Het Register Belastingadviseurs (RB) heeft een reactie gegeven op de onderwerpen gerelateerd aan de loonbelasting van de internetconsultatie op de concept Eindejaarsregeling 2026.
Een aantal onderdelen van de Eindejaarsregeling roepen bij de belastingadviseurs vragen op over de uitvoerbaarheid, rechtszekerheid en administratieve lasten. Dat geldt met name voor de bepalingen ten aanzien van de pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s.
Drie fiscale definities
Het RB constateert dat er nu drie verschillende fiscale definities van het begrip ‘woon-werkverkeer’ dreigen te ontstaan.
“Naast de reeds bestaande uitleg ervan in de omzetbelasting en in de loonbelasting, wordt nu in het kader van de pseudo-eindheffing in de loonbelasting een derde uitlegvariant geïntroduceerd die deels aansluit bij de uitleg in de omzetbelasting, maar deels ook niet!”, zo zegt Martijn Paping, aankomend fiscaal directeur van het RB.
Volgens het RB is onontkoombaar dat dit in de praktijk tot een onjuiste toepassing van het begrip ‘woon-werkverkeer’ gaat leiden.
Woon-werkverkeer
De nu in de concept Eindejaarsregeling voorgestelde eigen uitleg van het begrip ‘woon-werkverkeer’, leidt in de praktijk tot verplichte kilometeradministratie en doet zo de tegemoetkoming in de omzetbelasting via toepassing van een forfait meer dan teniet. Dat forfait was juist ingevoerd om minder administratieve lasten te hebben.
40-dagenregeling
Ook de voorgestelde 40-dagenregel acht het RB uitvoeringsgevoelig en administratief bewerkelijk. Werkgevers moeten dan namelijk per werknemer en per locatie vaststellen of een locatie in een kalenderjaar een vaste werkplek is of is geworden.
Enkele reis kan ook woon-werkverkeer zijn
Het RB leidt uit de voorgestelde regeling af dat, anders dan door de Hoge Raad is geoordeeld, voor de toepassing van de pseudo-eindheffing ook een enkele reis tussen woon- of verblijfplaats en vaste werkplek als woon-werkverkeer kan kwalificeren. Dit geldt ook voor een reis waarbij heen- en terugreis niet binnen 24 uur plaatsvinden. Hiermee wordt het bereik van het begrip woon-werkverkeer voor deze pseudo-eindheffing aanzienlijk verruimd. De RB vraagt zich af of dit wenselijk is.
Met name de voorgestelde invulling van het begrip ‘woon-werkverkeer’ in de pseudo-eindheffing leidt volgens de RB tot complexe regelgeving en naar verwachting tot extra discussies in de praktijk.

