De Kennisgroep loonheffing algemeen van de Belastingdienst heeft een standpunt ingenomen over de vraag wanneer een lichaam kwalificeert als een verbonden lichaam in de zin van artikel 12a Wet LB 1964.
Wat is de situatie?
Albert (natuurlijk persoon) heeft een 100% belang in besloten vennootschap (bv) X en ook een 100% belang in Y bv. Albert verricht voor zowel X bv als Y bv werkzaamheden.
Per afzonderlijke vennootschap rechtvaardigen deze werkzaamheden geen hoger loon dan € 5.000 in de zin van artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB 1964). Wanneer deze werkzaamheden gezamenlijk worden beschouwd, zou dit wel een hoger loon dan € 5.000 rechtvaardigen.
Vraag en antwoord
Kwalificeren X bv en Y bv in de beschreven situatie als verbonden lichamen in de zin van artikel 12a Wet LB 1964?
Ja, X bv en Y bv worden aangemerkt als verbonden lichamen. Dit betekent dat moet worden beoordeeld of het gebruikelijk loon voor de werkzaamheden voor X bv en Y bv gezamenlijk het bedrag van € 5.000 te boven gaat (artikel 12a, vierde lid, Wet LB 1964).
Verbonden vennootschap
In artikel 12a, vijfde lid, onderdeel d, Wet LB 1964 wordt voor het begrip verbonden lichaam verwezen naar artikel 10a, zevende lid, Wet LB 1964. Daar staat dat onder een met de inhoudingsplichtige verbonden vennootschap wordt verstaan:
“a. een vennootschap waarin de inhoudingsplichtige voor ten minste een derde gedeelte belang heeft;
b. een vennootschap die voor ten minste een derde gedeelte belang heeft in de inhoudingsplichtige;
c. een vennootschap waarin een derde voor ten minste een derde gedeelte belang heeft, terwijl deze derde tevens voor ten minste een derde gedeelte belang heeft in de inhoudingsplichtige.”
Kan een ‘derde’ een natuurlijk persoon zijn?
Wat wordt verstaan onder een ‘derde’? Kan een ‘derde’ een natuurlijk persoon zijn en zo ja, op welke wijze moet dit worden beoordeeld?
Het verbondenheidscriterium zoals opgenomen in artikel 10a Wet LB 1964 (’ten minste een derde gedeelte belang’) is in de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel dat aan deze bepaling ten grondslag ligt niet nader toegelicht. Ook het begrip derde is niet nader toegelicht in de parlementaire stukken.
In artikel 10a, vierde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb 1969) is een definitie van het begrip ‘verbonden lichaam’ opgenomen (‘ten minste een derde gedeelte belang‘) die vrijwel gelijk is aan de definitie van verbonden vennootschap in artikel 10a Wet LB 1964.
Ook de definitie van een concernverband in de zin van artikel 32, tweede lid, Wet LB 1964 komt grotendeels overeen met de definitie in artikel 10a Wet LB 1964, met als verschil dat het vereiste belang anders is (95% in plaats van 1/3e). In de wetsgeschiedenis van deze bepalingen is het verbondenheidcriterium ook niet nader uitgewerkt.
Wat betreft het begrip ‘verbonden lichaam’ in de zin van de vennootschapsbelasting, is voor de voorwaarde onder onderdeel c wel het volgende opgenomen: “(…) waarbij een belang dat wordt gehouden door de partner of een minderjarig kind van een natuurlijk persoon aan die persoon wordt toegerekend (…).” De wettekst van artikel 10a, vierde lid, onderdeel c, Wet Vpb 1969 duidt er dus op dat een ‘derde’ ook een natuurlijk persoon kan zijn.
Helikopterbenadering
Nu een derde een natuurlijk persoon kan zijn, is de vraag vanuit welk perspectief dit begrip moet worden beoordeeld voor de toepassing van de gebruikelijkloonregeling.
Een voor de hand liggende invalshoek is een helikopterbenadering: lichamen zijn met elkaar verbonden ongeacht vanuit wiens perspectief je het bekijkt. In deze uitleg kan de derde degene zijn die een belang heeft van ten minste een derde in een lichaam (dus ook Albert zelf). Een argument dat deze benadering ondersteunt, is het voorkomen van oneigenlijk gebruik van de € 5.000-grens. Een ander argument is dat het begrip ‘verbonden lichaam’ voor verschillende regelingen binnen de loonbelasting wordt gebruikt.
Uniforme uitleg
Een uniforme uitleg van het begrip voor de toepassing van de Wet LB 1964 ligt daarom voor de hand. Deze uitleg heeft tot gevolg dat wanneer Albert een 100% belang heeft in X bv en een 100% belang in Y bv, X bv en Y bv verbonden lichamen van elkaar zijn. Dit betekent dat voor de verbonden lichamen gezamenlijk moet worden beoordeeld of het gebruikelijk loon voor de werkzaamheden voor X bv en Y bv het bedrag van € 5.000 te boven gaat.

