Minister Vijlbrief van SZW geeft antwoord op de vragen die de Tweede Kamer heeft gesteld tijdens de behandeling van de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor het jaar 2026.
Sociale zekerheid
De minister van SZW is niet bereid de volledige zeggenschap voor de sociale zekerheid bij werkgevers en werknemers neer te leggen. Het kabinet is eindverantwoordelijk. Werkgeversorganisaties en vakbonden zijn wel belangrijke stakeholders in onze sociale zekerheid, die breder is dan alleen werkgevers en werknemers. Het kabinet ziet daarom ook de noodzaak om met hen in gesprek te blijven. Deze samenwerking is van groot belang.
AOW-leeftijd
Op welke feiten heeft het kabinet de keuzes over de onderbouwing van de AOW-leeftijd gebaseerd?
Ondanks de al bestaande koppeling aan de levensverwachting nemen de uitgaven aan de AOW toe tot 69,9 miljard euro (5,7% van het bbp) in 2040. De potentiële beroepsbevolking stagneert tussen nu en 2040. Door een stijging van de AOW-leeftijd werken mensen langer door en dragen mensen langer bij aan de AOW, blijkt uit de jaarlijkse AOW-monitor. Aangezien het aantal mensen dat werkt toeneemt, stijgt ook de instroom in de WW-, WIA- of bijstandsuitkering. Daarnaast neemt de kans om in te stromen in die uitkeringen toe met de leeftijd. En mensen die al een uitkering ontvangen blijven daar langer in zitten. Het kabinet ontvangt geen signalen dat mensen bewust andere uitkeringen instromen als een vorm van overbrugging. Per saldo treedt een besparing op.
Maximumdagloon verlagen
De Aof-premie, de Awf-premie en andere premies stijgen over het inkomen tot 53.000 euro. De rekening wordt bij het mkb neergelegd. Kan de minister aangeven of het klopt dat de premielasten juist stijgen voor het mkb en kan de minister aangeven of hij het een gewenst effect vindt dat de premielasten juist bij het mkb neerdaalt?
Het is niet zo dat de rekening bij het mkb wordt neergelegd. Werkgevers betalen geen werkgeverspremies over loon boven het maximumdagloon. Het maximumdagloon is nu 79.400 euro. Bij een verlaging van 20% wordt dit 63.500 euro.
Het verlagen van het maximumdagloon zorgt voor ongeveer 2,6 miljard euro minder premie-inkomsten. Afgesproken is dat dit wordt gecompenseerd door de premietarieven te verhogen. Die verhoging is ongeveer 0,8 procentpunt, verdeeld over de premies voor arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en de opslag kinderopvang. De precieze premietarieven hangen ook af van de invulling van andere maatregelen uit het coalitieakkoord, waarover het kabinet nog met werkgevers in overleg gaat.
Lonen verschillen per sector
Werkgevers met veel lage lonen gaan meer premie betalen, terwijl werkgevers met hogere lonen een voordeel hebben van het lagere maximumpremieloon. Kleine bedrijven hebben gemiddeld iets lagere lonen dan grotere bedrijven. De lonen verschillen echter veel meer tussen sectoren, dan tussen grotere en kleinere bedrijven. Er zijn kleine bedrijven met hoge lonen, bijvoorbeeld in de ICT-sector, en er zijn grote bedrijven met relatief lage lonen, zoals de detailhandel. De maatregel raakt dus niet alleen het mkb.
Doorrekening CPB
Het Centraal Planbureau (CPB) heeft een doorrekening gemaakt van de maatregelen in het coalitieakkoord. Het CPB stelt in deze doorrekening dat de mediane koopkracht de komende kabinetsperiode per jaar 0,4 procentpunt lager uitvalt door de plannen van het kabinet, en dat er per saldo een beperkte mediane koopkrachtstijging resteert.
Het CPB stelt ook in de doorrekening dat lagere inkomens er iets meer op achteruit gaan dan hogere inkomens. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat sommige onderdelen van het coalitieakkoord niet zijn meegenomen in de koopkrachtramingen, en dat voor sommige maatregelen met een voorlopige invulling is gerekend.
Arbeidsmigratie
het kabinet wil sturen op arbeidsmigratie die we écht nodig hebben en misstanden aanpakken. Dit kabinet gaat daarom verder met de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten en van de SER over arbeidsmigratie “Minder waar het kan, beter waar het moet”. Hierbij komt er ruimte voor talent en worden misstanden zoals onderbetaling, slechte arbeidsomstandigheden en schimmige detacheringsconstructies aangepakt.
Verbetering kennismigrantenregeling
Er wordt gewerkt aan een verbetering van de kennismigrantenregeling. Daarnaast zet het kabinet in op de verduidelijking van de nationale en Europese regels voor de detachering van werknemers van buiten de EU, zodat beter toezicht mogelijk is en de regeldruk omlaaggaat. Ook worden de boetes voor Arbeidsmarktwetten, zoals de Wet minimumloon en Wet arbeid vreemdelingen, verhoogd. Voor sectoren waar misstanden met tijdelijke, laagbetaalde arbeidsmigranten hardnekkig blijven bestaan kan een uitzendverbod als stok achter de deur worden ingezet.
WIA-instroom stijgt
Hoe kijkt de minister naar de stijging van de instroom van jonge vrouwen in de WIA, en hoe kunnen we beter inzicht krijgen in de oorzaken van arbeidsongeschiktheid?
Stijgingen in de WIA-instroom zijn grotendeels verklaarbaar door demografische factoren en beleidskeuzes uit het verleden. De kans om in te stromen in de WIA neemt toe met de leeftijd. En de arbeidsparticipatie van ouderen neemt toe. Ook neemt de arbeidsparticipatie van (jonge) vrouwen toe. Daarnaast zien we een toename van instroom als gevolg van onder andere psychische klachten. Inzicht hierin is belangrijk om de juiste aandacht te kunnen geven aan preventie en re-integratie en waar mogelijk ook meer gericht in te zetten.
IVA-uitkering
In het coalitieakkoord is afgesproken dat mensen die al een lopende IVA-uitkering hebben hun recht daarop behouden. Daarmee handhaaft het kabinet bij deze beleidswijziging de aanspraak van deze groep.
Regeldruk binnen cao’s
In de brede aanpak om regeldruk te verminderen, wil het kabinet ook samen met de sociale partners bespreken hoe we onnodige regeldruk binnen de cao’s kunnen verminderen. De cao is en blijft een belangrijke pijler onder arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden en daarom is het belangrijk om het instrument te moderniseren. Sociale partners gaan binnen het wettelijke kader dat de overheid stelt over de inhoud van de cao. Zij zijn dus als eerste aan zet.
In het advies van de Stichting van de Arbeid staat onder andere een oproep aan cao-partijen om cao-afspraken in begrijpelijke taal op te schrijven en te voorkomen dat cao’s dikke boekwerken worden met veel juridisch jargon. Daarnaast verkent het kabinet zelf maatregelen om het stelsel te versterken en draagvlak te behouden. Daarbij betrekt het kabinet ook het advies van de Stichting van de Arbeid.
Wetsvoorstellen
Start de minister snel met de verkenning naar de versoepeling van de Wet Onderscheid Arbeidsduur?
Ja, de minister van SZW gaat daar zo snel mogelijk mee van start. De minister gaat een aantal maatregelen onderzoeken: de voltijdsbonus, het meerurenvoordeel en de arbeidskorting per uur om meer werken meer te laten lonen.
Het kabinet dient waarschijnlijk dit kalenderjaar nog wetsvoorstellen uit het arbeidsmarktpakket in bij de Tweede Kamer, die de wendbaarheid van werkgevers vergroten. Het gaat om het wetsvoorstel personeelsbehoud bij crisis en het wetsvoorstel re-integratie tweede spoor.
Het pakket bevat ook wetsvoorstellen die de zekerheid van werkenden vergroten. Het gaat om het wetsvoorstel Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen. Daarnaast gaat het om het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers, dat vermoedelijk begin april wordt behandeld in de Tweede Kamer. Ook wil het kabinet werken aan voorstellen om loondoorbetaling bij ziekte voor werkgevers, met name in het mkb, meer werkbaar te maken.
Nieuwe financieringsstelsel voor kinderopvang
Bij de vormgeving van het nieuwe financieringsstelsel voor kinderopvang worden ouders, ondernemers in de kinderopvang, sectorpartijen, medeoverheden en uitvoeringsorganisaties nauw betrokken. Ook wordt de impact van het wetsvoorstel zorgvuldig in kaart gebracht.
Plannen transitievergoeding
Is de vertaling van de plannen over de transitievergoeding eigenlijk dat het ontslag gewoon goedkoper wordt?
Het goedkoper maken van ontslag is geen doel van deze maatregel. Het kabinet vindt het belangrijk dat de transitievergoeding vaker en meer wordt benut voor scholing. Dat vergroot de wendbaarheid van werknemers en werkgevers en kan ontslagen voorkomen. Daarom worden mogelijkheden onderzocht om de transitievergoeding te bestemmen voor scholing en wordt gekeken naar de verbetering van de inzet van scholingsmiddelen en mogelijkheden. De minister van SZW en de minister van OCW informeren hierover vóór de zomer in een Kamerbrief over het LLO-beleid.
Verhoging minimumjeugloon
De motie Dassen c.s. verzoekt om een verhoging van het minimumjeugdloon met meer en eerder dan de voorgenomen verhoging. Het kabinet verhoogt het minimumjeugdloon per 1 januari 2027.

