Als een werknemer voor wie je de lage AWf-premie hebt toegepast uiterlijk 2 maanden na aanvang van de dienstbetrekking uit dienst? Dan moet je de lage premie herzien. De werkgever is dan met terugwerkende kracht de hoge AWf-premie verschuldigd.
Er is sprake van een ‘vast contract’ als het gaat om een arbeidsovereenkomst, die op basis van de hoofdregel voldoet aan de voorwaarden voor de lage AWf-premie.
Herzien
Je moet de AWf-premie herzien in elke situatie waarin de dienstbetrekking uiterlijk twee maanden na aanvang eindigt. Dit geldt ook als dat niet binnen de proeftijd gebeurt.
Het is niet van belang of je de arbeidsovereenkomst beëindigt of dat de werknemer dat doet. Herzien van de AWf-premie is ook van toepassing als de werknemer binnen 2 maanden na aanvang van de dienstbetrekking overlijdt.
Uitzonderingen begindatum tweemaandstermijn
In twee situaties, waarin sprake is van een wisseling van werkgever voor de werknemer, houd je voor de tweemaandstermijn rekening met de aanvangsdatum van de arbeidsovereenkomst bij de vorige werkgever. Dit is het geval bij:
- een overgang van onderneming volgens artikel 7:662 BW
De dienstbetrekking eindigt dan niet, maar wordt voortgezet bij de verkrijgende nieuwe werkgever. - een contractovername volgens artikel 6:159 BW
De nieuwe werkgever neemt dan de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de vorige werkgever, ongewijzigd over. In deze situatie moet de overname zijn vastgelegd in een akte tussen de vorige en de nieuwe werkgever. Daarnaast moet de werknemer hiermee instemmen.
Wijzigt de arbeidsovereenkomst, bijvoorbeeld omdat de functie van de werknemer wijzigt, dan is dit geen contractovername volgens artikel 6:159 BW.
Aanvangsdatum bij vorige werkgever
In de twee genoemde situaties is de begindatum voor de tweemaandentermijn voor de nieuwe werkgever de datum van de aanvang van de dienstbetrekking bij de vorige werkgever.
Beëindigt de nieuwe werkgever de dienstbetrekking met de werknemer uiterlijk twee maanden na aanvang van de dienstbetrekking bij de vorige werkgever, dan moeten zowel de vorige als de nieuwe werkgever de lage AWf-premie herzien.
Geen verschil tussen binnen en buiten concern
Let op: het maakt geen verschil of een werknemer binnen of buiten een concern wisselt van werkgever. Het kan zijn dat een werknemer een arbeidsovereenkomst heeft met een werkgever binnen een concern en vervolgens bij een andere werkgever van dat concern in dienst komt.
Als deze wisseling van werkgever het gevolg is van een overgang van onderneming of een contractovername, houd je voor de tweemaandstermijn rekening met de aanvangsdatum van de arbeidsovereenkomst bij de vorige werkgever.
In alle andere gevallen bepaal je de termijn van twee maanden per werkgever en niet op concernniveau. Dus net als bij een wisseling van werkgever buiten een concern.
Verlaging contracturen
De dienstbetrekking eindigt gedeeltelijk bij een verlaging van de contracturen uiterlijk twee maanden na aanvang van de dienstbetrekking. Dan hoef je de lage premie niet te herzien.
Uitzonderingen
Als je de lage AWf-premie toepast, hoef je deze niet te herzien bij de volgende werknemers:
- een BBL-leerling met zowel een praktijkovereenkomst als een arbeidsovereenkomst;
- een werknemer jonger dan 21 jaar, voor wie maximaal 48 uren zijn verloond per vierwekenaangifte of maximaal 52 uren per maandaangifte.
Als deze werknemers uiterlijk 2 maanden na aanvang van de dienstbetrekking uit dienst gaan, blijft de lage AWf-premie gelden.
Aaneengesloten arbeidsovereenkomsten
Arbeidsovereenkomsten die elkaar zonder onderbreking opvolgen, worden voor de beoordeling van de 2-maandsperiode als één dienstbetrekking gezien. Dit geldt ook als niet alle arbeidsovereenkomsten voldoen aan de voorwaarden voor de lage premie.
Einde contract in volgend kalenderjaar
Als de dienstbetrekking aan het einde van het ene kalenderjaar begint en eindigt in het volgende kalenderjaar, reken je met de premies die in elk kalenderjaar van toepassing zijn.
Voorbeeld herziening
Een werknemer heeft een tijdelijk contract vanaf 1 januari tot en met 31 januari 2026. Jegebruikt de hoge AWf-premie. In februari en maart is er geen contract. Vanaf 1 april 2026 krijgt de werknemer een vast contract. Dit contract wordt op 31 mei 2026 met wederzijds goedvinden beëindigd.
Je moet de lage AWf-premie herzien over de maanden april en mei. Het contract in januari telt niet mee bij de bepaling van de twee maanden omdat de contracten elkaar niet zonder onderbreking hebben opgevolgd.
Voorbeeld geen herziening
Een werknemer heeft van 1 januari 2026 tot en met 31 januari 2026 een tijdelijk contract. Hiervoor geldt de hoge AWf-premie. Vanaf 1 februari krijgt de werknemer een vast contract. Je past vanaf deze datum de lage AWf-premie toe. De werknemer wordt op 15 maart 2026 ontslagen. Je hoeft de lage premie niet te herzien, omdat de arbeidsovereenkomsten elkaar zonder onderbreking opvolgen en gezamenlijk langer dan twee maanden hebben geduurd.
Bron: Forum Salaris

