De conceptregeling tot wijziging van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 en de Regeling loonbelasting- en premietabellen 1990 (Regeling wijziging loonbelasting) staat sinds 30 maart op internetconsultatie.nl. De einddatum van de consultatie is 27 april 2026.
Het kabinet gaat twee regels veranderen. Deze regels gaan over belastingheffing bij uitkeringen. Deze regeling is belangrijk voor werkgevers en salarisadministrateurs.
Eindheffing over eenmalige vergoeding
Sommige mensen hebben in het verleden een te lage WIA-uitkering ontvangen. Zij krijgen daarom eenmalig een vergoeding. Over deze vergoeding is belasting verschuldigd. UWV betaalt deze belasting via een eindheffing. Daardoor heeft de eenmalige vergoeding geen invloed op het recht op toeslagen of andere inkomensafhankelijke regelingen.
Aanpassen arbeidskorting
Als de werkgever een sociale zekerheidsuitkering betaalt, past de werkgever arbeidskorting toe over deze uitkering. Als dezelfde uitkering direct van UWV wordt ontvangen, is de arbeidskorting niet van toepassing. De Hoge Raad oordeelde dat dit in strijd is met verdragsrechtelijke discriminatieverboden.
Begin 2025 heeft het kabinet daarom besloten per 2027 de regels aan te passen. Werkgevers mogen dan in principe geen arbeidskorting meer toepassen op de uitkering, alleen over het reguliere loon.
Ontvanger geen loon- en inkomstenbelasting verschuldigd
De wijziging van de URLB 2011 regelt dat UWV (de inhoudingsplichtige) eindheffing verschuldigd is over deze eenmalige vergoeding. Hierdoor zijn de ontvangers van de eenmalige vergoeding zelf geen loon- en inkomstenbelasting en premie voor de volksverzekeringen verschuldigd over de eenmalige vergoeding.
De eenmalige vergoeding is door de aanwijzing als eindheffingsbestanddeel geen onderdeel van het verzamelinkomen, zodat de eenmalige vergoeding ook geen invloed heeft op de vaststelling van de hoogte van toeslagen en andere inkomensafhankelijke regelingen.
Arbeidskorting voor inkomstenbelasting
Op arbeidskorting bestaat voor de inkomstenbelasting alleen recht als sprake is van
arbeidsinkomen, te weten: het gezamenlijke bedrag van hetgeen door de belastingplichtige met
tegenwoordige arbeid is genoten als winst uit een of meer ondernemingen, loon en resultaat uit
een of meer werkzaamheden.
Loon uit vroege dienstbetrekking
Over loon uit vroegere arbeid (voor de loonbelasting vaak aangeduid als loon uit vroegere dienstbetrekking) bestaat geen recht op arbeidskorting. Hierop bestaat een aantal wettelijke uitzonderingen, die hier niet relevant zijn.
Discriminatie
Dit onderscheid tussen het al dan niet toepassen van de arbeidskorting over enerzijds uitkeringen
die UWV rechtstreeks uitbetaalt en uitkeringen die door tussenkomst van de werkgever worden uitbetaald is volgens de HR in strijd met onder meer het discriminatieverbod in de zin van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR).
Het vorige kabinet heeft er in maart 2025 voor gekozen om de discriminatie op
te heffen door de samenvoegbepaling zodanig aan te passen dat er geen arbeidskorting meer kan
worden toegepast over uitkeringen die door tussenkomst van de werkgever worden uitbetaald.
Inwerkingtreding per 2027
Het kabinet wil de wijziging per 2027 in werking laten treden. Hiermee borgt het
kabinet ook dat degenen die hier financieel nadeel aan ondervinden niet te abrupt worden
geconfronteerd met een inkomensdaling. Daarnaast heeft een uitgestelde inwerkingtreding ook als
gevolg dat softwareontwikkelaars en werkgevers de benodigde tijd hebben om te anticiperen op de
aanpassing.
Loon n.v.t. op hoogte arbeidskorting
De samenvoegbepaling per 2027 is zodanig aangepast dat de samenvoegbepaling er niet langer toe leidt dat de door tussenkomst van de werkgever uitbetaalde uitkering in aanmerking wordt genomen als loon dat onder meer van belang is voor de hoogte van de arbeidskorting.
De samenvoegbepaling regelt na de wijziging alleen nog dat de betreffende loonbestanddelen (regulier loon en uitkeringen) bij elkaar opgeteld moeten worden om de progressie in de tariefstructuur tot haar recht te laten komen. Ook voor andere regelingen blijft een met het reguliere loon samengevoegde uitkering kwalificeren als loon uit vroegere dienstbetrekking.
Verplicht loon en uitkering afzonderlijk administreren
Werkgevers kunnen via de samenvoegbepaling het loon en een door hen uitbetaalde uitkering als
één bedrag verwerken in de salarisadministratie. Door het aanpassen van de samenvoegbepaling,
is de werkgever verplicht om het loon en de uitkering afzonderlijk te administreren.
De benodigde informatie is bekend bij de werkgever, maar vraagt mogelijk een aanvullende
administratieve handeling. De werkgever kan ervoor kiezen de uitkering niet namens het UWV te betalen. Daarmee ontstaan er geen aanvullende administratie lasten.
Nadelig financieel effect
De aanpassing van de samenvoegbepaling heeft een – over het algemeen nadelig – financieel
effect op bepaalde uitkeringsgerechtigden. Er wordt geen arbeidskorting meer berekend over hun
uitkering, ook niet voor zover zij deze uitkering samen met loon uit tegenwoordige arbeid
ontvingen van hun werkgever.
Werkende uitkeringsgerechtigden en inhoudingsplichtigen krijgen via verschillende kanalen informatie over (het effect van) de aanpassing van de samenvoegbepaling.

