De onafhankelijkheid van een vakbond ten opzichte van een werkgever of werkgeversorganisatie geldt als uitgangspunt in ons cao- en avv-stelsel.
Ondanks dat relatief weinig werknemers lid zijn van vakbonden is het overgrote gedeelte van de werknemers tevreden met hun cao. Volgens de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) is elk jaar minstens driekwart van de werknemers tevreden of zeer tevreden met hun cao.
Welke eisen gelden voor vakbonden om als cao-partij op te treden?
In de Wet op de cao is opgenomen dat alleen één of meer werkgevers- (verenigingen) samen met één of meer werknemersverenigingen een cao kunnen afsluiten.
Om rechtsgeldig een cao aan te kunnen gaan, stelt de wet ook aan werkgevers- en werknemersverenigingen de eis dat zij volledig rechtsbevoegd zijn en in hun statuten hebben opgenomen dat zij tot doel hebben om cao’s te kunnen sluiten. Daarnaast moet een cao schriftelijk zijn overeengekomen.
Tot slot moet de cao conform de Wet op de loonvorming worden aangemeld bij de Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
De hiervoor genoemde voorwaarden worden gecontroleerd bij het aanmelden van de cao.
Onafhankelijkheidsvereiste
Het kabinet is van plan het onafhankelijkheidsvereiste op te nemen in de Wet op de cao en zo de onafhankelijkheid van cao-partijen ten opzichte van elkaar bij het sluiten van cao’s wettelijk te regelen. De Stichting van de Arbeid heeft dit ook geadviseerd.
Partijen bepalen zelf met wie zij de onderhandelingen over een collectieve arbeidsovereenkomst aan willen gaan. Daarin wordt geen onderscheid gemaakt tussen algemene, bedrijfs- of
categorale bonden; aan alle vakbonden worden dezelfde eisen gesteld.
Recente jurisprudentie toont aan dat een weigering van de werkgever om een vakbond toe te laten tot het cao-overleg in bepaalde omstandigheden onrechtmatig kan zijn (zie het arrest van de Hoge Raad inzake FNV/TUI, HR 26 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:673).
Dispensatie
Dispensatie aan werkgevers wordt zoveel mogelijk door cao-partijen bij avv-cao’s zelf verleend. Hoe vaak door cao-partijen aan werkgevers dispensatie wordt verleend is het ministerie van SZW niet bekend. Werkgevers met een eigen cao kunnen ook dispensatie krijgen van de minister van SZW, mits zij voldoen aan de geldende voorwaarden zoals opgenomen in het Toetsingskader AVV.
In de afgelopen 5 jaar (2021-2025) is acht keer dispensatie verleend. Jaarlijks publiceert het ministerie van SZW op cao.minszw.nl een “Bedenkingen- en dispensatierapportage” waarin deze informatie is opgenomen.
Dispensatie van avv wordt alleen verleend als vanwege zwaarwegende argumenten toepassing van de
bedrijfstakcao door middel van avv redelijkerwijze niet kan worden gevergd.
Van zwaarwegende argumenten is vooral sprake als specifieke bedrijfskenmerken op essentiële punten verschillen van de ondernemingen die tot de werkingssfeer van de avv-cao kunnen worden gerekend.
In de afgelopen 5 jaar (2021-2025) zijn 13 dispensatieverzoeken afgewezen; 6 op formele gronden en 7 op inhoudelijke gronden.
Afwijzing op formele gronden vindt onder meer plaats als het dispensatieverzoek niet over een eigen rechtsgeldige cao beschikt, als het verzoek niet binnen de termijn van tervisielegging is ingediend, of als een dispensatieverzoek is ingediend naar aanleiding van een tussentijdse wijziging van een cao waarbij de werkingssfeerbepalingen van de avv’de cao niet zijn gewijzigd.
Algemeen verbindend verklaren
Cao-partijen bepalen zelf wat de aard is van de cao-bepalingen die zij afspreken. SZW toetst in het kader van het verzoek om algemeen verbindendverklaring de tekst die door cao-partijen voor avv wordt voorgedragen en beoordeelt bijvoorbeeld of sprake is van strijd met het recht.
Om een cao algemeen verbindend te verklaren moet minstens 55% van de werknemers werken voor een werkgever die lid is van een werkgeversorganisatie die de cao afsluit.
Hogere cao-dekkingsgraad
Het kabinet en sociale partners streven het doel na om collectieve onderhandelingen te bevorderen en de cao-dekkingsgraad te verhogen, zoals de Europese richtlijn toereikende minimumlonen ook vraagt.
Op verzoek van het ministerie van SZW heeft de Stichting van de Arbeid in juli 2025 een advies
uitgebracht met concrete maatregelen om dit doel te bevorderen. Dat advies bevat suggesties aan het ministerie, maar ook maatregelen die de sociale partners zelf kunnen nemen, zoals het vereenvoudigen van cao-teksten. SZW werkt samen met sociale partners aan de communicatie over het cao- en avv-stelsel.
Sectoren met laagste en sterkst dalende dekkingsgraad
Het CBS heeft de cao-dekkingsgraad tussen 2010 en 2024 in Nederland berekend per sector. Hierbij deelt CBS sectoren in volgens de Standaard Bedrijfsindeling (SBI). De laagste en de snelst dalende cao-dekkingsgraden beslaan maar een klein deel van alle sectoren en werknemers.


De cao-dekkingsgraad daalde tussen 2010 en 2024 voor heel Nederland van 76,7% naar 72,5%. De sectoren die tussen 2010 en 2024 relatief het hardst daalden zijn de volgende:

Witte cao-vlek
Sectoren met een ‘witte cao-vlek’ zijn onder meer de ICT-sector en specialistische zakelijke dienstverleners zoals reclamebureaus, accountants, marktonderzoekers, consultancybureaus en juridische dienstverleners.
Voor de financiële sector is het beeld van de cao-dekkingsgraad gemengd. De financiële sector heeft enerzijds een hoge cao-dekkingsgraad omdat veel banken, pensioenfondsen en verzekeraars een eigen ondernemingscao hebben of vallen onder een bedrijfstak-cao. Maar tegelijk vallen veel nieuwe opkomende financiële bedrijven (fintech) niet onder een cao.
Het ministerie van SZW laat verder onderzoek doen naar de ontwikkeling van de caodekkingsgraad en de achterliggende oorzaken van de daling.

