De koopkrachtontwikkeling van gepensioneerden vertoont sinds 2011 sterke samenhang met de hoogte van het aanvullend pensioen. Voor gepensioneerden met lagere inkomens geldt dat de ontwikkeling van de AOW, die gekoppeld is aan minimumloon, gezorgd heeft voor een positieve koopkrachtontwikkeling in de periode 2011-2022.
Niet of beperkt indexeren
Voor gepensioneerden met hogere aanvullende pensioenen is de koopkrachtontwikkeling sinds 2011 minder gunstig geweest. Het niet of beperkt indexeren van aanvullende pensioenen is hiervoor een belangrijke verklaring geweest.
Arbeidskorting
De maximale arbeidskorting is fors toegenomen sinds de invoering ervan. Met name werkenden met een inkomen tussen het minimumloon en modaal, die een hoge arbeidskorting ontvangen, hebben hiervan profijt gehad. De hogere arbeidskorting heeft ervoor gezorgd dat (meer) werken meer lonend is geworden.
Gepensioneerden en uitkeringsgerechtigden hebben geen profijt gehad van de hogere arbeidskorting. Voor gepensioneerden geldt wel dat de ouderenkorting is toegenomen sinds 2011, zij het niet in dezelfde mate als de arbeidskorting.
Tabel 1 toont de maximale hoogte en het budgettair beslag van de arbeidskorting, de ouderenkorting en de zelfstandigenaftrek sinds 2010.

Evenwichtig koopkrachtbeeld
De AOW en de bijstand zijn gekoppeld aan het wettelijk minimumloon. Daarnaast is er elk jaar tijdens de augustusbesluitvorming aandacht voor een evenwichtig koopkrachtbeeld. Hierbij wordt ook gekeken naar de verschillen tussen de koopkrachtontwikkeling van werkenden, uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden.
Voor komend jaar is een koopkrachtbeeld geraamd waar gepensioneerden er in doorsnee 1,5% op vooruitgaan. Dit komt voor een groot deel door het nieuwe pensioenstelsel, waardoor aanvullende pensioenen meer kunnen worden verhoogd wanneer het goed gaat op de financiële markten. In deze raming wordt uitgegaan van een indexatie van aanvullende pensioenen volgend jaar met gemiddeld met 4%. Werkenden en uitkeringsgerechtigden gaan er in doorsnee 1,3% op vooruit.
Geen fiscale leeftijdsdiscriminatie
Het kabinet vindt niet dat sprake is van leeftijdsdiscriminatie.
Het verschil in de koopkrachtonwikkeling tussen werkenden en gepensioneerden wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door de beperkte indexatie van de aanvullende pensioenen in het oude pensioenstelsel tot 2022.
Het Nederlandse pensioenstelsel is deels kapitaalgedekt (aanvullend pensioen) en deels omslagstelsel (AOW). Door ze gezamenlijk te gebruiken, kunnen risico’s zoals inflatie en vergrijzing beter worden gespreid.
Terwijl het omslagstelsel direct wordt gefinancierd door middel van de lopende begroting, zijn bij het kapitaalgedekte stelsel de individuele bijdrage en de ontwikkelingen op de financiële markten van belang. Hier hoort bij dat de overheid dan ook niet de marktuitkomsten van het kapitaalgedekte deel gaat compenseren.

