Als een pensioenuitvoerder de transitie niet op tijd lijkt te halen, kunnen de gevolgen groot zijn. In de memorie van toelichting van de Wet toekomst pensioenen (Wtp) is beschreven wat deze sancties zijn. Een van deze sancties is de zogenaamde sanctiebepaling. Het is wenselijk om te voorkomen dat dit plaatsvindt voor fondsen en daarmee deelnemers die de transitie net niet kunnen halen. Daarom is het noodzakelijk om tijdig in de transitie te kunnen bijsturen. Dat wordt geregeld met het wetsvoorstel verlenging pensioentransitie, omdat de transitiedata worden overgeheveld naar een AMvB. Daarbij wordt de transitie nauwgezet gemonitord.
Geen aanleiding voor verlenging
Elk halfjaar wordt hierover aan het parlement gerapporteerd en wordt ook het advies over de voortgang van de onafhankelijke regeringscommissaris transitie pensioenen uitgebracht. Op basis van deze adviezen en de periodieke voortgangsinformatie kan worden gewogen om eventueel bij te sturen. Op basis van het laatste advies van de regeringscommissaris is er nu geen aanleiding om de uiterste transitiedatum verder te verlengen.
Informatieplicht
De informatieplicht is voor alle pensioenuitvoerders gelijk, ongeacht het moment van invaren. Daarmee is er dus al sprake van rechtsgelijkheid. Wel is te zien dat in de sector het lerend vermogen wordt toegepast en gaandeweg best practices worden gedeeld. Dit gebeurt zowel bij pensioenfondsen als bij de toezichthouder. Pensioenfondsen en sociale partners zijn zelf verantwoordelijk voor het kiezen van het transitiemoment. Het tijdig regelen van de informatievoorziening is een factor die zij hierin meewegen. In de lagere regelgeving is al geregeld dat deelnemers uiterlijk één maand voorafgaand aan het invaren moeten zijn geïnformeerd over de verwachte persoonlijke gevolgen van de transitie.
Zorgvuldige transitie
Door de transitieperiode met één jaar te verlengen ontstaat er meer ruimte voor uitvoerende partijen om de werkzaamheden te spreiden, waardoor de druk afneemt en een zorgvuldige transitie voor iedereen mogelijk is. Het verder verlengen van de pensioentransitie is alleen noodzakelijk wanneer uit de uitvoeringspraktijk blijkt dat dit nodig is en er geen alternatieve maatregelen beschikbaar zijn.
Tot een eventuele volgende aanpassing van de bij AMvB vast te leggen transitiemijlpalen wordt daarom niet lichtvaardig besloten. Op dit moment zijn er geen signalen dat het noodzakelijk is om de uiterste transitiedatum verder uit te stellen. Hierbij wordt het advies van de regeringscommissaris gevolgd. Op dit moment is een realistische inschatting dat de pensioentransitie duurt tot 1 januari 2028. Natuurlijk wordt hierbij een vinger aan de pols gehouden.
Overhevelen naar AMvB
Het wetsvoorstel verlenging pensioentransitie heeft als doel om voor alle uitvoerende partijen een zorgvuldige, beheerste transitie beter mogelijk te maken. Dit lukt het beste door de transitie met een jaar te verlengen van 1 januari 2027 naar 1 januari 2028 én door de transitiedata over te hevelen naar een algemene maatregel van bestuur (AMvB).
Daarmee wordt ook tegemoetgekomen aan de zorgen van de Eerste Kamer dat er onvoldoende ruimte zou zijn voor het spreiden van werkzaamheden en dat dit negatieve gevolgen zou hebben voor de uitvoering van de transitie.
Aan de Eerste Kamer is daarom toegezegd om de transitieperiode met één jaar te verlengen en om de transitiedata over te hevelen naar lagere regelgeving, zodat indien nodig tijdig kan worden bijgestuurd. Met dit wetsvoorstel wordt deze toezegging gestand gedaan.
Verder verlengen?
Het verder verlengen van de pensioentransitie is alleen noodzakelijk als uit de uitvoeringspraktijk blijkt dat dit nodig is en er geen alternatieve, mitigerende maatregelen beschikbaar zijn. Tot een eventuele volgende aanpassing van de uiterste transitiedatum wordt daarom niet lichtvaardig besloten. Ook moet dan worden bezien of het zal gaan om een verlenging van één jaar, of dat bijvoorbeeld een kortere duur volstaat.
Pensioenfondsen en pensioen-uitvoeringsorganisaties zijn gebaat bij rust en duidelijkheid tijdens deze grote transitie. Daarnaast moet het gesprek worden gevoerd met de Europese Commissie over de gevolgen van de verlenging voor de middelen uit het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP). Ook daarom wordt zeer terughoudend omgegaan met het verlengen van de tussenliggende mijlpalen en het verder verschuiven van de uiterste transitiedatum dan al aan de Eerste Kamer is toegezegd.
Nota naar aanleiding van het verslag inzake het Wetsvoorstel verlenging pensioentransitie

