De regelingen voor aanvullend geboorteverlof en ouderschapsverlof uit de Wet arbeid en zorg (Wazo) richten zich op werknemers. Dga’s zijn aan te merken als werknemer en hebben daarom recht op genoemde verlofregelingen en de uitkeringen die tijdens de verlofopname worden verstrekt.
Niet voor zelfstandig ondernemers
Zelfstandig ondernemers hebben zeggenschap over hun eigen werktijden en moeten er zelf voor zorgen dat zij perioden waarin zij geen of minder inkomsten genereren kunnen overbruggen.
Ook de Europese Richtlijn (EU) 2019/1158 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers en tot intrekking van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad, die mede aan de grond ligt van de regeling voor betaald ouderschapsverlof, richt zich alleen op werknemers. Zelfstandig ondernemers kunnen geen rechten ontlenen aan deze richtlijn.
Kort- en langdurend zorgverlof
De vragen over mantelzorgers die door Kamerleden zijn gesteld, hebben geen betrekking op het voorliggende wetsvoorstel. In de Wazo is wel het kort- en langdurend zorgverlof opgenomen. Hiermee wordt de combinatie van werk en mantelzorg gefaciliteerd.
Een werknemer kan per jaar 2 keer het wekelijkse aantal werkuren aan kortdurend zorgverlof opnemen en 6 keer het wekelijkse aantal werkuren aan langdurend zorgverlof. Tijdens het kortdurend zorgverlof betaalt de werkgever minimaal 70% van het salaris door. Het langdurend zorgverlof is wettelijk onbetaald. Het gaat hier dus niet om een uitkering van UWV.
Vereenvoudiging verlofstelsel
Het ministerie van SZW onderzoekt hoe het verlofstelsel kan worden vereenvoudigd. Het zorgverlof maakt onderdeel uit hiervan. De minister streeft ernaar de Tweede Kamer hier voor het einde van het jaar over te informeren.
Invoering minimumuurloon: norm 36 uur
Gevraagd wordt wat het verwachte effect van de maatregelen zoals die zijn opgenomen in deze verzamelwet is en hoe het effect wordt gemonitord.
De wijziging betreft dat bij het aanvullend geboorteverlof en het betaald ouderschapsverlof de norm van 40 uren wordt gewijzigd in 36 uur door invoering van het minimumuurloon.
De regering wijst erop dat de verlofperiode waarop deze wijziging ziet, beperkt is en een aantal weken omvat. Het gaat namelijk maximaal om 5 weken aanvullend geboorteverlof en 9 weken betaald ouderschapsverlof. Gevolg is dat de hoogte van de uitkering gedurende dit verlof voor de betrokken werknemers die minder dan 40 uur werken, mogelijk iets stijgt. Dit komt doordat de uitkering maximaal het wettelijk minimumloon bedraagt naar rato van de deeltijdfactor. Daarbij wordt uitgegaan van normale arbeidsduur van 40 uur per week. Na wijziging van de wet wordt uitgegaan van 36 uur.
Dit betekent dat de deeltijdfactor voor ieder die minder dan 40 uur werkt hoger wordt en dit werkt door in de te ontvangen uitkering. Mogelijk wordt het voor deze doelgroep hiermee iets aantrekkelijker het verlof op te nemen. Gezien het echter gaat om een beperkt effect gedurende een korte periode is de inschatting dat het effect hiervan op de arbeidsparticipatie van vrouwen verwaarloosbaar is.
Nota naar aanleiding van verslag Verzamelwet SZW 2024

