijn 2); en
- verbetering van de handhaving op schijnzelfstandigheid (lijn 3).
Wetsvoorstel Vbar
Met het oog op het recent gepresenteerde coalitieakkoord van D66, VVD en CDA, wil het huidige kabinet niet vooruitlopen op de te nemen vervolgstappen binnen het wetgevingstraject Vbar, zowel over de wijze van verduidelijking wanneer iemand werknemer is en wanneer werk kan worden gedaan als zelfstandige, als het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst gekoppeld aan een uurtarief. Daarom stuurt dit kabinet de Nota naar aanleiding van het Verslag bij wetsvoorstel Vbar op dit moment niet naar de Tweede Kamer.
Initiatiefwetsvoorstel
Tegelijkertijd is er door diverse partijen in de Tweede Kamer gewerkt aan een initiatiefwetsvoorstel over hetzelfde onderwerp. Het doel van de initiatiefnemers: zorgen voor meer rust en zekerheid onder zowel zelfstandigen en opdrachtgevers, als werknemers en werkgevers. Het is aan een volgend kabinet om in gezamenlijkheid met de Tweede Kamer zo snel als mogelijk te bekijken hoe daar het beste voor kan worden gezorgd.
Duidelijker onderscheid
De wettelijke (open) norm om werknemers van zelfstandigen te onderscheiden is de afgelopen jaren steeds verder ingekleurd door rechterlijke uitspraken (jurisprudentie). Ook de opheffing van het handhavingsmoratorium voor de loonheffingen is voor veel partijen een aansporing geweest om hun arbeidsrelaties tegen het licht te houden, waarmee duidelijker onderscheid wordt gemaakt tussen werken als zelfstandige of als werknemer.
Handhaven
De Belastingdienst blijft risicogericht handhaven op juiste en volledige aangiften loonheffingen. Daarbij geldt dat schijnzelfstandigheid in alle sectoren voor komt, en niet alleen aan de basis van de arbeidsmarkt. De Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) is verantwoordelijk voor de naleving van arbeidswetten. De NLA handhaaft risicogericht op onder andere onderbetaling en arbeidsuitbuiting.
Kamerbrief Reactie op het position paper van de Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN)

