Het Centraal Planbureau (CPB) heeft op vrijdag 14 augustus de concept-Macro Economische Verkenningen gepubliceerd.
De Nederlandse economie blijft dit jaar en volgend jaar groeien, ondanks de grote internationale onzekerheid. Door hogere energieprijzen blijft de inflatie in 2026 en 2027 rond de 3%, waardoor de koopkracht lager uitvalt dan eerder verwacht. De overheidsfinanciën verslechteren door hogere uitgaven aan onder meer defensie, sociale zekerheid en rente. Dat blijkt uit de nieuwste raming van het Centraal Planbureau (CPB).
Inflatie
De inflatie komt in 2026 en 2027 uit op ongeveer 3%, hoger dan verwacht. Hierdoor vallen ook de reële loonstijging en de koopkrachtontwikkeling lager uit. Vooral hogere energie- en brandstofprijzen zorgen voor extra prijsstijgingen. Voedsel en andere producten worden daardoor ook duurder. In 2026 stijgt de koopkracht naar verwachting met 0,6%. In 2027 daalt de koopkracht met 0,3%. Hoe de energie- en brandstofprijzen zich verder ontwikkelen, blijft onzeker.

Hogere uitgaven
De uitgaven aan defensie, sociale zekerheid en rente stijgen de komende jaren, ondanks maatregelen van het kabinet om de uitgavengroei te beheersen. Het kabinet verhoogt voor huishoudens de lasten in box 1 en voor werkgevers de Aof-premie, maar dat is niet voldoende om de hogere uitgaven te compenseren.
Het overheidstekort komt in 2026 , mede door een eenmalige uitgave aan defensiepensioenen, uit op bijna 3% van het bbp. In 2027 verbetert het tekort naar verwachting naar 2,1% van het bbp.
Cao-loongroei
De reële lonen blijven stijgen in 2026 en 2027 ondanks een hogere inflatie en afnemende loongroei. Na een inhaaleffect van de lonen door de hoge inflatie na de energiecrisis in 2022 en de krappe arbeidsmarkt,
vlakt de loongroei nu langzaamaan af.
Vergeleken met de jaren voor de energiecrisis blijft de cao-loongroei relatief hoog. Dit komt doordat de arbeidsmarkt nog steeds redelijk krap is en de inflatie hoog blijft door de hogere energie- en brandstofprijzen. Dat heeft een opwaarts effect op de cao-lonen in 2027. De cao-loongroei voor bedrijven is 4,2% in 2026 en 3,8% in 2027. Dat is hoger dan de inflatie waardoor de reële loongroei positief blijft in beide jaren.
De arbeidsmarktkrapte neemt iets af, maar het arbeidsaanbod groeit ook minder snel.
Koopkracht
De geraamde koopkrachtgroei voor 2026 is 0,6% voor het mediane huishouden. Dit is duidelijk
lager dan de 1,4%-stijging die in het CEP2026 verwacht werd. De hogere inflatie door de oorlog in Iran
maakt dat de reële loongroei lager uitkomt, al ligt de cao-loongroei met 4,2% nog steeds hoger dan de inflatie.
Gepensioneerden gaan er relatief sterk op vooruit door incidentele verhoging van de pensioenen vanwege de overgang op het nieuwe pensioenstelsel (Wet toekomst pensioenen).
Meer loon- en inkomstenbelasting
Hoewel de reële loongroei in 2027 ook positief is, daalt de koopkracht licht met 0,3% voor het mediane
huishouden. Huishoudens gaan meer loon- en inkomstenbelasting betalen, omdat schijfgrenzen en
heffingskortingen slechts deels worden geïndexeerd en de tarieven in box 1 omhooggaan. Dit heeft een
negatief effect op de koopkrachtontwikkeling.
Armoede
De armoede daalt licht in 2026. Behalve de positieve reële loongroei, die ook voor mensen met een uitkering relevant is omdat uitkeringen gekoppeld zijn aan het wettelijk minimumloon, is voor de groep huishoudens in armoede de ruimere huurtoeslag in 2026 van belang. Vooral het aantal mensen net onder de armoedegrens (een inkomen tot 10% onder de armoedegrens) neemt af.
Minder indexatie schijfgrenzen en heffingskortingen
Het aandeel mensen in armoede blijft min of meer gelijk in 2027, ondanks de lastenverzwaring in box 1.
De verminderde indexatie van schijfgrenzen en heffingskortingen raken huishoudens met de laagste
inkomens relatief minder. Dit komt doordat zij vaker hun heffingskorting niet helemaal kunnen verzilveren
en hun inkomens verder van een schijfgrens afliggen. Het hogere tarief in de eerste schijf leidt echter wel tot een hogere belastingdruk of lagere netto-uitkering in deze groep.



