De Eindejaarsregeling 2026 op internetconsultatie.nl bevat vooral technisch onderhoud en enkele inhoudelijke wijzigingen om de wet uitvoerbaar en relevant te houden. De einddatum van de consultatie was 17 augustus 2026.
Relevante wijzigingen
De relevante wijzigingen voor de salarisprofessional in de Eindejaarsregeling 2026 zijn:
- Opting-in
- Introductie eindheffing voor bufferbudget
- Definitie woon-werkverkeer voor de pseudo-eindheffing fossiele personenauto’s
- Vervallen rubriek loonkostenvoordeel oudere werknemer
- Overschrijding uiterste pensioeningangsdatum.
Opting-in
Als voorwaarde om opting-in te gebruiken geldt dat degene die de arbeid verricht door middel van een gezamenlijke verklaring van hem en de beoogde inhoudingsplichtige (degene die de beloning betaalt) aan de inspecteur meldt dat de arbeidsverhouding als dienstbetrekking moet worden beschouwd.
In de Fiscale Verzamelwet 2027 wordt voorgesteld om deze meldplicht om te zetten in een bewaarplicht.
De regels over de gegevens die deel minimaal deel moeten uitmaken van de gezamenlijke verklaring en de bewaartermijn zijn in de Eindejaarsregeling opgenomen.
Eindheffing bufferbudget
Het bufferbudget is bedoeld om te voorkomen dat mensen met een combinatie van een uitkering en inkomsten uit arbeid op maandbasis onder de bijstandsnorm komen en financieel in de problemen (dreigen te) komen.
Met de wijziging van de URLB 2011 wordt geregeld dat gemeenten (de inhoudingsplichtigen) eindheffing verschuldigd zijn over uitkeringen ingevolge het bufferbudget op het moment van uitbetalen. Hierdoor zijn de bijstandsgerechtigden zelf geen loon- en inkomstenbelasting en premie voor de volksverzekeringen verschuldigd over het bufferbudget. Het bufferbudget heeft hierdoor ook geen invloed op de vaststelling van de hoogte
van inkomensafhankelijke regelingen, zoals toeslagen.
Definitie woon-werkverkeer voor pseudo-eindheffing fossiele auto’s
De pseudo-eindheffing fossiele personenauto’s geldt als een fossiele personenauto ook ter beschikking is gesteld voor privédoeleinden, waarbij voor deze heffing woon-werkverkeer wordt gezien als gebruik voor privédoeleinden.
In deze regeling wordt voor de toepassing van de pseudo-eindheffing fossiele personenauto een definitie opgenomen van de begrippen woon-werkverkeer en vaste werkplek.
Er is sprake van woon-werkverkeer als een werknemer heen of terug reist van diens woon- of verblijfplaats naar een vaste werkplek.
Dit is ruimer dan de definitie die in de loonheffingen geldt dat sprake is van woon-werkverkeer wanneer binnen een tijdsbestek van 24-uur heen en weer wordt gereisd tussen de woning of verblijfplaats en de plaats of plaatsen van arbeid.
Om vast te stellen of sprake is van woon-werkverkeer wordt een nadere invulling gegeven aan de term ‘vaste werkplek‘.
De Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 wordt als volgt gewijzigd. Aan hoofdstuk 8 wordt een artikel toegevoegd, die luidt als volgt:
Artikel 8.8. Definitie woon-werkverkeer
- Voor de toepassing van artikel 32bc van de wet wordt onder woon-werkverkeer verstaan het reizen tussen de woon- of verblijfplaats en een vaste werkplek.
- Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een vaste werkplek verstaan een plek waar de inhoudingsplichtige is gevestigd, een door de inhoudingsplichtige aangewezen plek of een plek waar de werknemer regelmatig werkzaamheden verricht. Van een plek waar de werknemer regelmatig werkzaamheden verricht is uitsluitend sprake indien de werknemer binnen een kalenderjaar op ten minste 40 dagen op die plek werkzaamheden verricht of heeft verricht.
Vervallen rubriek LKV oudere werknemer
Het loonkostenvoordeel (LKV) voor werkgevers die oudere werknemers in dienst hebben is per 1 januari 2026 afgeschaft.
Vanwege het vervallen van het LKV oudere werknemers per 2026 is de rubriek in de aangifte loonheffingen sinds 1 mei 2026 niet meer nodig. Met deze maatregel vervalt de rubriek per 1 januari 2027.
Overschrijding uiterste pensioeningangsdatum
In de Wet op de loonbelasting 1964 zijn uiterste ingangsdata opgenomen van het ouderdomspensioen, partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum, partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum en wezenpensioen (hierna worden deze pensioensoorten gezamenlijk aangeduid als ‘pensioen’).
Als een pensioen niet tijdig ingaat heeft dat fiscale gevolgen. Het pensioen wordt dan onzuiver. Dat betekent dat de pensioenaanspraak in één keer volledig in de belastingheffing wordt betrokken als loon uit vroegere dienstbetrekking en dat daarnaast revisierente is verschuldigd over die pensioenaanspraak.
In de uitvoeringspraktijk zijn er gerechtigden tot het pensioen die vanwege verschillende redenen (zoals woonachtig zijn in het buitenland, gezondheidsproblemen) het pensioen niet tijdig opvragen bij de pensioenuitvoerder.
Met de FVW 2027 is geregeld dat bij overschrijding van de uiterste ingangsdata, het pensioen onder bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden niet onzuiver wordt.
Met deze eindejaarsregeling wordt invulling gegeven aan die mogelijkheid. Als voorwaarde wordt gesteld dat de pensioenuitvoerder aannemelijk maakt dat de gerechtigde tot het pensioen ten minste eenmaal schriftelijk of langs elektronische weg is geïnformeerd over de ingang van het pensioen.
Mochten de contactgegevens van de gerechtigde tot het pensioen ontbreken, dan moet de pensioenuitvoerder aannemelijk maken dat hij de gerechtigde tot het pensioen heeft opgenomen in zoekacties.

