Uit de tussenevaluatie van cao-jaar 2026 van werkgeversvereniging AWVN vertaalt de focus op inflatie zich direct in de loonafspraken die cao-partijen maken. Waar cao-lonen zich normaal gesproken ontwikkelen in lijn met de economische situatie, kiezen partijen nu steeds vaker voor loonstijgingen die vooruitlopen op verwachte prijsstijgingen.
Structurele verhogingen
De voorkeur lijkt uit te gaan naar structurele verhogingen van het loon. Alternatieven, zoals eenmalige uitkeringen, nominale verhogingen of gerichte compensatie van gestegen kosten, spelen een beperkte rol. Volgens AWVN is het risico hiervan dat hogere lonen de inflatie mede blijven aanjagen.
Kwalitatieve afspraken stijgen
Hoewel het aantal kwalitatieve afspraken ten opzichte van vorig jaar licht is gestegen, hebben deze vooral betrekking op thema’s als werk-privébalans, mantelzorg, reservisten en de nieuwe RVU-regeling. Afspraken die kunnen bijdragen aan een hogere arbeidsproductiviteit blijven daarentegen schaars.
Uit de evaluatie blijkt dat onderwerpen als een leven lang ontwikkelen, toekomstbestendige vaardigheden en de toepassing van nieuwe technologieën, waaronder AI, nog weinig aandacht krijgen in cao’s. Volgens de werkgeversvereniging is dat opmerkelijk, omdat juist deze investeringen kunnen helpen om de uitdagingen van een krappe arbeidsmarkt, vergrijzing en snelle technologische veranderingen het hoofd te bieden.
Geaccepteerde eindboden
De uiteenlopende inzet van cao-partijen heeft geleid tot een recordaantal geaccepteerde eindboden, volgens AWVN. Volgens de werkgeversvereniging bestaat vier op de tien cao-akkoorden uit een geaccepteerd eindbod.

