Je kunt de 1e uitgave van de Nieuwsbrief Loonheffingen 2027 downloaden. In de nieuwsbrief vind je informatie over de nieuwe regels vanaf 1 januari 2027 voor het inhouden en betalen van de loonheffingen. In deze 1e uitgave van de Nieuwsbrief Loonheffingen 2027 vind je informatie over het samenvoegen van loon bij het tegelijk uitbetalen van een socialezekerheidsuitkering met ander loon.
De volgende versie van de nieuwsbrief verschijnt naar verwachting in september 2026.
Samenvoegen loon
In deze 1e uitgave van de nieuwsbrief geeft de Belastingdienst alleen informatie over de gewijzigde regels per 2027 voor het samenvoegen van loon. Dat ‘samenvoegen’ is als de werkgever socialezekerheidsuitkeringen (door)betaalt aan de werknemer, tegelijk met ander loon.
Geen arbeidskorting meer bij doorbetalen SZ-uitkeringen
Een aantal socialezekerheidsuitkeringen, die de werkgever via een werkgeversbetaling of als eigenrisicodrager aan de werknemer (door)betaalt zijn loon uit vroegere dienstbetrekking. Dat geldt voor een:
- WAO-uitkering;
- WAZ-uitkering;
- Wajong-uitkering;
- IVA- en WGA-uitkeringen (WIA-uitkeringen);
- Ziektewetuitkering, behalve als die voortkomt uit een huidig dienstverband bij de werkgever;
- Wamil-uitkering (Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen);
- BNO-uitkering (buitengewone natuurlijke omstandigheden);
- WTV-uitkering (werktijdverkorting);
- toeslag op grond van de Toeslagenwet.
Samenvoegbepaling
Bij een werkgeversbetaling betaalt UWV de uitkering aan de werkgever en jij betaalt die uitkering door aan de werknemer. Als de werknemer dan nog bij de werkgever in dienst is en je betaalt de werknemer ook loon uit tegenwoordige dienstbetrekking, zoals een aanvulling op de uitkering en/of loon uit werk, geldt de zogenoemde samenvoegbepaling.
Witte tabel tot 2027
Tot en met 2026 geldt dat je op het totaalbedrag de witte tabel toepast. Zo krijgt de werknemer de arbeidskorting ook over de uitkering. Dat levert vaak een nettovoordeel op voor de werknemer, in vergelijking met de directe betaling door UWV. Afhankelijk van het totaalbedrag en de samenstelling daarvan, kan dat voordeel voor de werknemer oplopen tot zo’n 31% van het bedrag van de uitkering. Dit is het hoogste opbouwpercentage van de arbeidskorting (tarief 2026).
Betaal je de uitkering als eigenrisicodrager aan de werknemer, met daarnaast nog een aanvulling op de uitkering of regulier loon? Dan geldt dezelfde berekeningswijze als bij het doorbetalen van een uitkering via een werkgeversbetaling.
Witte en groene tabel vanaf 2027
De samenvoegbepaling wordt per 1 januari 2027 aangepast. De gewijzigde regeling is inmiddels gepubliceerd in de Staatscourant. Deze wijziging houdt in dat – ondanks de samenvoeging van deze socialezekerheidsuitkeringen en ander loon – de arbeidskorting niet op het uitkeringsdeel van toepassing is. Er is geen aanvullend overgangsrecht. Dat leidt dan vanaf 2027 tot een samenvoeging waarbij je in één berekening over het totaal de witte én de groene tabel volgens een bepaalde systematiek toepast.
Bij elkaar optellen van loon
In paragraaf 9.6 van het Handboek Loonheffingen vind je het voorbeeld ‘Optellen van loon uit tegenwoordige en vroegere dienstbetrekking’. Dit voorbeeld laat zien hoe je zo’n berekening kunt doen met toepassing van de witte en groene tabel. Het voorbeeld is eerder in het handboek opgenomen voor andere situaties waarbij sprake is van samenloop van loon uit tegenwoordige en vroegere dienstbetrekking. Maar deze systematiek geldt vanaf 1 januari 2027 ook als je naast loon uit tegenwoordige dienstbetrekking:
- socialezekerheidsuitkeringen aan een werknemer doorbetaalt die loon uit vroegere dienstbetrekking zijn;
- als eigenrisicodrager zo’n uitkering zelf betaalt.
In de nieuwsbrief vind je een voorbeeld en daarbij de uitwerking voor 2026 en 2027.
Met ingang van 1 januari 2027 moet je nog steeds alles samentellen, maar je mag daarbij geen arbeidskorting berekenen over het uitkeringsdeel. De Belastingdienst gaat ervan uit dat de rekenmethodiek in 2027 in jouw softwarepakket is verwerkt.
Nettoverschil
In de tabel zie je ter indicatie wat het nettoverschil is voor de werknemer in een aantal situaties. Daarbij is voor 2027 uitgegaan van dezelfde tarieven en heffingskortingen als in 2026. Het maximale verschil is 31% van het bedrag van de uitkering.

Informeer werknemers
De aanpassing van de samenvoegbepaling per 2027 kan negatieve financiële gevolgen hebben voor werknemers die hun uitkering in 2026 via de werkgever ontvangen. Informeer daarom deze werknemers alvast, zodat zij zich hierop kunnen voorbereiden.
Lees ook het bericht dat de Belastingdienst publiceerde, speciaal voor werknemers:
Geen arbeidskorting meer over bepaalde uitkeringen
In het bericht staat onder meer het volgende:
De werkgever mag vanaf 1 januari 2027 geen arbeidskorting meer toepassen op uitkeringen, waaronder WIA-uitkeringen. De werkgever moet daardoor meer loonheffing inhouden. Hoeveel iemand hierdoor netto minder krijgt uitbetaald, hangt af van de hoogte van de uitkering en het andere loon. Het advies van de Belastingdienst is aan de werkgever te vragen om te berekenen wat dit voor het nettoloon betekent.
Heeft de werknemer een kind dat op 1 januari 2027 jonger is dan 12 jaar? En krijgt hij via de aangifte inkomstenbelasting de IACK? Van het totale loon dat de werknemer van de werkgever krijgt, telt de uitkering niet mee voor de berekening van de IACK. Dit kan betekenen dat de werknemer vanaf 2027 ook minder of geen recht meer heeft op de IACK. Als de werknemer de IACK nu uitbetaald krijgt via een voorlopige aanslag, is het advies begin 2027 de voorlopige aanslag aan te passen.
Dat de werkgever geen arbeidskorting meer toepast op de uitkering heeft geen gevolgen voor eventuele toeslagen.
Nieuwsbrief Loonheffingen 2027, versie 1

