Minister Vijlbrief van SZW komt terug op twee onderwerpen voor de stemmingen over de amendementen rond het Wetsvoorstel meer zekerheid flexwerkers op dinsdag 21 april.
Ruimte in bandbreedtecontract
In het debat op 9 april is gevraagd naar een nadere onderbouwing waarom de minister het amendement heeft ontraden om de ruimte van 30% die in het bandbreedtecontract zit te verbreden (amendement nr. 14). De reden daarvoor is zowel gelegen in inkomenszekerheid als in beschikbaarheid.
Volgens de indiener Michon-Derkzen is er genoeg inkomenszekerheid, vanwege de minimale arbeidsomvang en de eis van gespreide loonbetaling. Daarmee weet een werknemer voldoende welk inkomen je per maand (ongeveer) krijgt. Maar de bandbreedte zorgt wel voor inkomensfluctuatie: werk je meer dan je minimale contracturen, dan hoor je die natuurlijk ook uitbetaald te krijgen.
Bij een hogere bandbreedte treedt dus wel degelijk meer variatie op in het inkomen dat iemand over het jaar heen genereert.
Beschikbaar houden voor werk
De voornaamste reden waarom Vijlbrief dit amendement heeft ontraden, is omdat mensen voor die grotere bandbreedte zich ook beschikbaar moeten houden om te werken. Werknemers hebben voor die beschikbaarheidsuren echter geen inkomenszekerheid, maar kunnen door die beschikbaarheid ook niet hun inkomen bijvoorbeeld aanvullen met een andere baan. Ze moeten die uren immers komen werken als ze worden opgeroepen.
De minister vindt een bandbreedte van 30% daarvoor passend. Een hogere bandbreedte acht hij niet meer in verhouding tot de inkomenszekerheid die uit dat contract volgt.
Als de bandbreedte bijvoorbeeld 50% zou zijn, betekent dat voor elk uur inkomenszekerheid, de werknemer 1,5 uur beschikbaar moet zijn. Voor een inkomenszekerheid van 20 uur, moet je dus 30 uur beschikbaar staan. Dat is een te grote spreiding. Daarom heeft de minister het amendement om in sectoren bij cao een grotere bandbreedte toe te staan ook ontraden.
Kwartaalbeschikbaarheid in jaarurennorm
Ook heeft de minister toegezegd om terug te komen op de beschikbaarheidsregels in de jaarurennorm, ook in relatie tot zijn amendement dat de verplichting van werkgevers schrapt om per kwartaal een zekere mate van zekerheid te bieden over wanneer de werknemer zich beschikbaar moet houden (amendement nr. 19).
Een jaarurennorm kan een goede methode zijn voor werkgevers om werknemers inkomenszekerheid te geven, terwijl men wel kan inspelen op fluctuerende seizoenspatronen in het rooster van werknemers.
De mogelijkheid om op jaarniveau deze spreiding van uren mogelijk te maken, blijft ook in de toekomst behouden. Om de werknemer in deze situatie zoveel mogelijk duidelijkheid te geven over wanneer die moet werken, is hier een nieuwe regel voor beschikbaarheid opgenomen in het wetsvoorstel.
In het wetsvoorstel is opgenomen dat bij een jaarurennorm de werkgever, in overeenstemming met de werknemer, ervoor zorgt dat de werknemer steeds voor ten minste een kwartaal een bepaalde mate van zekerheid heeft over wat die kan verwachten qua werkzaamheden in dat kwartaal.
Open norm
Dit is een open norm waar cao-partijen en/of werkgevers en werknemers samen ruimte hebben om daaraan een eigen invulling te geven. Het belangrijkste is dat een werknemer op die manier beter kan inschatten wanneer die moet werken.
Het invullen van deze open norm kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld door te werken met beschikbaarheidspatronen, het aanwijzen van niet-roosterbare dagen die van tevoren worden afgesproken, maar ook door afspraken te maken over seizoenspatronen.
Het kan voorkomen dat in een sector een seizoenspatroon wordt afgesproken, waardoor een werknemer weet dat die in de zomer veel en in de winter een stuk minder beschikbaar moet zijn. Zo kan diegene daar bijvoorbeeld diens tweede baan op plannen.
Het zorgt er volgens de minister voor dat de werkgever en werknemer weten wat er qua beschikbaarheid verwacht wordt, zonder dat de flexibele spreiding van uren over een heel jaar niet meer mogelijk wordt.
Verplicht minimum aantal uren
Het verschil met de kwartaalurennorm in het bandbreedtecontract is dat dit een verplicht minimum aantal uren betreft die in dat kwartaal moeten worden gewerkt worden en waarover loon is verschuldigd. Dat is geen open norm, maar een harde eis waarbij vooraf zekerheid vereist is over wanneer de werknemer beschikbaar moet zijn in het kwartaal en wanneer niet.
Deze regel strekt dan ook verder dan de bepaalde mate van zekerheid die de werkgever bij jaarurennormen moet bieden, omdat deze ruimte biedt voor een eigen invulling.
Schrappen afwijking bij cao in Waadi
Eerder heeft de minister het amendement over het schrappen van de afwijkingsmogelijkheid bij cao in de Waadi ontraden (nr. 10).
Met het schrappen van de afwijkingsmogelijkheid bij uitleen-cao zou de overheid de verantwoordelijkheid voor de totstandkoming en inhoud van arbeidsvoorwaarden grotendeels weghalen bij sociale partners in de uitzendsector. Dit past niet binnen ons stelsel en zou ook de wens om te komen tot een gelijkwaardig totaal pakket aan arbeidsvoorwaarden ernstig beperken.
Uitruil arbeidsvoorwaarden complex
Vijlbrief is van mening dat de intentie om te komen tot gelijkwaardigheid goed is en dat de branche als geheel heel hard bezig is om deze stap te zetten. Hij snapt de zorgen dat de uitruil van arbeidsvoorwaarden heel ingewikkeld kan zijn, en dat ze bang is voor afbreuk van rechten en concurrentie op arbeidsvoorwaarden. Daarom wil de minister dit goed gaan monitoren.
Ingrijpen bij structurele onderbetaling
De minister begrijpt de wens dat als het uitruilen van essentiële arbeidsvoorwaarden in de praktijk leidt tot onderbetaling, het mogelijk moet zijn om hierop adequaat te reageren. Daarom geeft Vijlbrief het amendement ‘Oordeel Kamer’ om bij structurele onderbetaling als stok achter de deur te kunnen ingrijpen.
Vijlbrief acht het wetsvoorstel met de amendementen die hij ‘Oordeel Kamer’ heeft gegeven hiermee voldoende in balans.
De Tweede Kamer stemt op dinsdag 21 april over de amendementen en de moties. Op dinsdag 12 mei stemt de Kamer over het wetsvoorstel.
Kamerbrief Toezeggingen naar aanleiding van plenair debat Wetsvoorstel meer zekerheid flexwerkers

