In het akkoord Gezond naar het pensioen is afgesproken om de RVU-drempelvrijstelling na 2025 voort te zetten onder de voorwaarde dat RVU’s beheerst en meer gericht worden ingezet voor werknemers die door de zwaarte van hun werk niet gezond kunnen doorwerken tot de AOW-leeftijd waarbij gelijktijdig hieraan activiteiten op het gebied van duurzame inzetbaarheid worden gekoppeld.
De Stichting van de Arbeid informeert in de brief van 1 oktober 2025 decentrale cao-partijen hoe hier invulling aan kan worden gegeven door een kader en goede voorbeelden uit verschillende sectoren te bieden.
Zwaar werk en duurzame inzetbaarheid
Om mensen met zwaar werk zo lang mogelijk gezond aan het werk te laten blijven, is op de werkvloer continue aandacht nodig voor duurzame inzetbaarheid, van het begin tot het eind van de loopbaan. Om gebruik te kunnen maken van de fiscale faciliteit voor een RVU-regeling is daarom ook afgesproken deze te koppelen aan afspraken over duurzame inzetbaarheid. Het is belangrijk dat zwaar werk zoveel mogelijk wordt voorkomen en dat wordt ingezet – als dit tot de mogelijkheden behoort – tijdige begeleiding naar ander, lichter werk.
Uitwerking ‘Gezond naar het pensioen’
Zie in dit verband ook de eerder toegestuurde informatie over de voortgang van de uitwerking van het akkoord Gezond naar het pensioen en in het bijzonder de handreiking voor de uitvoering van een RVU-regeling vanaf 2026.
Mogelijke acties en maatregelen
Hierna worden mogelijke acties voorgesteld aan de hand van een inventarisatie van goede voorbeelden in een aantal bedrijven en sectoren.


In bijlage 1 van de brief zijn voorbeelden opgenomen van activiteiten in bepaalde sectoren en bedrijven. Deze kunnen ter inspiratie dienen om toe te passen in de eigen sector of bedrijf.
Ander werk doen
Vooral in geval van zware beroepen is het van groot belang dat werknemers – indien dit praktisch tot de mogelijkheden behoort – in staat worden gesteld op tijd ander werk te gaan doen dat minder zwaar belastend is. Dit is meestal een grote opgave omdat deze werknemers vaak zeer specifiek zijn opgeleid (opleiding en/of op de werkplek) en specifiek werk doen. Zij hebben vaak niet direct de competenties om ander werk te gaan doen. Er zal bijvoorbeeld voor praktisch opgeleiden vooral naar mogelijkheden moeten worden gezocht voor ander praktisch werk.
Cultuurverandering
Daarnaast vraagt het ook een cultuurverandering. In veel zware beroepen is nu nog te vaak de perceptie dat het een baan voor het leven betreft. Het moet veel meer gemeengoed worden dat in banen die als ‘zwaar werk’ worden gecategoriseerd zoveel mogelijk en tijdig de stap naar ander werk kan worden gezet. Dit vergt een ander perspectief en vraagt om extra impuls in deze bewustwording in HR-beleid en opleidingen, waarbij goed gekeken wordt naar de individuele mogelijkheden van de betreffende werknemers.

In bijlage 2 van de brief staan voorbeelden van activiteiten in bepaalde sectoren en bedrijven. Deze kunnen ter inspiratie dienen om toe te passen in de eigen sector of het eigen bedrijf.
Download de brief over duurzame inzetbaarheid bij zwaar werk

