De staatssecretaris van Financiën gaat in – zoals de Tweede Kamer heeft verzocht – op de de gevolgen van het verlengen van de zachte landing in 2026.
Niet wenselijk
Het verlengen van de zachte landing betekent dat de beoogde en afgesproken verbetering op de handhaving van schijnzelfstandigheid niet wordt gerealiseerd. Daarnaast kan de Europese Commissie dit zien als het niet voldoen aan de opgenomen mijlpaal in het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP). De verlenging van de zachte landing is volgens het kabinet dan ook niet wenselijk.
Drie lijnen
Het kabinet zet in op drie lijnen om de balans te herstellen op de arbeidsmarkt en regels rondom het werken als zelfstandige en met zelfstandigen toekomstbestendiger te maken:
- een gelijker speelveld tussen contractvormen (lijn 1);
- meer duidelijkheid over de vraag wanneer gewerkt wordt als werknemer dan wel als zelfstandige (lijn 2);
- verbetering van handhaving op schijnzelfstandigheid (lijn 3).
Daarbij geldt: de voortgang op de ene lijn kan niet wachten op de andere; elk van de drie lijnen is urgent om stappen op te zetten.
Uitzondering op handhaving
In 2022 is aangekondigd dat het handhavingsmoratorium voor de loonheffingen uiterlijk op 1 januari 2025 werd opgeheven. Het handhavingsmoratorium was een uitzondering op de handhaving op de kwalificatie van de arbeidsrelatie voor de loonheffingen.
Opheffing logische en noodzakelijke stap
In de brief van 6 september 2024 is nogmaals toegelicht waarom de opheffing van het handhavingsmoratorium de logische en noodzakelijke stap is. Het aanpakken van schijnzelfstandigheid is cruciaal. Dat gaat om meer dan tegengaan van uitbuiting en misbruik. Werk moet worden gedaan volgens het juiste contract. Mensen op de juiste plek, op het juiste contract met de juiste rechten en plichten.
Slecht signaal
De markt heeft voldoende tijd gehad om zich hierop voor te bereiden. Het is voor partijen die zich houden aan wet- en regelgeving een slecht signaal als de zachte landing wordt verlengd. Om deze partijen te ondersteunen is het belangrijk dat de handhaving op de loonheffingen weer genormaliseerd wordt en juist geen stap terug te zetten. Daarbij is een juiste kwalificatie van de arbeidsrelatie niet alleen belangrijk voor de loonheffingen maar ook voor pensioen- en arbeidsrecht.
Zachte landing
De opheffing van het handhavingsmoratorium wordt gedaan met een zachte landing. Dit wil zeggen dat er tot 2030 een ingroeimodel van toepassing is. Naar aanleiding van de motie Aartsen c.s zijn daar voor 2025 de volgende maatregelen aan toegevoegd:
- in 2025 start het risicogerichte toezicht op schijnzelfstandigheid met een bedrijfsbezoek;
- de inspecteur kan het boekenonderzoek richten op de meest recente tijdvakken zodat het financieel risico in eerste instantie beperkt blijft; en
- over 2025 worden geen boetes opgelegd.
Vervallen zachte landing per 2026
Het vervallen van de zachte landing per 1 januari 2026 betekent dat er weer boetes kunnen worden opgelegd. Daarnaast vervallen de uitgangspunten dat de Belastingdienst start met een bedrijfsbezoek en in beginsel kiest voor een onderzoek van het meest recente aangiftetijdvak.
Ingroeimodel tot 2030
Het ingroeimodel blijft tot 2030 bestaan. Het opheffen van het handhavingsmoratorium betekent namelijk dat vanaf 1 januari 2025 weer met terugwerkende kracht naheffingen loonheffingen kunnen worden opgelegd. Dit kan slechts met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025. Pas in 2030 kan de Belastingdienst weer tot 5 jaar terug correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen opleggen.
Met betrekking tot de periode vóór 1 januari 2025 geldt dat de Belastingdienst – met inachtneming van de vijfjaarstermijn – alleen correcties kan opleggen als sprake is van kwaadwillendheid of als een eerder gegeven aanwijzing niet in voldoende mate is opgevolgd.
Gevolgen verlengen zachte landing
Het verlengen van de zachte landing betekent dat de beoogde en afgesproken verbetering op de handhaving van schijnzelfstandigheid niet wordt gerealiseerd. Veel organisaties hebben hun bedrijfsvoering de afgelopen periode verbeterd. Door verlenging van de zachte landing stagneren de goede inspanningen van veel organisaties, zij krijgen te maken met een onaangekondigde koerswijziging die “goed gedrag” ontmoedigt.
Koersvastheid
Daarbij zal de druk op het sociale en fiscale stelsel verder toenemen. Uitstel zorgt voor verdere onduidelijkheid als in tegenstelling tot gemaakte afspraken de zachte landing wordt verlengd, terwijl de markt juist behoefte heeft aan koersvastheid.
Budgettaire derving
Het opheffen van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 is opgenomen als mijlpaal in het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP). Als sprake zou zijn van het verlengen van de zachte landing zou de Europese Commissie dit kunnen zien als het terugdraaien van een al behaalde mijlpaal. Dit kan als gevolg hebben dat de Europese Commissie een korting (oplopend tot €600 miljoen) toepast op de te ontvangen HVP-middelen. Dit zou betekenen dat het uitvoeren van een motie om de zachte landing te verlengen tot een budgettaire derving kan leiden terwijl niet is voorzien in een dekking.
Het ontbreken van een dekking is ook een reden dat de motie moet worden ontraden.
In de voortgangsbrief Werken met en als zelfstandige(n) die in november komt, volgt meer informatie over de gevolgen van het opheffen van het handhavingsmoratorium.
Motie niet uitgevoerd
Op 6 oktober heeft de staatssecretaris laten weten dat de aangenomen motie niet wordt uitgevoerd.
“Ik realiseer me dat het voldoen aan wet- en regelgeving en de opheffing van het handhavingsmoratorium inspanning vergt en een spannend moment kan zijn voor werkgevenden en werkenden. Ondanks de uitdagingen zie ik veel werkgevers die de organisatie anders inrichten, zodat zij handelen conform wet- en regelgeving en daar (inmiddels) ook de voordelen van ervaren. Daarnaast blijven we ons de komende periode inzetten om door middel van communicatie meer bewustwording te creëren over het aangaan van de juiste arbeidsrelatie.
Ook over hoe nog wél met en als zelfstandige(n) kan worden gewerkt, om onnodige terughoudendheid onder werkgevenden zoveel mogelijk te voorkomen. Dit sluit aan bij de aangenomen motie van het lid Vermeer (BBB) waarin onder meer gevraagd wordt te onderzoeken hoe de communicatie richting zzp’ers en opdrachtgevers kan worden verbeterd en hoe de handhaving zich meer kan richten op structureel misbruik en kwetsbare situaties, waarbij bonafide ondernemers worden ontzien.”
Het kabinet is van plan op deze motie terug te komen in de voortgangsbrief werken met en als zelfstandige(n) die dit najaar volgt.
Kamerbrief Handhaving schijnzelfstandigheid- gevolgen verlengen zachte landing
Brief inzake het niet uitvoeren van de op 2 oktober door de Tweede Kamer aangenomen motie Ergin c s

