Om recht te hebben op een WW-uitkering moet de werknemer voldoen aan de referte-eis. Deze referte-eis houdt in dat de werknemer in de 36 weken voorafgaande aan zijn werkloosheid in minimaal 26 weken in dienstbetrekking moet hebben gewerkt. Dit wordt ook wel de 26-wekeneis genoemd.
Gevolgen aanscherping referte-eis
In 2024 heeft het CBS voor de WW-instroom in 2022 en 2023 een analyse gemaakt van de gevolgen van een aanscherping van de referte-eis. UWV heeft op basis van WW-gerechtigden met een eerste werkloosheidsdag in 2024 en 2025 een nieuwe, recentere analyse gemaakt van de effecten van een eventuele aanscherping van de referte-eis van 26 uit 36 weken naar 42 uit 52 weken.
Uit de analyse van UWV volgt dat zowel voor WW-gerechtigden met een eerste werkloosheidsdag in 2024 als 2025, circa 12% geen recht zou hebben gehad op een WW-uitkering door de aanscherping van de referte-eis.
De gevolgen voor verschillende groepen zijn in de tabellen hierna weergegeven.


Kanttekeningen
Bij deze cijfers horen enkele kanttekeningen.
Allereerst bevat de loonaangifte van werkgevers uitsluitend informatie over het aantal uren per loonaangiftetijdvak en niet over het aantal uren per week. In de uitvoeringspraktijkverdeelt UWV het aantal verloonde uren per loonaangiftetijdvak evenredig over het aantal weken in het loonaangiftetijdvak.
Ten tweede is, om de analyse behapbaar te houden, voor het bepalen of een werknemer zou
voldoen aan de aangescherpte referte-eis een vereenvoudigde berekeningswijze gehanteerd die
afwijkt van de daadwerkelijke uitvoeringspraktijk. Er is alleen gekeken naar het aantal verloonde
uren in de periode van 36 dan wel 52 kalenderweken voorafgaand aan de eerste werkloosheidsdag.
Er is geen rekening gehouden met uitzonderingsgevallen, zoals een verlengde referteperiode als gevolg van ziekte of arbeidsongeschiktheid of uren waarover geen loon is ontvangen maar wel recht bestond op loon. De cijfers moeten dus als een indicatie van de effecten worden gezien.
UWV heeft voor WW-gerechtigden met een eerste werkloosheidsdag in 2025 berekend wat het WW-recht zou zijn geweest als een maximale WW-duur van 12 maanden zou gelden en de opbouw van WW-recht een halve maand per jaar arbeidsverleden zou zijn.
De uitkomst van deze analyse is dat het gemiddelde toegekende WW-recht zou dalen van 12 maanden naar 7 maanden. De gevolgen voor verschillende groepen zijn in de tabellen hierna weergegeven.

Van alle lopende WW-uitkeringen in maart 2026 was 64% op dat moment niet werkzaam in loondienst.
Van alle lopende WW-uitkeringen in maart 2026 was 36% op dat moment naast de WW-uitkering
werkzaam in loondienst.
Plannen volgens coalitieakkoord
In het coalitieakkoord staat opgenomen dat de WW-uitkering hoger wordt in het begin en verkort naar één jaar. Werkenden hebben hierdoor volgens het akkoord meer financiële zekerheid en rust om snel passend nieuw werk te vinden. Hier staat wel rtegenover dat de eisen qua opbouw van rechten en verzilvering wat worden aangescherpt.
Het kabinet zet overigens de coalitieakkoordvoorstellen voor de WW en de WIA voorlopig niet in de voorgestelde vorm door, zo geeft de minister aan.
Op 1 september zijn al wat details bekend van de Prinsjesdagstukken. Zo worden de bezuinigingen op de sociale zekerheid fors verzacht. De duur van de WW van twee naar een jaar wordt uitgesteld.
Antwoorden op Kamervragen over het afnemen van rechten voor werknemersverzekeringen

