Smart Photonics valt niet onder de werkingssfeer van de algemeen verbindend verklaarde bepalingen van de cao’s Metalektro en het verplichtstellingsbesluit tot deelneming in Stichting PME Pensioenfonds (PME), omdat niet is voldaan aan het (kwantitatieve) hoofdzakelijkheidscriterium. De activiteiten van Smart Photonics zijn namelijk gericht op onderzoek en ontwikkeling.
Twee criteria
De werkingssfeerbepalingen vallen uiteen in twee criteria, een kwalitatief en kwantitatief criterium.
Het kwalitatieve criterium betreft de bedrijfsactiviteiten of werkzaamheden. Deze moeten vallen onder de activiteiten/werkzaamheden zoals die zijn omschreven in de desbetreffende cao’s en verplichtstellingsbesluiten. De werkingssfeer is bijna identiek. Nu Smart Photonics geen lid is van de aangesloten werkgeversorganisaties beperkt de door ROM c.s. verzochte verklaring voor recht zich tot de perioden waarin de cao’s algemeen verbindend verklaard zijn (geweest).
Het kwantitatieve criterium, door partijen ook “het (in) hoofdzaakcriterium” genoemd, heeft betrekking op het aantal arbeidsuren dat aan de desbetreffende activiteiten wordt besteed.
Ontwikkelbedrijf of prodcutiebedrijf?
Volgens de kantonrechter komt het neer op de vraag of Smart Photonics nog steeds een ontwikkelbedrijf is, of inmiddels moet worden aangemerkt als een productiebedrijf, waarbij het deel van de werknemers dat binnen een onderneming bedrijfstakwerkzaamheden vervult groter moet zijn dan het deel van de werknemers dat werkzaamheden verricht die niet onder de bedrijfstak Metalektro vallen?
ROM c.s. moet stellen (en bij betwisting bewijzen) dat aan dit kwantitatieve hoofdzakelijkheidsbeginsel wordt voldaan.
Ontwerpen en ontwikkelen is, als losstaande activiteit, geen activiteit die onder de werkingssfeer van de cao’s en het verplichtstellingsbesluit valt.
Gericht op onderzoek en ontwikkeling
De stelling van ROM c.s. (Stichting Raad van Overleg in de Metalelektro) dat Smart Photonics vanaf in ieder geval 2021 niet meer als enige activiteit het ontwerpen en ontwikkelen van Photonic Integrated Circuits (PIC’s) heeft, alleen omdat zij PIC’s vervaardigt/produceert/maakt, verwerpt de kantonrechter.
Smart Photonics heeft voldoende onderbouwd dat het omgekeerde het geval is, namelijk dat voor zover er geproduceerd wordt, dat plaatsvindt ten behoeve van onderzoek en ten dienste van de ontwikkeling van PIC’s.
Dit ontwikkelingsproces duurt (veel) langer dan verwacht en heeft een grillig verloop. ROM c.s. heeft niet bewezen dat Smart Photononics “fotonische chips vervaardigt en op de markt brengt”, zoals zij heeft gesteld. Het lange tijdsverloop doet daaraan niet af.
Smart Photonics heeft voldoende aangetoond dat de investeerders/(potentiële) klanten van de nu geproduceerde fotonische chips slechts een bijdrage leveren aan het onderzoek en de ontwikkeling van PIC’s die niet bedrijfsklaar zijn.
Al het voorgaande leidt tot de slotsom dat de activiteiten van Smart Photonics zijn gericht op onderzoek en ontwikkeling. Dit betekent dat Smart Photonics niet onder de werkingssfeer van de cao, respectievelijk de reikwijdte van het verplichtstellingsbesluit Metalektro valt, omdat niet is voldaan aan het (kwantitatieve) hoofdzakelijkheidscriterium.
De andere vraag die partijen verdeeld houdt, namelijk of dat Smart Photonics sowieso niet valt onder de werkingssfeer van de cao, respectievelijk de reikwijdte van het verplichtstellingsbesluit, omdat zij zich niet bezighoudt met het be- en/of verwerken van metaal, kan daarmee – als nu niet ter zake dienend – buiten beschouwing blijven.
Uitspraak Rechtbank Oost-Brabant, 4 juni 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:3714

