D66, VVD en het CDA hebben in het coalitieakkoord voorgesteld om de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) af te schaffen. Volgens de drie partijen moet dat leiden tot een financiële besparing én een lagere werkdruk bij het UWV.
“Op het eerste oog logische argumenten, maar bij een nadere beschouwing is het een riskante ingreep”, reageert Daan Schmitz, beleidsadviseur bij het Verbond van Verzekeraars.
Volgens Schmitz ondermijnt het afschaffen van de IVA juist de effectiviteit van re-integratie. Verder tast het ook nog eens de zekerheid voor duurzaam arbeidsongeschikten aan.
Schmitz stelt dat de focus van deze maatregel vooral ligt op de uitvoeringsproblemen bij het UWV, terwijl het onderliggende probleem breder is dan dat.
“Ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid lopen sterk op, met hogere premies en toenemende arbeidsmarktkrapte tot gevolg. Met name in die context hebben we een stelsel nodig dat maximaal bijdraagt aan arbeidsparticipatie en herstel, maar óók aan het voorkomen van uitval. Dat vraagt niet om minder activering, maar om een gerichtere inzet daarvan, in combinatie met sterkere prikkels voor preventie en vroegtijdige re-integratie.”
IVA
De afkorting IVA staat voor de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten, een uitkering voor mensen die door een ziekte of handicap niet of nauwelijks kunnen werken en waarschijnlijk geen kans op herstel hebben. De IVA maakt deel uit van de WIA-wetgeving die UWV uitvoert. De uitkering bedraagt 75 procent van het laatstverdiende loon.
Functie IVA: focus en zekerheid
Schmitz benadrukt dat een goed functionerend arbeidsongeschiktheidsstelsel onderscheid moet maken tussen mensen mét herstelperspectief en mensen bij wie dat perspectief ontbreekt.
“De IVA vervult daarin een essentiële rol door de groep werknemers zonder reëel re-integratieperspectief af te bakenen.” Hij noemt dat onderscheid ‘niet alleen logisch, maar ook uitlegbaar’.
“Het zorgt er namelijk voor dat re-integratie-inspanningen zijn gericht op de groep waar ze ook effect kunnen hebben, terwijl mensen zonder herstelperspectief inkomenszekerheid wordt geboden. Bij het afschaffen van de IVA vervaagt dit onderscheid. Werkgevers worden in dat geval geprikkeld om re-integratie-inspanningen te richten op een bredere groep. Ook bij mensen die voorheen in de IVA zouden instromen en een uiterst geringe kans hebben op terugkeer naar werk.”
Premiedifferentiatie
Ander aspect waarop Schmitz wijst, is dat premiedifferentiatie bij het afschaffen van de IVA zijn legitimatie verliest.
“Die differentiatie is bedoeld om werkgevers te prikkelen tot preventie en re-integratie als deze daadwerkelijk verschil kunnen maken. Maar bij een groep zonder re-integratiekansen werkt die prikkel niet en wordt het draagvlak voor het instrument als geheel aangetast.”
Er kan zelfs een nieuwe hardheid in het stelsel ontstaan. Mensen zonder reëel herstelperspectief blijven langdurig in onzekerheid over hun inkomenspositie. Bovendien wordt het voor deze groep lastiger om een hypotheek af te sluiten, denkt Schmitz.
“Het naast elkaar laten bestaan van meerdere uitkeringsregimes kan voor het UWV complexer zijn in de uitvoering, maar die complexiteit moet vooral vanuit het perspectief van werknemers worden beoordeeld. En vanuit die optiek is er weinig eenvoudiger dan de IVA. Een overgang naar de WGA leidt alleen maar tot meer complexiteit en onzekerheid.”
Slimmer organiseren oplossing voor UWV-achterstanden
De beleidsadviseur van het Verbond van Verzekeraars vraagt zich af of het afschaffen van de IVA de uitvoeringsproblemen bij het UWV daadwerkelijk verlicht.
De oplossing ligt volgens Schmitz dan ook niet in een stelselwijziging, maar in het slimmer organiseren van de uitvoering, zoals beter gebruikmaken van medische dossiers uit de eerste twee ziektejaren en nauwere samenwerking tussen bedrijfsartsen en verzekeringsartsen.
“En als we komen tot een gerichte taakherschikking en een vereenvoudiging van het maatmanloon en het WIA-dagloon, dan kunnen de uitvoeringslasten zelfs substantieel worden verlaagd.”
Ook het aantal herbeoordelingen kan flink worden beperkt door strengere eisen te stellen aan herbeoordelingsaanvragen, bijvoorbeeld door deze alleen toe te staan bij een aantoonbaar gewijzigde (medische) situatie.
Private prikkels en publieke verantwoordelijkheid
De IVA maakt deel uit van de WIA-wetgeving en in de WIA is volgens Schmitz bewust gekozen voor een heldere rolverdeling: private prikkels waar activering mogelijk is en publieke verantwoordelijkheid waar dat perspectief ontbreekt.
“Het afschaffen van de IVA doorbreekt die scheidslijn, maakt risico’s minder voorspelbaar en zet de private verzekerbaarheid van arbeidsongeschiktheid onder druk. Daarmee wordt het voor verzekeraars steeds lastiger om binnen het hybride stelsel aantoonbare meerwaarde te bieden.”
Schmitz noemt het risico reëel dat verzekeraars zich in zo’n scenario terugtrekken uit de WGA-ERD-markt.
“Dat betekent dat werkgevers in de praktijk alleen nog kunnen kiezen tussen volledig eigenrisicodragerschap of een terugkeer naar het UWV. De druk op de uitvoering bij het UWV wordt daarmee alleen maar nog groter.”

