De werknemers verzoeken om toekenning van een billijke vergoeding wegens het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. De kantonrechter wijst het verzoek toe, omdat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van werkgever. De werkgever heeft inbreuk gemaakt op de privacy van werknemers.
‘Werkgever ernstig verwijtbaar gehandeld’
Werknemer 1 en werknemer 2 voeren aan dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en verzoeken daarom een billijke vergoeding. Een collega van werknemer 1 en werknemer 2 heeft privé WhatsAppberichten tussen werknemer 1 en werknemer 2 gelezen, gefotografeerd en verspreid met als doel om een vertrouwensbreuk in de onderneming te creëren.
Deze op onrechtmatige wijze verkregen informatie is voor de werkgever de directe aanleiding geweest om de arbeidsovereenkomsten niet te verlengen. Er is volgens de werknemers sprake van:
- onrechtmatig handelen;
- een inbreuk op de privacy;
- schending van de AVG;
- geen eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer ex artikel 8 EVRM;
- schending van goed werkgeverschap en vi) ernstig verwijtbaar handelen.
Werknemer 2 heeft ook nog recht op een transitievergoeding, .
‘Geen inbreuk op privacy’
De werkgever voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. De werkgever voert primair aan dat geen sprake is van een inbreuk op de privacy. Toen de collega de zakelijke laptop openklapte stond het WhatsAppgesprek tussen werknemer 1 en werknemer 2 open op het scherm. In dat gesprek werd negatief en beledigend gesproken over diverse personen binnen het bedrijf, waaronder zijzelf.
Gezien de werkgerelateerde inhoud van de berichten besloot de collega terecht om hiervan foto’s te maken en te delen met het management, zodat dit achteraf niet ontkend kon worden. werknemer 1 en werknemer 2 hebben dit over zichzelf afgeroepen door een privé WhatsAppgesprek, waarin zij zich negatief uitlaten over collega’s, op een zakelijke laptop te laten openstaan. Bovendien prevaleert in dit geval het belang van de waarheidsvinding.
Recht op transitievergoeding
Het verzoek van werknemer 2 om toekenning van een transitievergoeding is toewijsbaar.
Voor het recht op een transitievergoeding is vereist dat de arbeidsovereenkomst na een einde van rechtswege op initiatief van werkgever niet is voortgezet.
De werkgever heeft werknemer 2 op 25 juni 2025 schriftelijk aangezegd dat de arbeidsovereenkomst, die van rechtswege op 26 november 2025 afloopt, niet wordt voortgezet. Het initiatief lag dus bij de werkgever.
Het feit dat werknemer 2 per 1 september 2025 een andere baan had gevonden, betekent niet dat het initiatief bij hem is komen te liggen. Dit is immers een rechtstreeks gevolg van het feit dat de werkgever in een vroegtijdig stadium het einde van de arbeidsovereenkomst heeft aangezegd.
Inhoud WhatsAppgesprek is privé
De kantonrechter stelt voorop dat de inhoud van een WhatsAppgesprek moet worden beschouwd als privé en valt onder de bescherming van artikel 8 van het Europees verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Een werkgever mag niet zomaar kennis nemen van de inhoud van een WhatsAppgesprek van een werknemer.
Voor een inmenging in dit privéleven moet er een dwingende maatschappelijke behoefte bestaan. Werknemer 1 en werknemer 2 mochten er dan ook op vertrouwen dat berichten die in deze privécontext zijn verzonden niet door hun werkgever zouden worden gelezen, ook al waren deze berichten via WhatsApp Web of de zakelijke laptop in te zien.
Gesprek open op zakelijke laptop
Vaststaat dat de werkgever kennis heeft genomen van privé-informatie waarvan werknemer 1 en werknemer 2 niet hebben gewild dat hun werkgever deze zou zien. Volgens de werkgever heeft werknemer 2 hier zelf aan bijgedragen door het gesprek met werknemer 1 open te laten op de zakelijke laptop. Werknemer 1 en werknemer 2 betwisten dat het gesprek openstond toen de collega de laptop openklapte en stellen dat de collega zich op heimelijke wijze toegang heeft verschaft tot hun privégesprek.
Zonder toestemming foto’s gesprek gemaakt
Het is voor de kantonrechter onduidelijk gebleven of de collega bewuste handelingen heeft verricht om toegang te verkrijgen tot het WhatsApp-gesprek tussen werknemer 1 en werknemer 2. Wel staat zonder meer vast dat zij, nadat zij toegang had, gedurende geruime tijd door de berichten heeft gescrold en actief het gesprek heeft doorzocht. Vervolgens heeft zij zonder toestemming of overleg met werknemer 1 en werknemer 2 foto’s gemaakt van onderdelen van het gesprek en deze beelden gedeeld met een aantal betrokkenen.
Ongerechtvaardigde inbreuk
Hoewel werknemer 1 en werknemer 2 zich in deze conversatie op onbehoorlijke wijze hebben uitgelaten over collega’s, betreft het uitlatingen gedaan in een privécontext, waarin zij er niet bedacht op hoefden te zijn dat hun werkgever daar kennis van zou nemen. Door vervolgens gebruik te maken van deze op onrechtmatige wijze verkregen privé berichten en daarop zijn handelen te baseren, heeft de werkgever een ongerechtvaardigde inbreuk gemaakt op het door artikel 8 EVRM beschermde recht van werknemer 1 en werknemer 2.
Deze inbreuk moet, gelet op zowel de wijze van verkrijging als het daaropvolgende gebruik van de berichten, als ernstig verwijtbaar worden gekwalificeerd. De werkgever heeft aangevoerd dat de inhoud van de berichten en de daardoor ontstane vertrouwensbreuk de ernst van de inbreuk relativeren. De kantonrechter kan zich voorstellen dat de teksten bij de werkgever en collega’s hard zijn binnengekomen, maar dit rechtvaardigt niet de wijze waarop de privécommunicatie is verkregen en gebruikt.
Vertrouwensbreuk door lezen privéberichten
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat de inhoud van de WhatsApp-berichten en de daaruit door de werkgever getrokken conclusies rechtstreeks hebben doorgewerkt in de beslissing om de arbeidsovereenkomsten niet te verlengen.
De werkgever heeft zelf bevestigd dat de ontstane vertrouwensbreuk – die uitsluitend het gevolg was van kennisname van de privéberichten – bepalend was bij de keuze om de arbeidsovereenkomsten niet te verlengen. Daarmee staat vast dat zonder de ongerechtvaardigde inbreuk op de privacy van werknemer 1 en werknemer 2 deze vertrouwensbreuk niet zou zijn ontstaan. Het causale verband tussen de privacyschending en het niet-verlengen van de arbeidsovereenkomsten is daarmee direct en evident.
Billijke vergoeding
Het niet-verlengen van de arbeidsovereenkomst is dus een rechtstreeks gevolg van het ernstig verwijtbaar handelen van werkgever. Op grond van artikel 7:673 lid 9 BW heeft werknemer recht op een billijke vergoeding.
De kantonrechter vindt een billijke vergoeding van € 2.000 bruto per persoon passend.
Uitspraak Rechtbank Noord-Holland, 9 december 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:14641

