
De Regeling houdende wijziging van de Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW in verband met een korte verlenging van de werkingsduur is in de Staatscourant gepubliceerd
De AOW-leeftijd wordt sinds 2013 stapsgewijs verhoogd om de AOW te bestendigen tegen de vergrijzing. Tot en met 2027 ligt de AOW-leeftijd op 67 jaar. Daarna ontwikkelt de AOW-leeftijd zich op basis van de levensverwachting.
Met de verhoging van de AOW-leeftijd is in het regeerakkoord van het kabinet-Rutte II een overgangsmaatregel aangekondigd die ervoor zorgt dat mensen die per 1 januari 2013 al deelnemen aan een vut- of prepensioenregeling, een private arbeidsongeschiktheidsverzekering of vergelijkbare regeling, en zich daarmee niet hebben kunnen voorbereiden op de AOW-leeftijdsverhoging, recht krijgen op een overbruggingsuitkering.
De Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW (OBR) is met ingang van 1 oktober 2013 in werking getreden met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 20131. De vervaldatum van de OBR is in 2015 met vier jaar verlengd van 1 januari 2019 tot 1 januari 2023. Als gevolg van deze wijzigingsregeling wordt de OBR met nogmaals twee jaren verlengd en loopt de OBR voor nieuwe instroom af op 1 januari 2025.
Alles afwegende is het kabinet tot de conclusie gekomen dat, rekening houdend met de uitvoeringsbelasting, een beperkte verlenging van de OBR met twee jaar tegemoetkomt aan het probleem van zelfstandigen die al ziek waren voor 2013 en op korte termijn een AOW-AOV-hiaat hebben. De OBR is een minimumregeling die het inkomen aanvult tot de hoogte van de AOW-uitkering.
Met deze wijzigingsregeling geeft het kabinet uitvoering aan de motie.

