De arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege. De werknemer heeft ingestemd met alle onderdelen van het aanbod van de werkgever, waaronder de finale kwijting. Zij heeft op grond van de arbeidsovereenkomst niets meer van de werkgever te vorderen.
Waar gaat deze zaak over?
De werknemer is op 1 april 2025 bij de werkgever in dienst getreden als ontbijtmedewerkster, op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van zes maanden (tot 1 november 2025).
Op 13 oktober 2025 heeft de werknemer verlof aangevraagd voor haar (al ingeplande) diensten van 19, 23 en 25 oktober 2025. De werkgever heeft daarop aan de werknemer laten weten dat het werkrooster al geruime tijd was vastgesteld en dat de dienst van 23 oktober 2025 kon worden geruild, maar dat het niet mogelijk was om haar op 19 en 25 oktober 2025 vrij te geven.
De werknemer heeft daarop gereageerd dat ze er zondag 19 en zaterdag 25 oktober niet is.
De werkgever heeft diezelfde dag aan de werknemer laten weten dat het niet aan haar is om zelfstandig te besluiten om tóch vrij te nemen. Daarbij heeft zij de werknemer verzocht om, gezien haar arbeidsovereenkomst per 1 november 2025 afloopt, de resterende weken op een correcte manier af te ronden.
Twee opties
Op 14 oktober 2025 heeft de werkgever twee opties aan de werknemer voorgelegd: (1) de ingeplande diensten volgens het rooster komen werken, of (2) per direct zelf ontslag nemen, waarbij de opzegtermijn wordt kwijtgescholden.
Op 15 oktober 2025 heeft de gemachtigde van de werknemer bezwaar gemaakt tegen het voorstel van de werkgever.
Op 17 oktober 2025 heeft de werkgever aan de gemachtigde van de werknemer geschreven:
“(…) Middels deze weg wordt nogmaals kenbaar gemaakt dat uw cliënte onverminderd wordt verwacht om op haar dienst te verschijnen op de dagen dat zij is ingeroosterd. De eerstvolgende dienst is gepland op zondag 19 oktober 2025. Mocht uw cliënte niet verschijnen, dan kwalificeert dit als werkweigering, hetgeen een ontslag op staande voet rechtvaardigt – met alle (arbeidsrechtelijke en sociaalzekerheidsrechtelijke) gevolgen van dien. Uw cliënte is dus een gewaarschuwd mens.
(…) een andere mogelijkheid. (…) De arbeidsovereenkomst van uw cliënte eindigt (…) van rechtswege op 1 november 2025. De arbeidsovereenkomst van uw cliënte wordt namelijk niet verlengd, zij is hiermee bekend. Om die reden is cliënte ook bereid om uw cliënte voor de resterende duur van de arbeidsovereenkomst vrij te stellen van arbeid, logischerwijs zonder recht op loon. De uren die uw cliënte wel heeft gewerkt deze maand worden op reguliere wijze uitbetaald. Een en ander onder de voorwaarden dat uw cliënte de in haar bezit zijnde bedrijfsmiddelen (zoals sleutels en werkkleding) uiterlijk op 18 oktober 2025 inlevert, en partijen daarna niets meer van elkaar te vorderen hebben.”
De werknemer kiest voor de laatste optie en heeft op 18 oktober 2025 de sleutels van de werkgever ingeleverd. Zij heeft daarna (op 23 en 25 oktober 2025) geen werkzaamheden meer voor de werkgever verricht.
Aanspraak op loon
Bij e-mail van 27 oktober 2025 heeft de gemachtigde van de werknemer onder meer meegedeeld dat de werknemer de finale kwijting niet heeft aanvaard en aanspraak maakt op loon over de periode tot en met 31 oktober 2025, de aanzegvergoeding, transitievergoeding en een aandeel in de fooienpot.
Op 1 november 2026 is de arbeidsovereenkomst tussen partijen van rechtswege geëindigd.
Naar de rechter
De werknemer vordert bij de kantonrechter veroordeling van de werkgever tot betaling van het achterstallig salaris (inclusief emolumenten) over oktober 2025, de transitievergoeding en een bedrag aan fooi.
De werkgever stelt dat de werknemer geen aanspraak kan maken op enige vordering uit hoofde van de arbeidsovereenkomst, omdat partijen elkaar finale kwijting hebben verleend in de vaststellingsovereenkomst van 17 oktober 2025.
De werknemer heeft hiertegen aangevoerd dat zij weliswaar heeft ingestemd met een vrijstelling van werkzaamheden zonder behoud van loon gedurende haar vakantie in Roemenië en met het inleveren van haar sleutel, maar dat daaruit niet kan worden afgeleid dat zij na afloop van die vakantie haar werkzaamheden niet zou hervatten voor de resterende duur van het dienstverband of afstand zou hebben gedaan van haar rechten.
De kantonrechter overweegt als volgt. Partijen hebben op 17 oktober 2025 afspraken gemaakt ter beëindiging van een geschil.
Duidelijke keuze
In dit geval is van belang dat de werkgever een duidelijke keuze aan de werknemer heeft voorgelegd: óf zij zou haar werkzaamheden overeenkomstig het rooster hervatten, óf zij zou voor de resterende duur van de arbeidsovereenkomst worden vrijgesteld van werk zonder recht op loon, onder de voorwaarde dat zij de haar in bezit zijnde bedrijfsmiddelen uiterlijk op 18 oktober 2025 zou inleveren en partijen daarna niets meer van elkaar te vorderen zouden hebben.
Gekozen voor optie 2
De werknemer heeft uitdrukkelijk voor de tweede optie gekozen. Daarmee heeft zij het aanbod van de werkgever aanvaard. Hierbij is van belang dat de werknemer werd bijgestaan door een professionele gemachtigde en dat de afspraken tot stand zijn gekomen tegen de achtergrond van een geschil tussen partijen, terwijl de arbeidsovereenkomst al op korte termijn zou eindigen.
Ingestemd met aanbod w.o. finale kwijting
De werknemer heeft (door op 18 oktober 2025 haar sleutel in te leveren en daarna naar Roemenië te vertrekken) ook uitvoering gegeven aan de gemaakte afspraken. Onder deze omstandigheden moet worden aangenomen dat zij heeft ingestemd met alle onderdelen van het aanbod van de werkgever, waaronder de finale kwijting. Dit betekent dat de werknemer op grond van de arbeidsovereenkomst niets meer van de werkgever te vorderen heeft.
Geen beëindigingsovereenkomst
De werknemer heeft subsidiair aangevoerd dat zij de vaststellingsovereenkomst op 27 oktober 2025 op basis van artikel 7:670b BW heeft ontbonden. In dat artikel staat dat als de arbeidsovereenkomst via een schriftelijke overeenkomst wordt beëindigd, de werknemer het recht heeft om deze overeenkomst zonder opgaaf van redenen, binnen veertien dagen na de datum waarop de overeenkomst tot stand is gekomen, door een schriftelijke, aan de werkgever gerichte, verklaring te ontbinden.
Geen wettelijke bedenktijd
In dit geval is echter geen sprake van een beëindigingsovereenkomst. De werkgever had op 13 oktober 2025 al aan de werknemer meegedeeld dat de arbeidsovereenkomst per 1 november 2025 afliep. In de brief van de werkgever van 17 oktober 2025 staat expliciet opgenomen dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt op 1 november 2025 door het aflopen van de bepaalde tijd, en dus niet door een overeengekomen beëindiging. De wettelijke bedenktijd is daarom niet van toepassing.
De kantonrechter wijst de vorderingen van de werknemer af.
Uitspraak Rechtbank Noord-Holland, 26 augustus 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:10877
Lees en leer meer over beëindiging van arbeidsovereenkomsten in de e-learning Beëindiging arbeidsrelaties


